Nieuw Guinea


Dekolonisatie
 

 
 


Marjon Riefel
          &          Eva te Winkel
Leerlingen 4e klas VWO  Isendoorn College te Zutphen

   Meneer ter Beek 2006

Inleiding
Onze geschiedenis PO gaat over de kolonisatie in Nieuw-Guinea. Wij houden bij onze PO wel een andere invalshoek aan dan de andere leerlingen, dat komt doordat onze kolonie na de bezetting van Nederland niet onafhankelijk werd maar gelijk bezet werd door IndonesiŽ.
Wij zijn erg benieuwd wat er eigenlijk in de periode na 1949 allemaal met Nieuw-Guinea gebeurde en welke rol Nederland daarin speelde. Onze hoofdvraag heeft dus alles te maken met de rol die Nederland vervulde in Nieuw-Guinea. Ook zijn wij erg benieuwd na de reden waarom Nederland Nieuw-Guinea heeft afgestaan aan IndonesiŽ terwijl Nederland juist heel graag wilde dat Nieuw-Guinea onafhankelijk werd.

Onze hoofdvraag luidt: 
- Wat wilde Nederland in Nieuw-Guinea bereiken na 1949, en in hoeverre is Nederland daarin geslaagd?
 

Onze deelvragen: 
- wanneer en waarom werd Nieuw-Guinea gekoloniseerd?
- Wie zijn de oorspronkelijke inwoners van Nieuw-Guinea?
- Wat is dekolonisatie?
- Wat waren de conflicten tussen Nederland en IndonesiŽ rond Nieuw-Guinea?
- Is er sprake geweest van dekolonisatie in Nieuw-Guinea?

 Wanneer en waarom werd Nieuw-Guinea gekoloniseerd ?

De kolonisatie begon in de 15e eeuw, het waren vooral handelsnederzettingen langs de Afrikaanse en Amerikaanse kust.

De Nederlandse kolonisatie kwam op haar hoogtepunt tijdens de periode van de VOC.

Deze Verenigde Oost-Indische Compagnie was zo groot dat ze in de 18e eeuw 25.000 mensen in dienst hadden en 1500 schepen bezaten.

Van deze kolonies haalde Nederland vooral specerijen, daardoor werd Nederland een rijk land.

In hun kolonies stichtten ze handelsposten en nederzettingen, daardoor werd hun positie in het land versterkt.

De grootste reden waarom er gekoloniseerd werd was om meer macht en rijkdom te krijgen.

Dat deden ze door op hun kolonie:


-
Mensen goedkoop te laten werken.
- Er grondstoffen vandaan te halen
- Door er een afzetgebied van goederen te creŽren.

De 1eNederlander die op Nieuw-Guinea aankwam was Willem Janszoon.
In 1600 werd het westelijke deel van Nieuw-Guinea opgenomen in het handelsnetwerk van de VOC.

Vanaf 1825 maakte dit gedeelte van het eiland officieel deel uit van Nederlands-IndiŽ.

Nederland stichtte er ook een hoofdstad genaamd Hollandia. Verder ging de bemoeienis van de Nederlandse regering met Nieuw-Guinea eigenlijk niet.
Pas in 1949 toen IndonesiŽ onafhankelijk werd begon Nederland zich te interesseren in Nieuw-Guinea.


In Nieuw-Guinea wonen heel veel verschillende volkeren, na BraziliŽ heeft het eiland het grootste aantal stammen dat in afzondering leeft. Dit zijn er ongeveer 250 waarvan sommige helemaal geen contact met de buitenwereld hebben.


Wat ook opvallend is dat ondanks de grootte van het eiland (het is 14x zo groot als Nederland) er maar 0,01% van de wereldbevolking woont, maar deze 5.000.000 mensen spreken bij elkaar wel 15% van alle bekende talen in de wereld.

Vanwege het klimaat leven de bergpapoeaís op een heel andere manier dan de kustpapoeaís. De bergpapoeaís eten vooral zoete aardappelen en cassave. Terwijl de kustpapoeaís leven van sago en vis.


