Uit het Nieuw Guinea Dagboek 1962 van Jerry Vogelsang

Inleiding.

Gag is een klein eilandje dat ten westen van de Vogelkop en dicht bij het grotere eiland Waigeo ligt .

De bevolking van Gag bestond hoofdzakelijk uit Indonesiërs, vandaar dat het een uitstekende springplank was voor infiltranten om binnen te komen en vervolgens een poging te doen om het eiland Waigeo in te nemen.


Waigeo was altijd bezet door een Verpel Mariniers.

Het was een prachtig eiland met een geweldig strand, gelegen in een inham (baai) rondom met klapperbomen.

Het eiland Misool ten zuiden van Waigeo, deze beide eilanden werden bewaakt door twee Verpels Mariniers voor 4 weken, maar in praktijk liep dat wel eens uit.
Op Misool had je een flink groot dorp genaamd Waigama en ook hier bewoond door Indonesiërs.
Misool was geen prettig eiland om daar 4 weken te verblijven, het zat er vol met krokodillen en aggas (strandvlooien ) en patrouille lopen was geen lolletje vooral niet in de regentijd.
Ik heb het water uit de grond zien spuiten!.
 

   

Er gebeurden hele vreemde onverklaarbare dingen op dat eiland.
Het leek wel of het daar spookte.
We deden gewoon onze taak en stoorden ons er niet aan.
Maar het bleef wel in ons achterhoofd en je was doorlopend op je hoede.
Niet voor de Indonesiërs, maar wel voor die vreemde onopgeloste voorvallen.

“Misool ….een vreemd eiland met Indonesiërs als bewoners”.

De insecten…het was een plaag op bepaalde uren van de dag, tegen de avond de muggen als aflossing.

We moesten heel zuinig zijn met water.
Ik poetste op een avond mijn tanden met het water uit een kleinzielig stromend beekje.
Een uur of wat er na kreeg ik last van mijn tandvlees, het zwol op aan alle kanten…
Ik heb het geweten…dan maar niet meer tanden poetsen!

Het duurde een aantal dagen voordat ik weer de oude was.
Ik denk dat het gekomen is door vergiftige wortels die in het water lagen.
 

De wacht van 00.00 uur - 02.00 uur is vergeven door muskieten die voor je ogen dansten.

Gag.
Zaterdag 12 mei 1962, bewolkt en motregen”


Verpel 213 bezette het eiland, nadat de Neptunes het flink hadden gebombardeerd.
De nieuwe kampong was tot aan de grond toe afgebrand en de bewoners (Indonesiërs) hadden het oude gedeelte maar weer in gebruik genomen.
Ik had totaal geen meelij met ze want zij hielpen immers de infiltranten!
Maar voor de bewoners normaal om te helpen, het waren immers Indonesiërs!..
Deze Indonesiërs kwamen oorspronkelijk van Gabe vandaan , waar dat ligt weet ik niet, ik denk dat het ook een eiland moet zijn.
Het Verpel Mariniers 213 (incompleet ) , met een geweer groep van de Papoea Politie hebben positie ingenomen bij het strand tegen een heuvelrug aan voor de nodige camouflage.
Het was een verschrikking om daar je baleh baleh te bouwen voor het bivak….
Blubber door de vele regenbuien, vliegen en vooral die zwarte bosmuskieten waren aanwezig en vierden hoogtij van onze lichamen.
Laat tegen de avond waren we eindelijk klaar met het baleh baleh’s bouwen en stellingen ingraven, klaar voor komende nachten en konden toen gaan genieten van onze rantsoenen.

Witte bonen met spek in tomatensaus uit blik gedateerd …. 1948.!
Hutspot met klapstuk…met lange vlieguren……..
Drijfnatte stinkende kaas uit blik….
Witte vitamine C snoepjes die nu poeder waren.
Overjarige sigaretten en nog wat andere dingetjes uit het rantsoenpakket.

De wacht van 20 uur tot 22 uur, gelukkig een boeren nacht, misschien eindelijk slapen .

Gag
Zondag 13mei 1962, bewolkt.

De zondag werd als een gewone werkdag beschouwd, verbetering van onze stellingen en routine dag patrouilles waarbij o.a. de oude kampong in de gaten houden.
Mijn mortier in stelling gebracht en de richtstokken richting zee.
Tegen de avond naar de jongens van politie omdat ze wat gevangen hadden om te eten.
Gelukkig ……….die avond geen rantsoen uit de het pakket.

