DE TWEE ZEESLAGEN BIJ NARVIK

Er ligt een grote afstand tussen het zuidelijk gebied van de Atlantische Oceaan en de grijze wateren van Noorwegen; de traditie van de Royal Navy eist evenwel dat de vijand, waar hij zich ook bevindt, uit zijn schuilplaats moet worden gelokt. Vier maanden na de ondergang van de Admiral Graf Spee leed de vijand een nieuwe nederlaag. De hele wereld stond versteld, toen de Britse schepen door de Duitse verdediging bij Narvik heendrongen en in twee opeenvolgende acties de haven en de schepen, die er zich bevonden vernietigden.

Kapitein Warburton-Lee, die na de eerste slag bij Narvik het Victoria-kruis ontving, werd dodelijk gewond op de brug van de torpedojager Hardy.

In de nacht van 9 op 10 april 1940 stoomde het 2de flotille torpedojagers, bestaande uit de schepen Hardy, Hotspur, Hostille, Havoc en Hunter in weerwil van zware mist en sneeuwstormen, de nauwe ingang van de Ofot Fjord binnen. In de namiddag van de vorige dag waren twee officieren van de Hardy, die daar aan land waren gezet, te weten gekomen dat Narvik een sterke Duitse bezetting had en dat er in de Ofot Fjord minstens 6 Duitse torpedojagers lagen, die groter en zwaarder bewapend waren dan de Engelse schepen. De Britse Admiraliteit was van oordeel, dat een aanval op Narvik door de Ofot Fjord grote risico's met zich mee zouden brengen en deelde Kapitein Warburton Lee, commandant van het flotille mee, dat de beslissing aan hem werd overgelaten en dat, wat er ook gebeuren mocht, hij op de steun van de Admiraliteit kon rekenen. Kapitein Warburton Lee besloot daarop om tegen zonsopgang tot de aanval over te gaan.
Tegen 4.30 s'morgens drong de Hardy alleen de haven van Narvik, die aanvankelijk verlaten scheen, binnen. De andere schepen bleven daarbuiten patruilleren. Plotseling ontdekte de Hardy echter een grote verzameling vaartuigen, waaronder een grote Duitse torpedojager. Deze werd onmiddellijk getorpedeerd.
Daar de Hardy het geconcenteerde vijandelijke vuur tot zich trok, kwamen nu de andere Britse torpedojagers te hulp. Zij gaven den Duitse torpedojagers en de transportschepen die in de haven lagen, de volle laag en vuurden salvo's af op de kustbatterijen, die er als razenenden op los schoten. Op het ogenblik waarop de Hardy zich na drie opeenvolgende aanvallen uit de strijd wilde terugtrekken, zag zij plotseling drie Duitse torpedojagers uit tegenovergestelde richting op zich afkomen ; deze werden onmiddellijk bestookt. Twee anderen doemden voor den boeg op en ook op deze werd het vuur geopend. De brug van de Hardy werd vernield; Kapitein Warburton Lee werd dodelijk gewond ende machinekamer getroffen. Zijn adjudant nam daarop het commando over; deze zag zich echter genoodzaakt het schipaan de grond te zetten, hoewel het laatste kanon bleef doorvuren.


Het 30.600 ton zware slagschip Warspite, dat kans zag om in de nauwe wateren van de Ofot Fjord
binnen te dringen. Deze moeilijke manoeuvre getuigde van groot zeemanschap van hen die de operatie 
ten uitvoer brachten.

In die tussentijd was de Hunter gezonken en de Hotspur en de Hostile hadden schade opgelopen. De Duitsers daarentegen hadden 6 transportschepen verloren en een torpedojager, die door de Hardy getorpedeerd was. Bovendien waren er drie torpedojagers na hevige salvo's in brand geschoten. De overige Britse torpedojagers brachten het Duitse munitie-schip, de Rauenfels, op hun terugtocht in de fjord, tot zinken.

De overlevenden werden aan land gezet en in enkele houten huizen op 500 meter afstand van de kust ondergebracht; de Noren brachten hulde aan de gewonden die ondanks hun lijden bewonderenswaardigen moed betoonden. Toen zij tenslotte na drie dagen door de Ivanhoe werden opgepikt waren hun verwondingen en het verlies van hun schepen ondertussen gewroken door de tweede slag bij Narvik.

