"Ze zijn in jute zakken gestopt, in zee gegooid en vele vrouwen werden eerst verkracht."

Het lijden van Biak
Dr C. Lagerberg

De harde kern van het verzet van de kust-Papua's, dat al sinds het midden van de 19de eeuw door de protestantse Zending onder beschaving werden gebracht, bood niet alleen verzet vanuit Manokwari, maar even sterk vanuit Biak.
Na de volksraadpleging van 1969 en het vertrek van de V.N. was er geen enkele matigende invloed meer op het Indonesisch bestuur, terwijl het Papua-verzet in de vorm van de vrijheidsbeweging OPM zich verhardde.
De Papua-dorpen in West-Biak met clans als Awom, Dimara en andere, waarvan de namen maar beter niet vermeld kunnen worden, hadden toen al een traditie van verzet.
Verslaggever Henk de Mari, die bij zijn verblijf al geruime tijd het vertrouwen van de Papua's gewonnen heeft, tekende uit de mond van enkelen een weergave op van strafexpedities, die opvallend veel lijken op het Amerikaanse optreden in de Vietnam -oorlog, toen het dorp Mei Long slachtoffer werd van een massamoord.

We schrijven juni 1974. Na een aanval van de OPM op het Indonesische leger, waarbij een tiental slachtoffers aan Indonesische kant gevallen zou zijn, komt de vergelding van de Indonesische ťlite troepen in de vorm van het uitmoorden van de aanpalende stranddorpen Kridori en Wusdori in West-Biak. Het Indonesische leger patrouilleerde langs de beide dorpen en trof niemand aan.
Na twee dagen was de bevolking na zich schuil gehouden te hebben in het oerwoud weer in het dorp om onverwachts geconfronteerd te worden met de teruggekeerde patrouille, die de mannen, 25 uit Wusdori en 30 uit Kridori op een open plek tussen de twee dorpen bij de kerk bijeendreven en dwongen met schoppen en handen een grote kuil te graven .
Het procťdť is bekend: een fusillade met vrouwen en kinderen als bedreigde toeschouwers, een Biaks 'killing field'. Behalve getuigen zouden bij een opgraving ook de lijken kunnen spreken .

 En dat was het einde niet: een dag later kwamen de militairen terug met 30 andere verdachten uit omliggende dorpen, die ze met stenen om de hals in de prauwen van Wusdiri en Kridori dwongen en uit de kust voeren om hen binnen het zicht van vrouwen en kinderen, samengedreven op het strand over boord te zetten en te verdrinken. Van die lichamen zal moeilijk een overblijfsel te vinden zijn, maar opsporing lijkt niet waarschijnlijk.

Een van de meest traumatische gebeurtenissen in de reeks van mensenrechtenschendingen speelde zich in Biak af op 6 juli 1998. Het ging om de herdenking van 1 juli 1971 1) toen de onafhankelijkheid van Papua op het eiland werd uitgeroepen als reactie op de frauduleuze volksraadpleging van 1969 en de daarop volgende nationale Indonesische verkiezingen.

Biak riep daarmee als eerste de onafhankelijke staat West-Papua uit, ofschoon het overgrote deel van Nieuw-Guinea dat pas zou doen op 1 december, de dag waarop de Papua's in 1961 van Nederland een vlag en een volkslied kregen.

De Biakse herdenking van 1 juli 1971 had in 1998 een bijzondere actualiteit omdat na de val van president Soeharto en het aantreden van president Abdulrahman Wahid in een onrustig en opstandig IndonesiŽ op 22 april leden van het Amerikaanse congres een brief gericht hadden aan de president van de Verenigde Staten om een einde te maken aan het onrecht dat de Papua's door de volkspeiling van 1969 was aangedaan. Afschriften van die brief kwamen in het bezit van Papua's op Biak
.
Jaar na jaar had zich op 1 juli het verzet herhaald van een vrijheidsbeweging, die geworteld is in een verleden, dat verder reikt dan de Indonesische anti-koloniale revolutie. Biak bleef een voortrekkersrol spelen in de onafhankelijkheidsbeweging van Papua als geheel. Daarbij moet men dan vooral in de rekening nemen dat we, sprekend over Papua te doen hebben met een eiland dat behoort tot MelanesiŽ, de eilandengroep die zich tot ver in de Stille Oceaan uitstrekt en om meerdere redenen van groeiend belang is geworden.

