Goeie ouwe 0-9 

Het is een genoegen, de schrijver van onderstaand aan u voor te stellen: Willem Verbaan.  Na zijn marine-tijd opgeklommen tot kapitein van de koopvaardij.

Begin van de oorlog 10 Mei 1940 Hr.Ms "09"

 
Aan de dagen voorafgaande aan het uitbreken van de oorlog 1940-1945, patrouilleerden enkele Nederlandse onderzeeboten voor de Nederlandse kust. Zo ook de "09" waarop ik mij bevond. Op de morgen van de 10e Mei 1940 bevonden wij ons ter hoogte van Bergen a/ zee. Na nachts onze batterijen te hebben opgeladen schoven wij even voor licht worden onder water. Om ongeveer 6 uur ging de periscoop op en de Officier van de wacht -Luitenant ter zee van Dapperen zocht hiermee de horizon af en maakte een bestek door middel van peilingen. Als verticale roerganger stuurde ik in de toren. Even daarna vroeg de Officier van de wacht mij om door de periscoop te kijken en tot mijn verbazing zag ik vier of vijf verticale rookkolommen. Ik zei "dit lijken wel bommen", waarop van Dapperen zei " dat kon best eens zijn" Een halfuur later kwam de Commandant -Luitenant ter Zee Metz - in de centrale en las een telegram voor, waarin stond dat Nederland in oorlog met Duitsland was en dat Engeland en Frankrijk onze bondgenoten waren.


Hr.Ms. O-9

Gedurende dag verbleven we onderwater; de nacht daarop weer aan de oppervlakte om de batterijen en luchtnet op te laden. Op de nacht van de 11e Mei kregen wij opdracht om Den Helder binnen te lopen. De commandant besloot om langs het franse bankje vlak langs de kust Den Helder te bereiken daar het schulpengat onveilig was door de door de Duitsers afgeworpen mijnen. Deze koers langs het bankje was een vrij riskante onderneming omdat we zeer dicht onder de wal moesten varen. Het eiste dan ook van degene die de navigatie voerde uiterste concentratie en een zeer grote kennis van het vak. Zoveel mogelijk moesten de bemanningsleden die niet de alarmposten bezetten zich verzamelen de centrale en in de toren. Mijn alarmpost was het verticale roer in de toren en ik kreeg de te sturen koersen op. Vanuit de kuip hoorden we steeds dat er peilingen werden genomen. Voortdurend werd gevraagd of kaap Falga wel brandde en of het al te zien was. Het geheel was toch wel spannend. Iedere keer als ik een graad uit mijn koers mijn lag kreeg ik op mijn duvel van mensen om mij heen" verdomme stuur toch koers man". De stemming was om te snijden. De 12e Mei om ongeveer 0100 uur waren we voor de haven van Den Helder en werden we gepraaid door mensen op het havenhoofd. " wat voor schip,wat voor schip" dit werd enkele malen herhaald. Vanuit de kuip werd keihard teruggeschreeuwd" 0 negen O negen". Uiteindelijk meerden wij af langs een der vlotten ter hoogte van het laadstation. Gedurende de dag werd er gebunkerd en batterijen en luchtnet op geladen.

Gedurende de morgen waren er enkele luchtaanvallen door Duitse vliegtuigen type ME 110. Bij luchtalarm werd aanboord het 8.8 cm. Kanon bemand ; ik was toen opzetsteller. Enkele bewapende treilers lagen op de rede en vuurde op de Duitse toestellen. Ergens moest er een foutje in het bedrijf zijn want af en toe moesten we dekking zoeken voor de kogels afkomstig van de treilers. Gedurende de middag werd de bemanning in de gelegenheid gesteld om hun baring op te halen uit de Onderzeedienstkazerne.l Het wachtwoord kregen we niet mee want het zou in vijandelijke handen kunnen vallen. Het gevolg was dat je bij het naderen van diverse posten het bevel kreeg "handen omhoog ""het wachtwoord moest zeggen wat je niet wist en moest uitleggen waar je naar toe moest en waar je vandaan kwam. Dit waren toch wel benauwde ogenblikken. Allemaal doodeng, daar men zei dat Duitse para’s in Hollandse uniformen waren gedropt.