Bronnen:
http://mediatheek.thinkquest.nl/~voc/nl/index.php3 http://nl.wikipedia.org/wiki/Kolonisatie
http://www.noordholland.nl/Images/65_68536.jp(illustratie)

 

De armoede in Nieuw-Guinea is groot, de meeste mensen maken er niet eens hun basisschool af en aids is er een grote bedreiging voor het voortbestaan van het land.

Ook is het land helemaal niet veilig, er zijn veer bendes waar vooral vrouwen en kinderen het slachtoffer van zijn.  

Maar er zijn wel andere landen die veel geld verdienen aan Nieuw-Guinea, een voorbeeld daarvan zijn de grote houtkapbedrijven uit MaleisiŽ en Korea.
Zij kappen de grote oerwouden daar drie keer zo snel als dat zij kunnen aangroeien. Op deze manier bedreigen ze de grootste tropische regenwouden ter wereld.

De laatste tijd vindt er wel steeds vaker kleinschalige kap van oerwoud plaats door de lokale bevolking. Deze kap zorgt ervoor dat de economie daar een stuk beter wordt.

Dit zijn twee bevolkingspiramides van Nieuw-Guinea, de eerste is van het jaar 2000, en op de tweede zie je hoe Nieuw-Guinea er in 2050 uit zal zien.

   

   
         
   

   
   

 

Bronnen:

http://www.survival-international.org/nl/tc%20papua.htm

http://www.geolinks.nl/papoea2.htm

http://www.klap.net/vogelvlucht/papua/papua-n-g.html

http://www.greenpeace.nl/campaigns/oerbossen/oerbossen-wereldwijd/papoea-nieuw-guinea

http://mediatheek.bibliotheek.nl/content/default.asp?ContextID=17284

   

Wat is dekolonisatie
De kolonisatie is het proces waarbij kolonies zelfstandig worden.

Deze kolonies kiezen er dan bewust voor om een eigen natie te vormen die niet langer onderdrukt wordt door een ander land.

Voor de meeste kolonies is het moeilijk om onafhankelijk te worden, vaak hebben ze de steun van een ander land nodig of het land waarvan de kolonie is moet mee willen werken.

Dekolonisatie vond vooral plaats tussen 1960 en 1975, maar ook daarvoor en daarna kwam het nog regelmatig voor.

Een voorbeeld van een ex-kolonie van Nederland is IndonesiŽ, maar toen zij in 1949 officieel onafhankelijk werden vonden zij dat niet genoeg.

Ze wilden het gebied Nieuw-Guinea er ook bij hebben.
Ze zagen Nieuw-Guinea als een provincie van IndonesiŽ. Maar Nieuw-Guinea was destijds nog gekoloniseerd door Nederland, en ze wilden juist onafhankelijk worden.
Nederland had ze die onafhankelijkheid beloofd en was al bezig met het maken van een regering voor Nieuw-Guinea.

Maar dat kon Soekarno (de leider van IndonesiŽ) helemaal niets schelen, hij trok IndonesiŽ toch bij haar grondgebied aan, zo mislukte het plan van Nederland om van Nieuw-Guinea een onafhankelijk land te maken.  















Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Dekolonisering
http://www.scholieren.com/werkstukken/21681
http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlands_Nieuw-Guinea

 

Wat waren de conflicten tussen Nederland en IndonesiŽ rondom Nieuw-Guinea ? 

Toen de Republiek IndonesiŽ onafhankelijk werd in 1949 van Nederland, was er nog niets Besproken over Nieuw-Guinea.
De vice-president van IndonesiŽ kondigde voor de onafhankelijkheid zelfs nog aan dat de Nieuw-Guinea kwestie werd besproken na de overdracht. Zo kregen de Nederlanders een idee dat de IndonesiŽrs nog niet echt belang hadden in Nieuw-Guinea.

Ook beweerde de Nederlanders dat Nieuw-Guinea qua taal en gewoontes te ver van de IndonesiŽrs af lag. Tenslotte was Nederland niet bereid Nieuw-Guinea af te staan aan IndonesiŽ als het zelfbeschikking van de Papoeaís nog niet was geregeld.
De Nederlanders hadden met de Papoeaís een goede band opgericht en ze wilden dus ook dat de Papoeaís zelfstandig werden.
Ook werkten de Papoeaís in de kampen van de Nederlanders waar ze best veel geld mee verdienden, al met al de Papoeaís waren tevreden met de situatie.
Nederland wilde het land dus ook goed ontwikkelen terwijl IndonesiŽ er anders over dacht, zij wilde het hele gebied Nederlands-IndiŽ over nemen waaronder dus ook Nieuw-Guinea viel. Heel Nederlands-IndiŽ moest tot ťťn centraal IndonesiŽ behoren.