Het meest markante feit dat zich afspeelde voordat Biak in de Tweede Wereldoorlog wereldnieuws werd door de oprukkende geallieerde troepen, die met de hink-stapsprong richting Japan gingen, was het verzet van de Biakse bevolking en vooral van het schiereiland Supiori tegen de Japanse bezetting, waarbij honderden bewoners het leven lieten.
Het was een verzet, dat geÔnspireerd werd door de Koreri-beweging 3), die meer dan enige andere beweging met zijn cargo cult-karakter typerend is voor MelanesiŽ, dat in tegenstelling tot de Zuid-Oost Aziatische volkeren een negroÔde inslag heeft.
Bovendien is het door de protestantse Zending vanaf het midden van de 19de eeuw ten koste van grote missionaire offers gekerstend en het is niet te ver gezocht als men een doorverbinding maakt van die diepwortelende Koreri-bewegingen naar de verlossingsleer van het christendom, dat in combinatie met degelijk onderwijs tenslotte aan de gehele Noordkust van Papua is ingeplant.
En juist aan de Noordkust van Papua van Biak tot het uiterst westelijke eiland Batanta vindt men die bewegingen, waar de bevolking het sterkst in verzet is tegen de geestelijke knechting van vreemde overheersing.

Het is opvallend hoe tot op de dag van vandaag dat verzet gedragen wordt door afstammelingen van oude Biakse clans zoals de Awomdo's van het schiereiland Supiori, die de grote opstand in de Vogelkop achter Manokwari met Permenas Awom en de guerrillastrijd van Wasior-Nabirť met DaniŽl Awom in de nek van de Vogelkop hebben geleid.
Zonder begrip voor de mythische achtergrond van de strijd in de Vogelkop, waar de eerste Papua-verzetsbeweging in samenwerking met de bevolking van het Arfakgebergte een Indonesische legerpost liquideerde en zonder enige notie van de christelijke traditie, die in ruim anderhalve eeuw aan de Noordkust ontstond, kan vreemde overheersing geen natuurlijk gezag over die bevolking uitoefenen.
 De strategische betekenis van het eiland was bovendien van belang voor de historische strijd tussen de geallieerden en Japan, en daarmede voor het achter Nieuw-Guinea liggende AustraliŽ.

Ook nu nog is Biak van belang als tussenstop in de luchtverbinding van AustraliŽ met Europa of als landingsplaats in dienst van het moderne toeristenverkeer tussen de VS en IndonesiŽ. De Indonesische regering is te meer doordrongen van de strategische betekenis van het eiland nadat het er in het Nieuw Guinea-conflict ondanks alle invasiepogingen niet in geslaagd is voet aan wal te krijgen op Biak het eiland, waar de Nederlandse Marine en Luchtmacht geconcentreerd waren.
Vanuit Biak werd zelfs de vestiging van een bruggehoofd op de enorme kustlijn verhinderd.

Maar de strategische betekenis komt het duidelijkst tot zijn recht door de instelling van de bevolking, die van oudsher met hun catamarans, de prauwen met dubbele uitleggers, de oceanen bevoeren tot ver in het Indonesische eilandenrijk en daarmee reageerden op de hongi-tochten, die de Indonesische radja's op de kusten van Nieuw Guinea hielden, zoals de informele, maar erkende "president" Markus Wonggor (krokodil) Kaisiepo graag vertelde.
 Het Nederlandse bestuur heeft enig begrip voor de eigenheid van het gebied getoond door na de oorlog terstond een democratisch bestel in te voren en de eerste streekraad van Nieuw Guinea te stichten onder leiding van een van zijn meest eminente bestuursambtenaren Jungle Pimpernel dr. Vic de Bruyn. 3) en die streekraad werd niet benoemd met een koloniale naam als Hollandia, Noordwijk of Hemelpoort, maar de naam werd authentiek Biaks: Kankain Karkara, met de klank van een tifa-slag.