Gedurende de middag kwam de bottelier nog even langs om de rantsoenen te brengen. Ik was zeuntje en kwam met mijn potjes en pulletjes op het vlot. Ik kreeg de rantsoenen, waaronder de stroop. De bottelier doopte zijn houten pollepel in zijn stroopblik en hevelde het over naar mijn stroopblikje. Op mijn verzoek om nog wat meer stroop draaide hij de pollepel rond. Verbrak de stroopstraal en zei "rantsoen is rantsoen, trouwens over een paar dagen ben je weer terug en krijg je nieuw" Dat werd dan 6 jaar.

Om ongeveer 23.30 op de 12e Mei vertrokken we uit Den Helder. De volgende dag was het Alle Hens en zei de commandant dat wij naar Engeland moesten uitwijken.: zelf had hij liever naar West Indie gegaan , maar orders waren orders.

Een van de volgende dagen zagen wij zwarte rookkolommen in de richting van de wal. De commandant zei dat Rotterdam brandde en dat Nederland had gecapituleerd. Menigeen stond met tranen in de ogen en gaf lucht aan zijn gevoelens. Helaas het was niet anders. Op 15 of 16e Mei ankerden we ter hoogte van Deal in oost Engeland. Er kwamen Engelse burgers en zeeofficieren aanboord. Zij werden door de commandant ontvangen. Het einde van een periode en het begin van een volgende voor matroos drie W. Verbaan stbn. 15328.


Willem als wachtofficier na zijn diensttijd, op de “Eendracht”

Tijdens het ten anker liggen in de kleine downs, was het een komen en gaan van Britse militairen en burgers, Het was schitterend weer en was wat tegenstrijdig met het feit dat wij in oorlog waren Na enkele dagen vertrokken wij met onbekende bestemming ,onbekend in ieder geval in de boegbuiskamer. Onder escorte van een Nederlandse sleepboot, ik meen de Wittezee een tweepijper. Enkele malen moesten we wegduiken voor overkomende vliegtuigen.. We liepen oorlogswacht, dat betekende 6 uur op 6 uur af. Ik was alarmroerganger verticale roer. Dat hield in wanneer je 6 uur af was dat dagelijkse schoonmaakwerkzaamheden moest worden verricht, daarna naar je kooi kon was het dan ook nog alarm dan was het uit je tampat en als de bliksem naar je alarmpost. Er waren 6 matrozen aan boord waarvan er 3 dienst deden als zeuntje, oppasser O. Officieren en oppasser Officieren Dit rolleerde iedere maand. Dit betekende dat deze werkzaamheden, tafels dekken, bedienen, afruimen, afwassen gewoon doorgingen. 

Later in de oorlog was een ieder lid van de bemanning afgeoefend onderzeebootman en bleef een ieder op zijn post bij alarm er werd dus niet afgelost en dus geen overbodig geren door de boot. Onze eerste haven was Portsmouth en wel Gosport de Britse onderzeebootbasis. Voor ons lagen zeer grote Britse onderzeeboten. N.m.. Ottway, Tigres en de Porpoise. Na de nodige formaliteiten mochten wij gaan mandien wat wel nodig was. Samen met de Korp. Konstabel ging ik naar de quartermasterstore voor voeding. De Korp had een voedingslijstje opgesteld. De bestelling liep niet al te vlot maar na drie kwartier kregen we toch iets anders dan we dachten. Bacon en eggs, roomboter ,golden syrup , herring in tomatensaus wat we later in de oorlog bijna niet meer konden zien. In ieder geval was het smullen in de boegbuiskamer. In de boegbuiskamer aten wij de broodmaaltijd van houten plankjes. Iedere keer wanneer de plankjes zuur begonnen te ruiken moest het zeuntje ,ik dus, een sopje maken en de broodplankjes afschrobben met een kooischrobber. Na het schrobben werden de plankjes aan dek gelegd om te drogen. Een Britse zeeman die aanboord kwam keek verbaasd en vroeg of wij daarop liepen. 