 

Begin 1950 vertrokken de eerste Nederlandse mariniers per schip naar Nieuw-Guinea. De landmacht en de politie waren er toen ondertussen al. Er werden zeer veel patrouilles gelopen om te laten merken dat Nederland er nog was, en dat ze niet zomaar Nieuw-Guinea laten inlijven bij IndonesiŽ. De Papoeaís ontvingen die patrouilles altijd zeer hartelijk, ze heven zelfs de Nederlandse vlag. Dit laat ook weer zien dat de Papoeaís zeer vriendelijke mensen waren en dat ze dus ook goed op konden schieten met de Nederlanders. In 1952 probeerde IndonesiŽ door militairen naar Nieuw-Guinea te sturen meer aanspraak te krijgen op het gebied. De verstandshouding tussen Nederland en IndonesiŽ verslechterden steeds meer. De Nieuw-Guinea kwestie vormde een groot obstakel voor goede banden met Nederland en IndonesiŽ

Vanaf 1957 begon IndonesiŽ met het nemen van economische maatregelen tegen Nederland.
Import van goederen uit Nederland werden verboden. Er ontstonden stakingen in Nederlandse bedrijven.
De verontwaardiging hierover was in Nederland groot.
Men kreeg het idee dat president Soekarno Nederland als zondebok gebruikte voor de slechte economische toestanden in IndonesiŽ, en dat het conflict Nieuw-Guinea werd gebruikt als een afleidingsmanoeuvre voor het Indonesische volk.

Eind jaren í50 werd het Indonesische leger op sterkte gebracht. Dit veroorzaakte in Nederland zorg om een mogelijke militaire inval van IndonesiŽ in Nieuw-Guinea. Nederland besloot dan ook om begin jaren zestig Nederlandse dienstplichtigen te sturen naar Nieuw-Guinea voor de verdediging van Nederland zijn laatste kolonie.

Ondertussen ging de Verenigde Naties ook wel de VN er zich mee bemoeien. Nederlandse troepen moesten plaatsmaken voor VN troepen. VN organisatie bracht een stem uit over trustgebieden, gebieden die namens de VN door een ander land werden bestuurd. Minister Luns (hij  was verantwoordelijk voor buitenlands beleid buiten Europa) overlegde met de VN over dat Nieuw-Guinea misschien wel zoín trustgebied moest worden, maar dit werd afgewezen.

De VN zelf konden zoín gebied op dat moment niet besturen. Nederland streefde naar internationalisering van het probleem rond Nieuw-Guinea. Onder internationalisering werd verstaan dat de VN of andere landen met het conflict te maken zouden krijgen. Het kon ook betekenen dat de onafhankelijkheid van Nieuw-Guinea aan de VN zou worden overgedragen.

 IndonesiŽ kreeg hulp van de Sovjet-Unie, terwijl Nederland steun kreeg van de Amerikaanse president Eisenhouwer. Toen J.F. Kennedy gekozen werd tot president van Amerika veranderde de situatie drastisch. J.F. Kennedy verklaarde in een toespraak dat Nieuw-Guinea tot ťťn van zijn aandachtspunten in de wereld behoorde. Men wilde er geen gewapend conflict in AziŽ bij hebben.

Het hoogtepunt van het eerste gewapend conflict tussen IndonesiŽ en Nederland was in 1962 namelijk: de Slag bij Vlakke hoek. Hierbij werden enkele Indonesische motortorpedoboten die infiltranten aan land wilden zetten door de Nederlandse marine onderschept en tot zinken gebracht. De mogelijkheid van een oorlog tussen Indonesische en Nederland werd zo steeds reŽler. Nederland stuurde nog meer dienstplichtigen naar Nieuw-Guinea.