Biak was dus het begin van Papua-nationalisme, al bleef ook daar het tribalisme of provincialisme voorlopig van kracht; de erfvijand was immers het naastgelegen eiland Japen, dat vanwege de Nederlandsgezinde Biakkers van de weeromstuit Indonesisch-gezind was, waar dan nog bijkomt dat ook Biakkers zo hun bijzondere individuele eigenwaarde erkend willen zien.

 Zo wist een lid van de Biakse clan Frans Kasiepo zich op de voorgrond te plaatsen door over te lopen naar het Indonesische kamp, omdat hij zich door de eerste resident van Nieuw-Guinea van Eechoud miskend voelde.
Dat gebeurde in de periode dat Nederland trachtte het eenheidsrijk van Nederlands-IndiŽ te vervangen door een federaal IndonesiŽ, de Republik Indonesia Serikat met een deelstaat Oost-Indonesia, waartoe Nieuw-Guinea zou behoren.
Een dergelijke inpassing stond haaks op het inzicht van zijn neef Markus Kaisiepo,4) die onverkorte onafhankelijkheid voorstond. Na de overname door IndonesiŽ werd natuurlijk Frans naar voren geschoven.
 Als men met het vliegtuig op de Biakse airstrip Mokmer landt is het eerste wat men ziet een loods met daarop in grote rode letters de naam Frans Kaisiepo, maar op dat Indonesische eerbewijs is geen Papua-erkenning gevolgd: de letters zijn sinds jaren verbleekt en geen Biakker zal die naam bijkleuren, integendeel.

 Op 2 juli 1998 vierde men de toekenning van de nationale vlag met het hijsen van de sinds 1961 bewaarde Morgenster, niet op het naar Frans Kaisiepo genoemde vliegveld, maar op de watertoren, waar men een rond-de-klok wacht hield met mannen, vrouwen en kinderen, alsof men de onafhankelijkheid op die manier wilde afroepen. 5)
De demonstratie werd geleid door drs. Filip (Jopi) Karma. Het was na de val van Soeharto, die onder druk van studentendemonstraties en na vergeefs ingrijpen van het leger in een opstandig land, dat men verwachtingen koesterde van de nieuwe president Abdurrahman Wahid, de vriend van het volk Gus Dur.

De demonstranten hadden moed geput uit de brief van Amerikaanse Congresleden aan de President van de VS om bij het nieuw aangetreden Indonesische bestuur de Papua-zaak te bepleiten.
Op 2 juli 's ochtends om 5 uur kwamen een 75-tal Papua's beschilderd met de geuzenvlag, de Kedjora of Morgenster of de letters van de vrijheidsbeweging OPM, zingend en dansend rond de 35 meter hoge toren, waar anderen zich bij hen aansloten tot er zeker 500 man waren, waaronder jochies met een armband met het opschrift Satgas, zoals de ordedienst van de Papua's heette.

Na een paar uur verschenen het Papua-districtshoofd Amandus Mansnembra en een aantal politie- en legercommandanten om de demonstratie "in goede banen te leiden", maar Karma las een proclamatie van onafhankelijkheid voor van 10 punten, die besloot met het aanroepen van de Heilige Drie-eenheid als getuige van de gelofte op leven en dood voor de vrijheid te vechten.
In de middag meenden de demonstranten een verrader in hun midden te zien, de politiesergeant Irwan, die ze een pak slaag gaven, waarna de veiligheidstroepen ingrepen: mobiele politie, het infanteriebataljon 753, Kodim 1702 en een eenheid van de Marinepost plus Papua-politie.