De politie jongens hadden een Bielolo-krab ( Heremiet krab dacht ik ), gevangen zo groot als een voetbal, ongelofelijk.
Een Bielolo-krab is een soort strandkrab die met zijn huisje overal op het strand rond rent maar wanneer je er te dicht bij komt dan kruipt het in zijn schelp.
Deze krab ruilt zijn schelp na verloop van tijd om voor een grotere, want ze groeien flink…….. Maar zo groot als deze nee …dat had ik nog nooit van mijn hele leven gezien…erg groot .
Het was me een heerlijk soepje gevolgd door krab met rijst .
Voldaan terug naar mijn baleh-baleh, een strootje roken onder de tent.
Geen lichtpuntje mag s ’avonds gezien worden, alles moet in het duister gedaan worden.

De wacht van 05.00 uur tot 07.00 uur – compleet met muggen.

Eerst je helemaal insmeren met muskieten olie, let wel, niet je gezicht, wél je oren .
Tenue in de duisternis, wanneer je de wacht had in de jungle:
Dungaree pak, hoge veldschoenen en leggings, lange mouwen, wollen handschoenen aan, (als je die toevallig had ) , bovenste knoop dicht van je pak en kraag op, vechtpet met muskietennet op ……. en dat in die hitte !!
Je hoort de muggen om je heen …..…. maar ondanks alle voorzorgsmaatregelen wordt je toch flink gestoken, het wemelt er van die krengen.
In het maanlicht zie je ze dansen voor het muggennet van je pet !!

Gag.
Woensdag 16 Mei 1962 , met zonnige perioden

Eendaagse patrouille rondom het eiland met de LCPR, landingen gemaakt met de Zodiacs en steek patrouilles gehouden.
Overal moeras en loempoer (modder) de Sergeant wordt bijna gebeten door een slang.
Tijdens de landingen is het helemaal een gokje dat je niet beschoten wordt vanuit de bush.
 

   

   
   

Mortiergroep op Misool: Jerry 2e van links

   

Vandaag gaan ook enkele jongens van de Mortieren met de Politie naar Waigeo.
Er moet een nieuwe bezetting gevormd worden.
De 81 m/m Mortier + granaten gaan mee met de groepscommandant en twee helpers.

Ik blijf alleen met mijn 60 m/m Mortier.
Ik was verknocht aan dat ding.
Schoot heel vaak met losse loop.
Het was een heerlijk gevoel als je doel raakte, vooral met losse loop was het geinig.
Gewoon een sport.

En toen…………
Kapitein Bunt had een plan……..
“Vogelsang, jij, heel vroeg in de morgen voor dageraad wordt je gebracht naar een klein eilandje, je opdracht is alles wat beweegt aan de overkant te noteren.
De overkant is "Indonesia.”
“Vogelsang, jouw tenue is:
sportwitje, sportbroek met gympies,
je wapen is je eigen pistool, met volle houder, verband tasje, verrekijker, potlood en papier en één veldfles met water.”
Ik was vrij van wacht die nacht….…jonge …. jonge..

Neen, ik kon niet goed slapen die nacht.
Mijn gedachten waren bij de opdracht voor morgen.
Alleen op een eiland te zijn en nog wel met een wit sportwitje, blauwe sportbroek en gympies.
Ik leek wel een doelwit en zo voelde het ook.


Gag
Donderdag 17 Mei 1962, wind en bewolkt

Was vanzelf wakker geworden en maakte me gereed.
At wat van de rantsoenen, maar er was niets te drinken , geen koffie voor Jerry.
Het was een winderige morgen en de wolken gingen laag over het water.
Er was een sterke wind, het beloofde een woelige zee te worden omdat er nu al schuimkoppen te zien waren op de golven.

 

De Zodiac lag op het strand en we duwden de boot met z’n drieën in het water, tegen de golven in en sprongen er vervolgens in terwijl de buitenmotor al draaide en weg waren we. .
Het was ruim een uur varen naar mijn bestemming en we waren kletsnat door het opspattende zeewater.
We kwamen aan de rustige kant van het eiland aan niet in het gezicht van de “overkant”.

En wég waren mijn twee collega´s in de Zodiac. .
Daar stond ik dan: in de voetsporen van Robinson Crusoë .
Wit sportwitje met blauwe sportbroek….gympies en was helemaal doorweekt.

Het eiland …….. piepklein …….niet veel beschutting van bomen of heuvels.
Sporen bij de vleet dat het eiland bezoek had gehad.
Geen blote voeten in het zand, die niet, maar wel van hoge schoenen!.
Sporen dat er boten in en uit het water waren gebracht.
Lege patroon hulzen, lege patroonclips van het M1 Garand geweer…
Dit wordt wat wanneer deze knapen weer terug komen.
“Ben ik de ………..je weet wel.”
Liep naar de zijde van het eiland waar ik de “overkant” goed kon zien.
Dacht daarbij aan mijn overlevingskansen voor het geval het mis zou gaan.…
Ik durfde daar niet aan te denken.
Geen kans om te ontsnappen, het eiland was te klein en niet genoeg dekking om een goede schuilplek te vinden….. dus “Loof den Heer !”.