Op 2 januari 1962 was Nederland bereid zonder voorwaarden met IndonesiŽ te onderhandelen over Nieuw-Guinea. IndonesiŽ hoefden dus niet eerst het zelfbeschikking van de Papoeaís te aanvaarden.

Mede op aandringen van Prins Bernhard begon de VS meer druk uit te oefenen op de Nederlandse regering om in te stemmen met onderhandelingen. Bernhard was er van overtuigd dat Nederland zich uit Nieuw-Guinea moest terugtrekken en zich moest concentreren op Europa. Bernhard bemoeide zich er veel mee, zo kwam hij met het P.B voorstel dat uit drie punten bestond.

Ten eerste dat Nederland verklaarde Nieuw-Guinea over te dragen aan een trustschap. Dat betekende een bestuur voor Nieuw-Guinea samengesteld uit vertegenwoordigers van een groep landen.

Ten tweede zou Nederland nooit meer een teruggave van Nieuw-Guinea aanvaarden. En als laatste zal Nederland erin toestemmen dat haar ambtenaren zo lang in functie zouden blijven als de trusthouders wilden. Minister Luns vond het voorstel eigenlijk helemaal niks. Het is duidelijk dat de prins hoopte dat zijn plan de Amerikanen zou beÔnvloeden Nederland, en minister Luns, onder druk te zetten.
Hoe sneller Nederland uit Nieuw-Guinea kon vertrekken, hoe beter vond prins Bernhard.

Op 15 augustus 1962 kwam door de bemoeienis van de VS Nederland en IndonesiŽ tot een overeenkomst die werd voorgesteld door de Amerikaanse diplomaat Bunker.
Volgens dit akkoord droeg Nederland Nieuw-Guinea formeel over aan de VN, die het later op 1 mei 1963 weer aan IndonesiŽ overdroeg. 

Het is gelukkig nooit echt tot een oorlog gekomen tussen Nederland en IndonesiŽ. Men wilden elkaar eigenlijk een beetje afschikken in plaats van doden. Door de bemoeienis van de VS kwamen Nederland en IndonesiŽ tot een overeenkomst die werd voorgesteld door de Amerikaanse diplomaat Bunker. Volgens dit akkoord droeg Nederland Nieuw-Guinea formeel over aan de VN, die het later weer aan IndonesiŽ overdroeg.


Is er sprake geweest van dekolonisatie in Nieuw-Guinea ?

Op de vraag of Nieuw-Guinea gedekoloniseerd is is niet zoín moeilijk antwoord te vinden. Nederland wilde graag dat het land onafhankelijk werd en dat de Papoeaís dus de zelfbeschikking kregen. IndonesiŽ wilde graag het land inlijven bij hun zelf.
Toen de hele Nieuw-Guinea kwestie tussen Nederland en IndonesiŽ over was en bekend werd dat Nieuw-Guinea bij IndonesiŽ kwam, voelden de Papoeaís niets anders dan verraad aan de Nederlanders.

De Nederlanders hadden hun vertrouwen geschonden, en zouden de Papoeaís zelfbeschikking geven. Maar de Nederlanders konden geen kant op, IndonesiŽ was veel sterker dan hen. Nederland kreeg niet veel steun van haar bondgenoten in tegenstelling tot IndonesiŽ die wel steun kreeg van haar bondgenoten.
Hoe graag de Nederlanders ook wilden dat Nieuw-Guinea onafhankelijk werd, ze kregen het niet voor elkaar.

Dus Nieuw-Guinea kwam bij IndonesiŽ, dat betekende voor de Papoeaís dat ze nog steeds niet onafhankelijk waren, en dus nog steeds niet gedekoloniseerd. Ze waren als ware nog steeds een bezit van een ander land.
Er werden dan nog wel volksraadplegingen gehouden eind jaren zestig, maar die vonden plaats onder grote druk van het Indonesische leger. Dus moesten de Papoeaís wel instemmen om zich bij IndonesiŽ in te lijven.
De Papoeaís werden onder grote druk gezet en ze mochten zelf bijna niets beslissen.