De demonstranten vochten terug en maakten 23 slachtoffers, van wie de meesten Papua-agenten.
De troepen trokken na een paar uur terug, maar de dagelijkse gang van zaken op Biak viel stil, winkels gingen dicht en een schip, de Dobonsodo, bleef op de rede liggen.
 Intussen organiseerden de autoriteiten een tegendemonstratie uit het subdistrict West-Biak met het dreigement dat zij de verdenking op zich zouden laden bij de OPM te horen als zij weigerden tegen de demonstranten op te treden.
 Elk dorpshoofd moest zorgen voor een dertigtal tegen-demonstranten; dezen dienden een armband te dragen om voor de veiligheidstroepen herkenbaar te zijn en er zou van twee kanten een aanval op de demonstranten gelanceerd worden.
Zij werden met trucks naar de watertoren gebracht, maar de geronselde Papua's vochten niet erg serieus. De demonstranten hadden zich intussen bewapend met speren en molotovcocktails en wierpen blokkades op.
Op 4 juli begon er overleg tussen de lokale kerkelijke leiders en de veiligheidstroepen om tot een vergelijk te komen, maar 's middags landde een Hercules-transportvliegtuig met Trikora-militairen uit Ujung Pandang en ook rellenbestrijders van de beruchte Brimob, de semi-militaire mobiele politie traden aan.

De onderhandelingen leidden ertoe dat de demonstranten hun wapens inleverden maar zwoeren op de Bijbel dat ze de Morgenster tot hun dood zouden verdedigen.
In de ochtend van de vijfde juli om 5 uur vielen de veiligheidstroepen, het Pattimura -bataljon 733 aan, want er waren intussen twee oorlogsschepen met manschappen aangevoerd, die van twee kanten het vuur op de demonstranten openden.
Zij schoten in het wilde weg op de menigte met scherp, ook al was er een enkele melding van een rubberkogel. Zij kwamen uit Ujung Pandang en Ambon, harde Hassanudin- en Pattimura-eenheden.

De organisator van de demonstratie Philip Karma trad hun met een hoog geheven Bijbel tegemoet, uiteraard niet met gunstig gevolg. Een ooggetuige A. Awom, die de wacht hield bij een van de commandoposten, wist te ontkomen en hield zich (ook al gewapend met een bijbel) schuil dicht bij de haven en zag vanonder een brug hoe een honderdtal Biakkers, onder wie ook vrouwen en kinderen naar het schip werden gevloekt en geschreeuwd, sommigen gewond of bloedend met hun tatoeages van OPM of Morgenster.
Hij zag ook twee trucks met daarin gehurkte Papua's, bewaakt door militairen.
 
Het slot van zijn verklaring luidt: "Dat beeld van die mannen, vrouwen en kinderen, die die vroege ochtend naar het schip werden gevoerd vergeet ik niet snel.
Helemaal nu ik weet, hoe het met ze afgelopen is:
 ze zijn in jute zakken gestopt en in zee gegooid en vele vrouwen werden eerst verkracht.

Dat blijft je je levenslang bij." 6)
Later spoelden lijken aan.

Waarnemer Zacharias Sawor, op bezoek uit Nederland, telde 28 lijken, die afdreven naar de kust.
Er ontstond door het verwarrende verloop van het gebeuren een vreemde gang van zaken bij het weergeven van het aantal slachtoffers, die uit zee aanspoelden.
De militairen en Indonesische pers stelden dat de lijken uit het buurland Papua New Guinea waren aangedreven, ongeveer 900 kilometer verderop waar op 16 juli een vloedgolf, een tsunami, het dorp Aitepe had weggevaagd, maar erg geloofwaardig was die verklaring niet.

Vanaf 27 juli spoelden uitsluitend op Oost-Biak lijken aan, een enkel lijk droeg een T-shirt met Indonesische opdruk; bovendien waren de lijken verminkt.
Het leger beweerde dat zij getatoeŽerd waren naar de trant van het oostelijk gedeelte van het eiland Papua New Guinea, maar de militaire kennis van Papua-tatouages kon waarschijnlijk de toets van kritiek niet geheel doorstaan, want er werd in elk geval geen identificatie toegestaan integendeel, de lijken werden heimelijk en haastig begraven.
Sawor, afkomstig van Supiori, vernam in zijn geboortedorp de gegevens over vermiste, gedode en gedumpte bewoners; maar precieze cijfers kwamen pas langzaam beschikbaar.

