Groene mieren stroomden Hollandia binnen

De Zuiderkruis in Nieuw Guinea aangekomen.

Het boven schrift van een artikel uit de Legerkoerier 1962

Het was al zo warm,die morgen van de 25e mei (1962), dat de mensen die waren toegestroomd om de "Zuiderkruis"met aan boord troepen van de Kon Landmacht te zien binnenlopen in de haven van Hollandia,zoveel mogelijk schaduw opzochten. Om ongeveer kwart voor acht 's-morgens werd om de punt van kaap Soeadja het troepentransportschip zichtbaar,geŽscorteerd door HM Kortenaer.

Dat het drie kwartier later tijdens het afmeren opmerkelijk rustig was,zowel aan boord als aan de steiger,had als oorzaak, dat met het oog op een snelle debarkatie geen toeschouwers op de steiger werden toegelaten. Om 9 uur stond een wacht van de Kon Marechaussee onder aan de valreep gereed om de eerbewijzen te brengen aan de Commandant der Strijdkrachten de schout bij nacht L.E.H. Reeser en Commandant Brigade NNG kolonel W.D.H. Eekhout,die met enkele officieren van hun staf een bezoek brachten aan de Zuiderkruis.

De debarkatie verliep,mede dank zij de snelle afvoer naar de legeringsruimten,zo vlot,dat reeds om half elf de laatste militairen voor Hollandia van boord waren. De aan boord achter- gebleven militairen, bestemd voor andere plaatsen op Nieuw Guinea ,werden 's-middags in de gelegenheid gesteld om te passagierenen van deze gelegenheid werd zo druk gebruik gemaakt , dat men in Hollandia onze in binnenpak gestoken soldaten de bijnaam gaf van "groene mieren"

Een goed welkom gaven ook vele burgers in Hollandia ,die met hun auto's enige militairen kwamen afhalen,om hen in de gelegenheid te stellen in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk te zien,want reeds de volgende dag zou de Zuiderkruis weer vertrekken naar de volgende bestemming. Het te Hollandia achtergeblven onderdeel kreeg als taak zich zo snel mogelijk aan te passen en dat dit lukte bleek uit het feit ,dat reeds twee dagen later de wacht voor het paleis van zijne Excellentie de Gouveneur en nog andere bewakingen werden overgenomen op een wijze of het de gewoonste zaak van de wereld was.

Naar Sorong

Vroeg in de morgen van maandag 28 mei gleed de Zuiderkruis over een spiegel gladde zee op de landingssteiger van Sorong af. Aan de railing stonden de militairen niet meer,zoals bij vorige havens ,vier rijen dik,want een groot deel van de wapenbroeders ,waarmee men de overtocht had gemaakt,was al eerder van boord gegaan: infanteristen,marechaussees en mannen van de technische en geneeskundige dienst.Het muziekkorps van 6 I.B. was het eerste wat men van Sorong zag en met hun welkomst muziek zette het verblijf op Nieuw Guinea prettig in. De Commandant van 6 I.B. de lnt kol G.L.Snel,sprak de troep door de scheepsmicrofoon toe. Zijn welkomstwoord was hartelijk en buitengewoon verstandig;want doordat hij de voorlopige legering wat somber voorspiegelde,viel die later 100% mee..
De ontscheping verliep snel en daarna konden de militairen laten zien dat Ze het aanpakken bepaald niet verleerd hadden.Er werd met plezier gewerkt aan het opbouwen van kamp en stellingen,in een tempo dat nog niet bij de tropen was aangepast zoat menig schoon uniform in verrassend korte tijd kletsnat was.

Twee dagen na aankomst kon men, als men 's-avonds door de kampong tegenover het kamp liep,hier en daar al een Rotterdammer of een Zeeuw in legergroen in de huiselijke Papoea-woning zien zitten

Auteur van dit stuk onbekend