We kunnen zeggen dat de dekolonisatie van Nieuw-Guinea mislukt is.
Terwijl wij ons maar blijven afvragen waarom IndonesiŽ zo graag Nieuw-Guinea wilde als kolonie. Ze kapten de bossen, haalden wat hout er vandaan en verder was er niet echt veel winst te behalen voor de IndonesiŽrs. Het leefgebied van de Papoeaís werd vernield, en waarvoor!!
Ze konden beter Nieuw-Guinea onafhankelijk maken, want dan was iedereen tevreden.

   

 

   

Bronnen:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlands_Nieuw-Guinea

Verdere informatie opgedaan via het interview met Flip Burggraaf

http://staff.science.uva.nl/~dcslob/lesbrieven/Corine/TEKST.HTML

 

Interview
Om meer een idee te krijgen hoe het er precies aan toe ging op Nieuw-Guinea en om meer achtergrond informatie te verzamelen hebben wij bedacht om iemand te gaan interviewen.

Dus zijn we op zoek gegaan naar een veteraan die in de periode van 1949 tot 1962 op Nieuw-Guinea geweest is.
Via de site van het veteranen instituut hebben we toen een e-mail ontvangen van Flip Burggraaf, hij vond het goed als we hem kwamen interviewen.
Nadat we een paar mailtjes heen en weer gezonden hadden hebben we hem op vrijdag 2 juni bij hem en zijn vrouw thuis geÔnterviewd.

Dit is wat daaruit gekomen is:

Persoonlijke gegevens
Naam:              Flip Burggraaf
Geboren:          8 augustus 1940
Woonplaats:     Zutphen

In welke periode bent u uitgezonden geweest naar Nieuw-Guinea?
Ik had voor zes jaar getekend bij de marine, eerst heb ik in Nederland bij de duikboten dienst gezeten en daarna ben ik voor 18 maanden
naar Nieuw-Guinea uitgezonden.
Dit was in de jaren 1961 en 1962.

Bent u vrijwillig of in dienstplicht naar Nieuw-Guinea gegaan?
Vrijwillig, nadat ik had getekend voor 6 jaar bij de marine kon ik overal naartoe gestuurd worden, het is dan geen dienstplicht want je hebt er
zelf voor gekozen.

In welk gebied heeft u gezeten?
Ik heb de hele periode dat ik in Nieuw-Guinea was op Biak gezeten.
Biak is een eiland aan de noordkant van Nieuw-Guinea, het is ongeveer 50 kilometer lang en 18 kilometer breed.

     

     


Hoe was de toestand in het gebied? Hoe zag het eruit?

Biak was eigenlijk ťťn groot oerwoud, het was bijna helemaal bebost.

Alleen op de plek waar de Nederlanders hun kazernes en vliegveld gebouwd hadden was het bos gekapt. Ons ďkampĒop Biak was ongeveer net zo groot als een groot dorp, er stonden een aantal stenen gebouwen en voor de rest waren het grote
loodsen.

 

Wat was uw taak in Nieuw-Guinea?

 Ik was Hofmeester, dat betekende dat ik de onderkomens van de officieren moest onderhouden en dat ik in de keuken moest helpen als
 bediende.

 Ook moest ik soms de wapenloodsen bewaken.

 

Was er zichtbaar strijd tussen Nederland en IndonesiŽ?

Aan het begin was het tussen Nederland en IndonesiŽ nog rustig, we merken weinig wan de ruzies. Maar toen Soekarno besloot dat hij Nieuw-Guinea bij zijn gebied aan wilde sluiten begon het gedonder.

Hij liet steeds vaker infiltranten afzetten op Nieuw-Guinea, dat deed hij vooral aan de zuidkant dus daar hadden wij geen last van. Maar echt gewelddadig was het niet, er was immers geen oorlog uitgeroepen. Als Nederlandse militairen de infiltranten gevangen namen werden zij in kampen gezet en met het eerst volgende vliegtuig weer naar IndonesiŽ gebracht.

Er gingen zelfs verhalen dat sommige van die Indonesische militairen op deze manier wel drie keer naar Nieuw-Guinea gekomen zijn en weer terug gebracht werden.

Het ergste incident dat er gebeurd is was de ďslag bij Vlakke HoekĒ daarbij brachten de Nederlandse militairen een Indonesische torpedoboot tot zinken, maar de bemanning hebben ze toen wel levend uit het water gehaald.