Vooral de roep van de kerken om een onpartijdig onderzoek diende gesmoord te worden.
Een barre omstandigheid bij het arresteren van demonstranten van de vlaghijsing van begin juli was dat dezen gedwongen werden op hun rug op de grond te liggen gedurende een tweetal uren in de brandende zon, waarna militairen bevolen werd met laarzen over hun lichamen en gezichten te lopen.

Een bijkomend voordeel behalve het effect van intimidatie was voor de gewapende macht, dat degenen, die niet terstond werden aangehoudenen bij het daarna uitkammen van de woningen ingerekend konden worden als zij sporen vertoonden van verbranding door de zon of van verwondingen door het optreden van de militairen.
Zo werden ze, mannen, vrouwen en kinderen gedwongen over een afstand van enkele honderden meters op handen en voeten naar de dokken te kruipen onder weinig zachtzinnige begeleiding.
In elk geval is duidelijk dat juist van hogerhand de opstand bijzonder ernstig werd genomen. En die inschatting was juist, maar de oplossing was niet meer dan een cover-up.

Drs. Philip Karma werd gearresteerd, tezamen met Neles Sroyer, Agustinus Sada, Klemens Rumsawir en vele anderen, in totaal enkele 150 personen van wie er 19 werden voorgeleid in een rechtszitting, die op 5 oktober begon voor een publiek van enkele honderden belangstellenden; de zitting stond onder voorzitterschap van mr. M.K.Sianifar.
 De aanklacht luidde: opstand en verspreiding van haat tegen het regime ( de artikelen 106,154 en 170 van het Wetboek van Strafrecht).

Het optreden van de gewapende macht was op geen enkele wijze object van onderzoek, toch stierven twee arrestanten Paulus Mamoribo en Nico Smas twee weken na hun vrijlating, een tiental werd vermist, van hen is nooit meer iets vernomen.
In de dood van de twee arrestanten of in de vermissingen is door de bevoegde autoriteiten op geen enkele wijze aanleiding voor enige maatregel gevonden.

De achtergrond van het Biak-drama vindt men het duidelijkst weergegeven door twee Australische ontwikkelingswerkers, Rebecca Casey en Paul Meixner, die het hele gebeuren bijwoonden en in interviews met de slachtoffers bijzonderheden achterhaalden. 7)
Zij fotografeerden en filmden ook de schietpartij.
Zij legden in hun verslag nadruk op het samenvallen van de viering van de "vrijheidsdag" 1 juli met de val van Soeharto, die geheel IndonesiŽ in een veranderingsroes bracht.
Zij maakten ook melding van Biakse wandaden als het in brand steken van een legertruck en de gevechten met de plaatselijke politie, waarbij aan politiezijde twee doden vielen.

 De tendens van hun weergave als verklaring van het gebeuren is de achterstelling van de Papua in het gewone dagelijkse leven: het tekort aan medische verzorging, het gebrekkige onderwijs en in het algemeen het onbehagen over het optreden of het gebrek daaraan van de plaatselijke overheden, lees: de rol van het leger, maar dieper liggende oorzaken, die de AustraliŽrs niet vermelden zijn:
de plundering van het land zoals de exploitatie van de kopermijnen in het Centrale Bergland,
de export van het hardhoutbestand, de onteigening van de olievindplaatsen en de sagobestanden, het leegvissen van de visgronden en het wegvangen van (zeldzame) tropische vogels,
de milieuschade bij de afvoer van de afvalproducten van de mijnbouw in de vorm van slurf, die de Ajkwa-rivier tot de monding in de Arafura-zee verontreinigen en de visstand doden en bovenal
de toevloed van gesponsorde en wilde immigranten uit arme delen van IndonesiŽ, die door protectie (en corruptie) de Papua een faire kans ontnemen en niet zelden ook zelf het leger van werklozen versterken.


De onderdrukking blijkt voor elke waarnemer het hoofdmotief voor een onophoudelijk verzet.
Vooral de pastorale werkers, die immers juist in het veld actief zijn hebben rapport uitgebracht via hooggekwalificeerde medewerkers.8)
Zo heeft het pastorale team van de verenigde kerken zich beziggehouden met de identificatie van 51 ongeÔdentificeerde lijken en vermeldde bijzonderheden over de verminking van aangespoelde lijken, die elk verband met de vloedgolf in Papua New Guinea, in Aitepe logenstraffen.
Van een mannelijk lijk constateerde men dat de penis was afgekapt, terwijl de broek nog heel bleek en van een ontkleed vrouwenlichaam, dat lichaamsdelen waren weggesneden.

