Van Baroe tot Repatter

Bovenschrift van een artikel uit de Legerkoerier 1962. De auteur is de voormalig res kapt. J.H.Buising

De terugkeer,in de komende maanden van de duizenden militairen van land,zee- en lucht- macht uit Nieuw Guinea sluit een aparte naoorlogse periode af in de geschiedenis van onze krijgsmacht.
Met uitzondering van het laatste jaar zijn deze 17 jaren in militair opzicht weinig bewogen geweest,ditin schril contrast tot de 2e wereldoorlog,toen het eiland toneel is geweest van verschrikkelijke strijd. Tijd van rust,tijd van weinig belangstelling voor het wel en wee "van onze jongens overzee",met uitzondering dan van de slotfase. Daar wilden dan wel een paar woorden over vallen in het "vergeten leger",zwoegend in een onbarmhartig land,dat zwaar z'n stempel drukte op degeneen die er moesten leven en dat hen dwong tot een aparte instelling. Daarom laten we iets uit die periode nog even voorbij trekken.

De Kon Marine heeft er al die jaren gevaren en gevlogen;het Korps Mariniers heeft de Kon. Landmacht in 1955 afgelost. Drie jaar later keerde de Kl er weer terug met luchtdoel- artillerie,die onder de naam 7e Afd Luchtdoelartillerie op Biak de wacht betrokken.
Ook behoorden kleine groepen Commando's tijdelijk tot de versterkingen. Novemmber 1960 arriveerde een bataljon "Oranje Gelderland" dat onder de naam 6 Infanterie Bataljon kleine garnizoenen vormde van Sorong tot Merauke. Ze namen de daar gebouwde kazernes over van de mariniers ,die zich voornamelijk concentreerden in Manokwari en op Biak. Op Biak installeerde zich de Kon Luchtmacht met z'n Daks (Dakota's),Hunters en . . . de Keerkring. Het in juli gearriveerde 41 Bataljon Stoottroepen is kort na aankomst vrijwel in z'n geheel doorgegaan naar Kaimana (waar- naar men beweert- de kaaimannen of krokodillen vandaan komen,zo goed als van Kokas de kokosnoten ...) Het laatst ontscheepte het 17 Infanterie Bataljon Chassee, dat verdeeld werd over Hollandia,Ifar en Biak dat vol raakte als de welbe- kende pot met pieren.

De 940 Afd Lichte Lua ging naar Sorong.kwam voor een groot deel terecht in verlaten huizen enm kreeg en prachtig uitzicht op de baai met het idyllische wooneiland Doom. De 928 Afd Lichte Lua ( zeg maar Apppingendam) versterkte de luchtverdediging op Biak.

Bij de stukken

Luchtdoelartilleristen hadden het op een andere manier niet minder zwaart dan de bushlopers van de infanterie. De kanonniers zaten constant op of bij de verspreid opgestelde stukken, elkaar om de paar uur aflossend 4 dagen en 4 nachten,om dan 1 dag verlof te genieten. Naast de radar functioneerde op Biak nog een keten van uitkijkposten,eigengebouwde hoge wachttorens met kleine bezettingen van de stafbatterijen,die 12 dagen lang beurtelings hun eentonige hoge zit uitzaten,de hemel afturend,voor ze van hun eenzame post voor 2 dagen naar de stad mochten.

Het was verwonderlijk hoe deze kanonniers en waarnemers hun niet te benijden dienst in alle gemoedsruste bleven verrichten,hoewel zo,n groep van 6 tot 8 man ook voor ontspanning op elkaar was aangewezen..

Overal timmerden de luchtdoelartilleristen op Biak van bij elkaar georganiseeerd hout hun eigen onderkomens,de een fraaier uitgevallen dan de andere,maar die hun meer comfort en koelte boden dan de bloedhete tenten,welke zij liever als magazijn gebruikten. Van de stuks- of "wachttoren" commandant hing het vooral af of de stemmning op peil bleef. Vooral de Lua had behoefte aan lectuur en radio. Op Biak beschikten ze voor een deel over transistors ,die door particuliere ondernemeingen ter plaatse waren geschonken.
Voordat de de transis-"torren" uit Nederland kwamen aanzwermen,kochten sw soldaten per peloton of kamer ook wel hun eigen radio om naaar Radio Omroep Nieuw Guinea of de PCJ te luisteren. De Rong op Biak was met z'n zwakke zender aan de zuidkust vooral vaak slecht te volgen en daar ging de voorkeur dan ook uit naar de Australische zenders.