 

Aan welke kant stond de bevolking van Nieuw-Guinea?

Eigenlijk hadden de meeste Papoeaís niet eens door dat ze bezet waren door de Nederlanders. Ze vonden het eigenlijk alleen maar handig, op de Nederlandse kazernes konden ze namelijk wat geld verdienen en er waren dingen die ze helemaal niet kenden (zoals een bioscoop).

Maar als de Papoeaís mochten kiezen wilden ze toch graag een onafhankelijk land zijn, daarom hadden ze liever Nederland als IndonesiŽ want Nederland had ze onafhankelijkheid beloofd terwijl IndonesiŽ Nieuw-Guinea als kolonie wilde hebben.

 

Hoe heeft u de periode in Nieuw-Guinea ervaren?

Nou, als ik had mogen kiezen was ik toch liever naar CuraÁao gegaan (de andere mogelijkheid), daar was namelijk meer te beleven.

Op Nieuw-Guinea was behalve de bioscoop, de kantine en de zee weinig te doen.

Maar achteraf ben ik blij dat ik er geweest ben, zoiets maakt lang niet iedereen mee.

Wat was de reden dat u terug kon naar Nederland?

Toen de oorlogsdreigementen van Soekarno steeds erger werden en Rusland zich ook nog eens bij Soekarno aansloot kon Nederland geen kant meer op.

Ook Amerika vond dat Nederland Nieuw-Guinea af moest staan aan IndonesiŽ.

Uiteindelijk moest Nederland tijdens geheime besprekingen in Amerika Nieuw-Guinea afstaan aan IndonesiŽ.

In het contract dat er toen ondertekend werd stond ook dat Nieuw-Guinea twee jaar later zou mogen stemmen over de toekomst van hun land. Deze stemmingskans is er alleen nooit geweest.

Maar doordat IndonesiŽ toen de baas werd op Nieuw-Guinea hadden de Nederlanders er niets meer te zoeken en werden alle militairen weer naar huis gestuurd. Ik dus ook, maar mijn tijd van anderhalf jaar daar was toch al om dus ik zou sowieso naar huis gaan.

 

Kunt u ons nog iets leuks vertellen over iets wat u in Nieuw-Guinea heeft meegemaakt?
Nou, ťťn van de 1e dagen dat ik op Nieuw-Guinea was moest ik ís nachts de wapenloodsen bewaken, eigenlijk moest dat samen met een andere militair die er al langer was, maar hij kwam niet opdagen. Uiteindelijk werd ik toen in mijn eentje, midden in de nacht, met een jeep ergens in het oerwoud neergezet, terwijl mij net daarvoor verteld was dat er allemaal slangen in het oerwoud zaten. Ik was dus helemaal bang en heb daar 20 minuten verstijfd op mijn plek gestaan, gelukkig kwam de jeep toen terug met nog een militair zodat ik daar niet meer alleen was. Maar toch ben ik dit nooit vergeten.

 

     

     
     

 

Bronnen:

Het boekje Nieuw-Guinea Torn

Uitgegeven door het ministerie van Marine (uitgereikt aan alle Nieuw-Guinea veteranen)

http://www.veteraneninstituut.nl/viewpage.asp?pag_id=22117 

http://www.biak.info/sobat/index.html (foto)

     


Artikel


Prins Bernhard

De prins betrapt

Luns aan zet

 

         

