DE KOUDE DOUCHE

Bron:  WAPENBROEDERS    1946  april  2000 George J. Visser (IMH)

Ergens in de Golf van Bengalen escorteert een van Hr. Ms. oorlogsschepen een convooi.
Het is eind  1942,  'snachts  twee uur.


Oorlogstoestand nacht.  

 De bemanning hierbij ingedeeld in de batterij,  op de brug, in de machinekamer en de ketelruimen is op post.
Het is een van die nachten waarin men, in den waren zin des woords geen hand voor oogen kan zien, hetgeen den Commandant heeft doen besluiten de kanonbemanning, het personeel in de commandotoren en het seinstation wakker op hun oorlogsposten de nacht te laten door brengen.

Thans dus geen" rusten op post", zooals dat heet, waarbij slechts twee uitkijken van ieder kanon en van de commandotoren met kijkers ieder de hun toegewezen  secotor van de horizon afzoeken.
In verband met de duisternis kan het tijdsverloop tusschen het in zicht komen van den vijand en daadwerkelijke actie te klein zijn om het geheele schip in alarmtoestand te brengen.
Ook radar en asdic zijn gedurende de geheel nacht bezet.
Dank zij onze bondgenooten hebben wij namelijk deze moderne hulpmiddelen, welke in een zeeoorlog thans onmisbaar zijn, aan boord. Wat een veilig gevoel te weten dat zoowel boven als onder water respectievelijk electro-magnetische en ultra-sonore golven als enorme voelhoorns een gebied afzoeken dat zich veel verder uitstrekt dan onze zintuigen kunnen reiken.

Naast dit veilige gevoel is er ook een gevoel van, noem het maar jaloezie, dat onze bondgenoten direct bij den aanvang van den oorlog zoo veel beter uitgerust waren en nu veel modernere radar en asdic toestellen hebben.
Inderdaad, wij hebben een radar aan boord, maar het is een zeer verouderd type.
De radar-ontwikkeling was zoo snel geweest dat men binnen twee jaar reeds over verouderde types kon spreken.

Plotseling klinkt door het hele schip het alarmsignaal "vele korte stoten op de claxon" zoals dat heet. Een luguber geluid die claxons in de nauwe verblijven, donkere gangen, diep in het schip,  in machinekamers en ketelruimen.
Het duurt precies 1 minuut en 15 seconden tot op het moment waarop elke alarmpost zich present heeft gemeld.
Indien een leek deze 78 seconden zou meemaken, had hij de indruk gekregen dat er een chaotische toestand heerschte.
Niets is echter minder waar. Elk lid van de bemanning gaat in looppas langs den kortsten weg naar zijn alarmpost.   Deze gekozen weg is niet willekeurig, doch altijd langs dezelfde route. Men loopt elkaar niet in den weg.

Wanneer diezelfde leek zich gedurende die 78 seconden in de commandotoren had opgehouden, zou hij hebben kunnen constateeren dat een stroom van telefonische berichten binnenkomt. De vuurleider heeft het gedurende dien korten tijd drukker dan een telefoniste op een telefoonkantoor. Ieder onderdeel van de alarmrol meldt zich present  zoodra de post bezet is.Daar tusschen door gaan orders van den vuurleider aan de batterij, munitie-bergplaatsen en munitie-aanvoer.
Ook komt in die periode bericht van den Commandant aan den vuurleider omtrent de reden van het alarm.  In dit geval is het een radar-echo op 8000 meter afstand, peiling: groen, 80.
Onmiddellijk wordt de batterij gebakst in de aangegeven peiling en op de gemeten radar-afstand ingesteld.

Na de drukte van het in alarmtoestand komen valt er plotsseling een volkomen stilte over het geheele schip. Nu geen heen en weer geloop meer. Nu geen gepraat en geen gevraag meer: Ieder is geheel klaar voor de hem wachtende taak. Een ieder heeft vertrouwen in de bekwaamheid van alle anderen. Er zijn nog slechts drie menschen die spreken, de commandant, de vuurleider en de man die de radar bedient.  Deze laatste praait regelmatig de relatieve beweging van het doel naar de commandotoren en naar de brug.    
" Afstand 5000 meter, peiling: rood, 40".
Het convooi is in zijn geheel op order  van den oudsten escorte-officier afgedraaid, weg van het doel, dat misschien de vijand is. Het escorte-vaartuig zelf is naar het doel toegedraaid en heeft het op bakboordsboeg gebracht.    
"Afstand 8500 meter, peiling: rood, 45".
In de batterij klinkt het commando van den vuurleider: "uit de rust".
Verklikkerlampjes in de commandotoren flitsen aan, ten teeken dat de kanons geladen en gereed zijn om te vuren.
De afstand wordt steeds kleiner terwijl de peiling vijwel niet verandert.
Commandant en vuurleider trekken hieruit hun conclusies.
Nog geeft het doel geen enkel teeken van leven, de koers die het doel stuurt is blijkbaar een remkoers, wat volgt uit het niet veranderen der peiling. De spanning stijgt..in machinekamer en ketelruimen doet men alles om het "uiterst vermogen" vol te houden.  
Daar is de schakel in het geheel, even belangrijk als elders.
Elk radertje in het horloge moet draaien,  en dat niet alleen, maar ook goed draaien.
Het doel, wat het ook zijn mag, geeft op het radarscherm de indruk van klein te zijn.
Is het misschien een aan de oppervlakte dieselende onderzee-boot?
"Afstand 2000 meter" klinkt het commando van Commandant  aan   vuurleider;
 Vuur, openen".
Onmiddellijk  wordt gevolgd door een kort "Vuur!" van den vuurleider,...de salvo-schel  klinkt door de nacht klinken even veel doffe slagen als er kanons zijn.  Er is persoonlijk  afgevuurd.  Direct na de  knallen het commando  "zoeklichten schijnen". En dan komt,  als de sterke zoeklichten de duisternis doordringen,  een figuurlijke koude douche.
Niets anders is te zien  in het heldere licht dan een zich scherp afteekenende waterhoos, waarin eenige seconden later de aanslagen van de granaten zijn waar te nemen.    Het heele salvo is dekkend.
Met groote snelheid komt de waterhoos recht op ons af en... een minuut later krijgen we ook letterlijk nog een koude douche!