Nuchter

Wat er ook aan verschillen bestonden,overeenkomst in mentaliteit en terminologie was er overal. Opvallend was de nuchterheid,waarmee de verlenging van de diensttijd met 4 maan- den werd opgevat. Er waren al soldaten,die op repat wachtten en toen weer terug moesten naar huin onderdeel,waar ze spottend werden begroet met Hé baroe( nieuwkomer,groene). Daar dronken ze een een stevig biertje met hun kameraden om de teleurstelling weg te spoelen en gingen vervolgens gewoon door tot hun tijd vol was. Voor sommigen betekende dit,dat ze inderdaad voor de 2e keer aan de 2e helft van hun Nieuw Guinea term begonnen. Wel vond men dat ruim een jaar in dit "scharrige land" het uiterste was dat men van een goed soldaat kon verlangen. De meesten zagen erg op tegen de uitzending.
Men deelde gemeenschapelijk alle lief en leed,rookte z'n tinnetje sigaretten per week,maar liever nog de zware "weduwe",mopperde op het dure biertje ( f.0,65 in het kamp en f.1,= daarbuiten) en waar verder maar wat op te mopperen viel,vond de fraaie tropenhoed te warm maar droeg hem toch en zag verlangend uit naar iedere ontspanning die geboden werd.

Voordat de gezelschappen uit Nedrland kwamen,deed men zelf wel eens wat.
Een amateurgezelschap uit de burgerij van Hollandia maakte met veel succes een toernee langs de posten. Een toneelclub van de Klu uit Biak stond op het punt z'n "kasstuk" aan de onderdelen te tonen,toen een van de speelsters door een auto-ongeluk voor geruime tijd werd uitgeschakeld. Dat was ook het einde van dit goede voornemen.

Er zijn klachten geweest dat de jongens niet meer schreven,maar met een zucht ontsnapte vaak de de opmerking: je weet niet meer wat je schrijven moet,uitgekeken als ze waren op de bush en baai. Bovendien krijgt iedereen een tijdelijke inzinking en op wekenlange patrouilles kon je echt geen postpapier en enveloppen meenemen.

Humor

Humor bleef er onder de naarste omstandigheden. Men plaagde graag en werd iemand boos dan was ie "over de rooie heen" (boven de waarschuwende streep).
Al gauw was iets "niet zo akelig mooi" of "niet zo akelig sterk,waarmee men wilde zeggen dat het erg mooi was of een erg sterk verhaal was. Ging iets niet naar wens, dan heette het: "die zaak is lelijk uit de klauwen gelopen". 't is confi zei men graag om de geheimzinnigdoe- nerij nog wat meer in het zonnetje te zetten. Iemand toonde geen initiatief maar "initief".
Ook had men een prachtterm voor ancienniteit wat veel begrijpelijker werd omgezet in "aanzieniteit". Niet te sterk hé,was de waarschuwing tot de man die eens fijn wou overdrijven. Veel van die kreten zullen hun oorsprong gevonden hebben bij de mariniers,al ging het niet zo ver dat ze bij de KL spraken over "aftrap,theewater en vastwerken..."

Men heeft zich in Nieuw Guinea bijzonder vrolijk gemaakt over een vraag in de kamer over het op verlof vliegen naar Ifar en niet met de trein. Boze tongen beweerden zelfs dat een kist met vrijvervoertjes al per schip waren aangekomen. . . Ondanks de ringpier( vroeger was dat worm) de apepokken en de rooie hond- vandaar dat men zoveel in shorts liep en verder niets- vond men de dienst op Nieuw Guinea vrijer en sneller gaan dan in het lieve vaderland. Men werkte ijverig aan z'n spaarschema en z'n kleurenschema maar bleek toch voor alles uitzien naar het repatschema,want uiteindelijk had men er "bullen"van

B.

NB
Op woensdag 15 augustus 1962 hebben Nederland en Indonesië een akkoord getekend, waarbij onder meer werd bepaald,dat de vijandelijkheden zaterdag 18 augustus 1962 te 01.01 uur zouden worden gestaakt.