Op 4 juni 1962 was Prins Bernhard nogmaals op bezoek bij president Kennedy. Zoals gebruikelijk kreeg Kennedy weer een voorbereidend memo over zijn bezoeker. Daarin stond dat Bernhard 'hoort tot diegenen die de politiek van Luns ten aanzien van Nieuw-Guinea beschouwen als volstrekte dwaasheid'. Voor de prins was het bezoek de afsluiting van een lange reis, waarbij hij onder meer een NAVO-basis in Alaska had bezocht. Geen geheime missie deze keer en de prins gaf ook een persconferentie in Washington. Op vragen van journalisten over Nieuw-Guinea, beaamde hij dat het Plan Bunker de basis was voor onderhandelingen, maar 'dat is geloof ik al officieel aangekondigd door onze regering', aldus de prins, die zo dit toch wel politieke antwoord nog probeerde te verdoezelen. In Nederlandse kranten was er enig rumoer. Bij de terugkomst van de prins op Schiphol enkele dagen later, was er daarom opnieuw een persconferentie. Bernhard herhaalde wat hij in Washington had gezegd. Daarna vroeg hij aandacht voor iets wat hem dwars zat: een stuk uit Elseviers Weekblad van 26 mei dat hij net in het vliegtuig had gelezen. Prins Bernhard deed een felle uitval naar dit stuk, dat volgens hem volstond met leugens en dat -in bedekte termen- tegen hem was gericht.
De op Schiphol aanwezige journalisten wisten niet hoe snel ze de twee weken oude Elseviers Weekblad uit het archief moesten halen Hoofdredacteur H. A. Lunshof schreef daarin over plannen voor een tegenregering,

waarbij eerst het probleem Nieuw-Guinea moest worden geliquideerd, evenals minister Luns ten val gebracht. Onder de kop 'Het verraad', was het een suggestief en tamelijk cryptisch artikel waarin echter geen enkele naam viel. Vermoedelijk was prins Bernhard een van de weinigen die het echt begreep. Hij liet hoofdredacteur Lunshof op paleis Soestdijk komen voor tekst en uitleg. Lunshof verklaarde na afloop dat alles op een misverstand berustte en dat hij en de prins dit conflict als een afgedane zaak beschouwden.
Premier De Quay noteerde in zijn dagboek op 28 juni: 'ZKH de prins kwam me bezoeken. Strikt vertrouwelijk: Luns heeft de artikelen van Lunshof praktisch gedicteerd. Daar zie je het, wat ik vermoedde. Lelijk'. Waarschijnlijk had minister Luns in deze periode lucht gekregen van de uiterst geheime bemoeienissen van Bernhard met de kwestie Nieuw-Guinea en had zijn vriend Lunshof verzocht een artikel te schrijven. Zo'n stuk kon natuurlijk niet rechtstreeks tegen de prins worden gericht. De aanval werd daarom geopend op een groep zakenlieden die al langer openlijk pleitten voor de overdracht van Nieuw-Guinea aan IndonesiŽ. Dit was de zogenaamde groep-Rijkens, captains of industrie die zich verzetten tegen het behoud van Nieuw-Guinea, omdat juist dat de positie van hun bedrijven in IndonesiŽ schaadde. Rijkens was ook betrokken bij de Bilderberg-groep, in 1954 opgericht door Bernhard als overlegorgaan, waar invloedrijke politici, zakenlieden en anderen uit de
gehele wereld vrijelijk hun mening konden ventileren zonder gehinderd te zijn door regeringsstandpunten. De contacten tussen Bernhard en de groep-Rijkens waren ook in Amerika bekend.

In het begeleidend schrijven bij het 'P.B. voorstel' staat: 'Het is ons bekend dat de denkbeelden van Prins Bernhard de opvattingen weerspiegelen van het zakenleven in Nederland, met wie hij zeer nauwe betrekkingen heeft'. Waarschijnlijk is ook de mening van nog een andere groep van invloed geweest op de denkbeelden van de prins, namelijk de Nederlandse militaire leiding, de chef-staven. De prins had daar als inspecteur-generaal regelmatig contact mee. In een zeer geheim defensie rapport van maart 1960 over de verdediging van Nieuw-Guinea staat: 'Verlies van Nederlands Nieuw-Guinea aan de vijand betekent niet een bedreiging tegen het voortbestaan van Nederland als vrije natie'. De militairen legden zich in het rapport nadrukkelijk neer bij het politieke besluit om vast te houden aan het laatste stukje koloniaal bezit in AziŽ, maar hun prioriteit lag duidelijk bij de NAVO. Advocaat Henry G. Walter jr. vergeleek de houding van Bernhard met die van 'een bevelhebber die de militaire aanvoerlijnen op orde wil brengen'.


Bron:
http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/5655334/items/5655505/

Overgebleven vragen
 

Vraag: Wat deed prins Bernhard allemaal eind jaren í60, en wat was precies zijn doel?