Intussen een goede observatie plek gevonden met alle sporen om mij heen dat het eiland bezoek had gehad .

De overkant
Nee, ik weet niet wat voor eiland het is geweest.
Het was lang eiland en zag vliegtuigen op en af gaan en veel bootverkeer.
Maar kon niet zien wat deze vervoerden, ik noteerde dat het zeer druk was aan de “overkant”.
Het leek wel of ze wat aan het voorbereiden waren ….voor een slag op ons ?
Kleine vaartuigen die ergens naar toe gingen en weer terug kwamen naar dat eiland, wellicht met materiaal?


Dorst

Water, één veldfles..…we waren erop getraind om zuinig met water te zijn.
Desnoods alleen je lippen nat maken of op een steentje te sabbelen om het speeksel te laten komen in je mond.

Alles spookte door mij heen in het geval er tóch iets zou komen opdagen wat ik dan zou kunnen doen..
Ik wist het niet, een soort van paniek was het, maar ik werkte dat gelijk weg.
Want ik bereikte daar niets mee, het enigste was om je direct aan de omstandigheden aan te passen en dat is:
Je schuil en stil te houden en hopen dat ze je niet ontdekken.
Je te verdedigen zover het kan.
De laatste kogel is voor mij zelf.

Ik werd wat rustiger met die gedachte wat ik zou moeten doen.
Ik was georganiseerd en dat gaf me vertrouwen en mijn zekerheid terug.
Raakte meer en meer vertrouwd aan mijn omgeving, het was warm!
Eigenlijk was het een mooi eilandje…. dacht aan mijn jeugdjaren in Hollandia waar ik was opgegroeid.

“De laatste kogel voor mijzelf”
Ik wilde als het tegenzat, niet in handen van de “overkant” vallen.

Waarom die vrees?
Ik ben een Indische jongen en ben geboren in Soerabaya.
Heb de gevangen horen schreeuwen in Teminaboean toen ze verhoord werden…
Neen, dat was het laatste wat ik zou willen …dan maar liever …….”Looft den Heer” ……

De zon ging al zowat onder, zonsondergang in de tropen gaat snel en het was ook in een "poep en een scheet" donker.
Er was niets bijzonders te noteren dan alleen van wat ik in het eerste gedeelte van de dag had gezien en opgeschreven.
Het werd duister en je zag de lichtjes aan de “overkant” in de verte schitteren.
De schuimkoppen op de golven waren nog steeds te zien en dat betekende: nat worden op de terug weg.
Het werd donker, echt donker, alleen de schuim koppen waren zo nu en dan zichtbaar in het duister …..een geronk van een motorboot was te horen met de wind mee…

Wie zou het zijn, vriend of vijand……., soms hoorde je het … dan door de zeewind was het weer weg, dan ineens het is een bekend geronk, het was het , het kon niet meer mis het was vriend…mijn God wat was ik blij…

Ik zag de silhouetten in het duister… het waren de maten…
ik kon wel schreeuwen van blijdschap, ik was bevrijd van die verschrikkelijke angst en onzekerheid….
Ik wist niet hoe vlug ik op dat kleine strandje moest komen om mij zichtbaar te maken en het wachtwoord te schreeuwen tegen de wind in……!

Dit alleen zijn op dat eilandje zo dicht aan de “overkant” is mij nog heel lang bijgebleven.
De onzekerheid en angst die mij toen overviel en als een deken over mij kwam.
Zo erg dat ik bijna in paniek raakte.
Maar gelukkig bedacht ik een plan wat te kunnen doen.
Dat maakte me weer kalm en kreeg mijn zelfvertrouwen weer de overhand.

Tot op heden in 2006 proef ik het nog steeds ….hoe het was zo alleen op dat eiland te zijn.
Het staat gegriefd in mijn geheugen.

De “laatste” kogel heb ik altijd in mijn broekzak bewaard tijdens mijn andere patrouilles aan de westkust van Nieuw Guinea.
Tot op heden heb ik hem nog steeds die “laatste” kogel..

Er zijn nog andere ervaringen…Manelek inTeminaboean…

Gegroet Jerry Vogelsang
e-mail: jerry_vogelsang@hotmail.com

April 2006   ©  Veteranen -Online