Over de handelwijze van het leger bij collectief ingrijpen van goed aangeduide onderdelen of onder bepaald commando dient forser in de openbaarheid gebracht te worden, al zou men het uit kiesheid tegenover de slachtoffers verborgen willen houden.
 De eilandbevolking van Biak schatte bij de vlaghijsing van begin juli 1998 de internationale reactie op de opstanden en presidentswisseling in Jakarta verkeerd in en hield bovendien geen rekening met een zo gewelddadig optreden van de gewapende macht tegen een demonstrerende gemeenschap, maar het voortdurende lijden blijft verdere weerstand oproepen.
Het meedogenloze maar in het nauw gebrachte regime in Jakarta onder militaire leiding kan daarom niet onbeantwoord blijven.

Noten:
1) West Papua Courier jrg 23 nr 3 p.7
2) Zie o.a. dr. F.C.Kamma, Koreri , Dr.C.S.I.J.Lagerberg, Jaren van reconstructie, dr. J.A.Godschalk, Sela Valley.
3) Dr. V. de Bruyn zwierf tijdens de Japanse bezetting met een aantal berg-Papua's in het gebied van de Wisselmeren, waar hij onvindbaar was voor de vijand. Onder deze titel werd later een boek over zijn verzet gepubliceerd.
4) Markus Kaisiepo zou uiteindelijk in Nederland sterven als statenloos burger; als bijzonderheid kan gelden dat er bij zijn overlijden een condolťance was van het Koninklijk Huis, waarmee hij een band bleef onderhouden.
5) Over de gebeurtenissen in het algemeen is in allerlei media bericht, vooral in de Indonesische pers, maar ook met enige vertraging in Nederland en Š contre coeur in AustraliŽ.
De publicatie gaat in twee fasen, kort na het neerslaan van de demonstratie in juli '98 en een jaar later in 1999 als verschillende onderzoeken gepubliceerd worden.
De eerste berichten komen vooral van de Indonesische bladen Suara Pemburuan (21-7 en 2-9), Sinar pagi en Kompas ( 21-7), Tifa Irian ( augustus) en later Algemeen Dagblad in Nederland (5-12); vanzelfsprekend het Papua-blad in Nederland , de West Papua Courier ( Jrg 20, nr. 1, 2 , 3 en 4 met ooggetuige-verslagen).
 Het actuele gebeuren vinden we ook by Mike Head in .W.S.W.S: Indonesia ( 28-11-98) met interviews van Australische ontwikkelingswerkers, die op Biak werkzaam waren.

Twee tegengestelde rapporten over de mensenrechtenschendingen in 1999 als de algemene gegevens publiekelijk zijn doorgedrongen: het gezaghebbende Human Rights Watch report met de hoofdstukken The Biak demonstration ( IV) en The bodies (V)
en de tegenovergestelde Indonesische verslaglegging Kronologis Kajadian Tuntutan Gerombolan Pengacau Keamanan, waarbij het laatste, de afkorting G.P.K. staat voor het door Papua's gebruikte OPM (Operasi Papua Merdeka).
De rapporten over de mensenrechtenschendingen (met name over de vermissingen, de aangespoelde lijken en andere schendingen) komen voor rekening van het Papuase Tim advocasi Hak Azasi Manusia en Laporan Pelanggaran Ham di Biak.
De Engelstalige pers heeft zijn bijdrage geleverd via artikelen in Sydney Morning Herald (13-7-'99) en South China Morning Post (12-7-'99) en de Indonesische pers met Jakarta Pos (12-7-'99)
6) West-Papua Courier jrg 20, verslag Z.Sawor
7) Mike Head in W.S.W.S.: Indonesia 28-11-'98
8) Laporan Tim Pastoral P.G.I. Suara Pemburuan Daily 2-9-'98 Jakarta

Bron: www.westpapua.nl