TRAGEDIE IN HET WESTEN

 
Terwijl Admiraal Cunningham de overmacht die hij in het oostelijk bassin had verkregen wist te vergroten en uit te breiden, waren er in het westen maatregelen genomen teneinde de uiterst gevaarlijke toestand te verbeteren die daar was ontstaan na de val van Frankrijk, waardoor dit gedeelte vrijwel alle protectie had verloren.
Inderhaast werd een eskader, bestaande uit zware bovenwaterschepen en het vliegkampschip Ark Royal, door de Britse. thuisvloot afgestaan en naar Gibraltar gezonden. Dit eskader stond onder bevel van Admiraal Sir James Somerville en stond bekend onder den naam Force H.
Admiraal Somerville's eerste taak was het uitvoeren van een van de moeilijkste en meest tragische opdrachten waarmee ooit een Brits admiraal werd belast.
Admiraal Gensoul's vloot, waaronder de mooie nieuwe slagkruisers Strasbourg en Dunkerque, lag ten anker in Mers-el-Kebir. 

Na het tekenen van de Frans-Duitse wapenstilstand hadden de schepen geen actie meer gevoerd tegen de vijand. Het was maar al te duidelijk dat de vijand er reeds begerige blikken op gevestigd hield - en mochten deze en andere schepen van de Franse vloot in handen van de As-mogendheden vallen, dan zou de schaal nog verder doorslaan in het voordeel van de vijand. Men was overeengekomen dat geen officier van de Franse Marine zijn medewerking zou verlenen tot het geven of verkopen van schepen aan Hitler of Mussolini-. Toch vonden er in Frankrijk, onder „force majeure" vreemde dingen plaats, en Duitsland had zich al dadelijk een meester betoond in het afpersen van hen, wier bloedverwanten in de macht van de bezetter waren. Het werd daarom noodzakelijk geacht de schepen op afdoende wijze buiten werking te stellen.
Het was zelfs zo, dat de hoogste autoriteiten in Londen van mening waren dat, indien een aanzienlijk gedeelte van de Franse vloot in handen van de vijand zou vallen, Engeland's toch al magere kansen op noodlottige wijze zouden dalen.

Verschillende oplossingen worden de Fransen voorgelegd. De Franse schepen zouden zich als geallieerde eenheid weer aan Britse zijde kunnen scharen en naar een Britse haven of een haven in Frans West-Indie stoomen, om daar ontwapend te worden voor de duur van de oorlog.
Of wel, de schepen konden onklaar worden gemaakt door de Fransen tot voldoening van de Britse officieren, of door de Britten zelf. Binnen zes uur werd een antwoord verwacht.
Captain Holland, die tot kort tevoren Marine-attache was geweest in Parijs en vele vrienden had onder de Franse officieren, voer aan boord van een torpedobootjager naar Mers-el-Kebir om de voorwaarden te overhandigen. Er werd de nadruk op gelegd dat de eer der Franse officieren en manschappen op generlei wijze met deze maatregelen was gemoeid - dat slechts een open oog voor wat de Duitsers in hun schild voerden en waartoe ze in staat waren het nemen hiervan gebood. Ongelukkigerwijs verkoos Admiraal Gensoul trouw te blijven aan de nieuwe Franse regering. En zo zag Admiraal Somerville zich in de avond van de derde juli 1940 om 5.35, genoodzaakt een gerespecteerde en dappere bondgenoot onder vuur te nemen.

Aan den anderen kant van de Middellandse Zee was men tot een meer bevredigend vergelijk gekomen. Er vonden langdurige en voor beide zijden pijnlijke besprekingen plaats tussen Sir Andrew Cunningham en Admiraal Godfroy, die tenslotte eindigden in een overeenkomst waarbij de Franse schepen in Alexandria zouden worden ontwapend en het grootste deel van de bemanningen naar huis zou worden gestuurd. Dit Franse eskader vond later zijn plaats in het offensief van de Verenigde Volkeren dat de bevrijding van Europa ten doel had.

Zo werd dan de Middellandse Zee aan beide uiteinden beheerst door een eenheid van de Britse vloot, terwijl daar tussen een vijandelijke vloot lag die sterker was dan de twee Britse vlooteenheden samen.