Op 13 April voer een Brits eskader, bestaande uit het slagschip Warspite (met een eigen bommenwerper aan boord) en 9 torpedojagers, door de West Fjord in de richting van de Ofot Fjord en Narvik. Als men bedenkt dat de Warspite een schip van 30.600 ton is, dan zal men toegeven, dat de tocht door deze nauwe wateren een schitterend bewijs is van de uitstekende navigatie van hen, die de operatie leidden. Bovendien vormden de Duitse torpedojagers, die in de fjord op de loer lagen, een ernstige bedreiging.

Om 12.36 uur openden de Icarus, de Bedouin, de Punjabi en de Cossack het vuur op een Duitse torpedojager, die uit de mist opdoemde ; deze zwaaide echter of en verdween. De Engelsen voeren voorbij het nog steeds brandende wrak van de Rauenfels en binnen de volgende twintig minuten werden de drie andere Duitse torpedojagers onder vuur genomen. Na 8 minuten brandde een hunner over de gehele lengte.


Op verkenning uit bij zonsopgang. Torpedojagers
varen uit op zoek naar vijandelijke duikboten.
In alle wateren en in alle weersomstandigheden
duurt de strijd ononderbroken voort.


De training bij de Royal Navy staat op een zeer hoog peil.
Men ziet hier een torpedojager tijdens een oefening:
de lanceerbuizen zijn geladen en de bemanning wacht 
op het sein de torpedo af te vuren.

Terwijl het gevecht tusschen de Britse schepen en de twee andere Duitse torpedojagers voortduurde, ontving de vijand versterkingen; het aantal torpedojagers dat den Britten de weg versperde, was nu tot zes gestegen. De Britten vielen nu op de vijand aan, die de vlucht nam. Alle schepen vuurden er nu met al hun geschut op los en veranderden voortdurend van richting, om de regen van granaten te ontlopen en om een doeltreffend vuur te kunnen onderhouden. De talloze salvo's der Duitsers floten rakelings langs de Britse schepen, doch tot zover werd geen hunner getroffen, dankzij hun behendige manoeuvres. Sinds 1.30 uur hadden vliegtuigen van de Fleet Air Arm de havenwerken gebombardeerd, terwijl de Warspite bijdraaide, om deze eveneens te bestoken. Om 2.30 uur hoefde men aan de uitslag van den strijd niet meer te twijfelen.

Van de vijandelijke torpedojagers waren er drie tot zinken gebracht; de vier overige, die de Rombaks Fjord waren ingevlucht, werden door vijf Britsche torpedojagers achterna gezeten. De vijand zat in de val; een van zijn torpedojagers werd door eigen toedoen tot zinken gebracht, een tweede werd buitgemaakt en vervolgens door geschutvuur in de grond geboord en de rest werd aan flarden geschoten. De Britten trokken zich terug. De Ivanhoe bleef nog even achter om de overlevenden van de Hardy op te pikken.

Deze tweede operatie kostte de vijand 7 torpedojagers, zijn kustbatterijen waren tot zwijgen gebracht en zijn forten onschadelijk gemaakt. Aan Engelse zijde hadden drie torpedojagers schade opgelopen.
Na deze twee afstraffingen sloeg de Duitsers de schrik om het hart, daar de Kriegsmarine nu nergens meer voor de Britten veilig bleek te zijn. Zij had in de bijna ontoegankelijke Noorse wateren een schuilplaats gezocht en dacht van daaruit de geallieerde scheepvaart te kunnen bestoken zonder tegenaanvallen te hoeven vrezen. Haar lot werd echter bezegeld op het ogenblik waarop Kapitein Warburton-Lee (aan wie na de dood door de Engelse Koning het Victoria Kruis werd verleend) aan de Britse Admiraliteit seinde, "Ik val aan ". Dat was het antwoord aan Hitler, die van mening was dat de Britse Zeemacht alleen gebruikt werd om de blokkade te handhaven en om een eventuele kaper, die zich in open zee durfde wagen, op de vlucht te jagen.