 

Toelichting:

 

Prins Bernhard heeft een grote gespeeld in het dekolonisatieproces van Nieuw-Guinea.

Vooral in de laatste periode (rond 1962) drong Bernhard erg aan met zijn plannen.

Hij vond dat Nederland zich niet meer met Nieuw-Guinea moest bemoeien en dat ze zich meer moesten richten op Europa. Hij bemoeide zich er te veel mee tot ergernis van velen.

 

Wij zouden hier nog een deelvraag van kunnen maken, omdat Bernhard toch vooral in de jaren í60 een grote rol heeft gespeeld om Nieuw-Guinea buiten Nederland te houden. Verder hebben we niet echt overgebleven vragen, we vinden dat we al het belangrijkste hebben verteld.

 

         

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding:Prins_Bernhard_RVD.jpg (illustratie)

Conclusie
 

Hoofdvraag: Wat wilde Nederland in Nieuw-Guinea bereiken na 1949, en in hoeverre is Nederland daarin geslaagd?

 

Wij zijn erachter gekomen dat Nederland een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in Nieuw-Guinea. Nederland heeft Nieuw-Guinea gekoloniseerd en had daarmee ook een duidelijk doel voor ogen namelijk: bestuur vestigen en zorgen dat de Papoea bevolking onafhankelijk wordt.

Voor 1949 keek Nederland niet echt uit naar Nieuw-Guinea, maar toen IndonesiŽ onafhankelijk werd in 1949 en hun uit waren op gebiedswinst gingen de Nederlanders toch een klein beetje zorgen maken om de kolonie.
Ze gingen meer geven om de kolonie, en ook steeds meer om de bevolking. IndonesiŽ wilde echter Nieuw-Guinea inlijven bij hun land, maar als dat gebeurde zou het betekenen dat het dekolonisatieproces van Nieuw-Guinea mislukt is.

Nederland had dan gefaald en de Papoeaís hadden dan nog steeds niet hun zelfbeschikking. Nederland was een klein land en kon niet goed meekomen met zoín groot land als IndonesiŽ, ze voelden al verlies van de kolonie naderen, maar ze vochten tot het laatste moment mee.
Toen op 1 mei 1963 Nieuw-Guinea bij IndonesiŽ inlijfde voelden de Papoeaís niets anders dan verraad aan de Nederlanders vooral. Het was mislukt, Nederland was niet in haar rol geslaagd om Nieuw-Guinea onafhankelijk te maken, tot zeer grote teleurstelling van zowel de Nederlanders als de Papoea bevolking.

 

Nieuw-Guinea ging onder Indonesisch gezag Irian Jaya heten.
 

 

 


Mening

Wij vonden dit een hele leuke opdracht, maar we hadden hem wel een beetje onderschat.

Na een aantal weken kwamen we er namelijk achter dat we geen goede deelvragen hadden, terwijl we een deel ďvan die foute deelvragenĒ al uitgewerkt hadden.

Toen hebben we alle informatie bewaard en met die informatie die we al hadden, zijn we weer opnieuw begonnen.

Gelukkig is alles toch nog goed gekomen en hadden we alles op tijd af.

We hebben het gevoel dat het een goed werkstuk is geworden en dat we nu een hele hoop van Nieuw-Guinea (en de mislukte dekolonisatie) afweten. Het interview met Meneer Burgraaf was ook erg leuk en leerzaam. We hopen dat u met plezier ons werkstuk zal lezen!!!!
 

Marjon Riefel

Eva te Winkel
Isendoorn College:    www.isendoorn.nl


 

Bronvermelding:

 

Boeken: 

  • B.R de Geus, De Nieuw-Guinea kwestie, aspecten van buitenlands beleid en militaire macht, leiden, 1984
  • Nieuw-Guinea Torn, uitgegeven door het ministerie van Marine, uitgereikt aan alle Nieuw-Guinea veteranen.
  • Pharos, geschiedenis voor de tweede fase, VWO,2003, Thieme/Meulenhoff.

 

Internet: 

 

Verdere informatie hebben we opgedaan via het interview met Flip Burggraaf. e-mail:  flipburggraaf@hetnet.nl