Dit was ook de gelegenheid om onze plunje te wassen. De was van de Off. en O.Off werd gedaan aan de wal en wij werden in de gelegenheid gesteld om zelf onze plunje te wassen n.m. op de basis in de wasplaatsen Gedurende tijd in Portsmouth. Kwamen nog meer Ned. oorlogsschepen zo ook enige Ned. Onderzeeboten. Wij kregen bericht dat wij de volgende dag moesten aantreden. De koningin en Admiraal Furstner zouden de Koninklijke Marine een bezoek brengen en inspecteren. Al bij al stond er nog vrij veel Marine personeel, die uit Holland wisten te ontsnappen op de steiger, Tegenover de bemanning stonden de Officieren aan getreden. Hare Majesteit werd begeleid door Adm. Furstner en die stelde enkele Officieren aan Hare Majesteit voor. Dit Majesteit zijn de Officieren van Hrms…. H.M. draaide zich om en liep naar de bemanning en ik hoorde haar zeggen "hier moet ik zijn " en onderhield zich met enkele schepelingen. Na afloop van de ceremonie hield Adm. Furstner een toespraak en eiste van een ieder dat hij zijn taak met algehele inzet zou vervullen, althans woorden van een dergelijke strekking en zou indien dit nodig was niet nalaten de doodstraf toe te passen. Dat was wel even schrikken en wij vroegen ons af waarvoor je de doodstraf al dan niet kon krijgen. Dit moest iets anders zijn dan de doodsklap waarmee onze baksmeester ons telkens dreigde wanner wij onmilitair gedrag vertoonde lees een grote mond hadden. 

Na enige tijd kregen wij opdracht om onze eerste patrouille te maken het was meen ik in de buurt van Brest. Het was zeer slecht weer zo slecht dat op 30 meter diepte , de onderste tampatten in de boegbuiskamer naar elkaar toe kwamen en wat voor consternatie zorgde, Na drie of vier dagen moesten wij het patrouilleren opgeven daar onze accubatterij het begaf. Wij keereden terug naar Portsmouth om enkele weken daarna te vertrekken naar Portland, Vanuit Portland oefende wij met bovenwaterschepen. Op een dag vertrokken wij s,morgens om ongeveer acht uurnaar zee. Na mijn taak als zeuntje te hebben volbracht kreeg ik opdracht om naar de kuip te gaan om als achteruitkijk te fungeren zittend op de periscopegofbreker. Ik zat nog maar net toen ik drie vlietuigen boven de baai van Portland zag vliegen, zag er bommen onderuit vallen en meldde dit aan Cmdt. Goossens. Meteen de order wegduiken en als de bliksem naar beneden tot dertig meter. S,Avonds bij binnenkomst voeren wij langs de "Loch Foyle" een luchtverdedigings kruiser geraakt door de bommen en zwart geblaakt door de brand. Over de honderd doden, het was een aan en afvaren door motervaartuigen tussen de wal en de "Loch Foyle ". Na een paar dagen kwamen er nog enkele Nederlandse onderzeeboten er bij de "0-10" "0-21en 0-22. InWeymouth baai kwamen veel grote en kleine schepen de evacuatie van Duinkerken was in volle gang. In het centrum en op de boulevard van Weymouth lagen veel Britse en Franse soldaten die her en der op straat en op de stoepen lagen te slapen. Een heel triest gezicht het zag er niet rooskleurig uit.

Het vertrek uit Weymouth

Na enige tijd te hebben geoefend met bovenwaterschepen nm. Onderzeebootbestrijding en oefenen aanvallen voor Cmdt. en duikroergangers vertrokken wij naar Schotland samen met Hr..Ms. 0-22 en 0-23. Deze twee nieuwe boten gingen naar Dunde, wij naar Rothesay aan de westkust. Intussen werd ik afgelost als zeuntje en werd benoemd tot oppasser Officieren. Dit hield in s,ochtends de bedden aftuigen, lakens en dekens opvouwen en opbergen zorgen dat er water in de wasbakken zat de tafels dekken en de Officieren bedienen gedurende het ontbijt afruimen, afwassen kommaliewant opbergen. Daarna aflossen aan de diverse roeren of we kregen les van de korporaal torpedomaker of machinist in bedienen van water en luchtverdeelbak aftrimmen van de boot , kennis van de diverse leidingen zoals zoet, zout, lucht en ballast. 

Om het brevet afgeoefend onder zeedienstmatroos. te verkrijgen. werd je getest op je vergaarde kennis, met een baksdoek voor ogen moest je aangeven welke kleppen gesloten dan wel geopend moesten worden bv. Bij ballastpompen en hoe je een torpedobuis moest klaarmaken en je uit de boot kon ontsnappen. Iedere matroos probeerde zo gauw mogelijk het brevet te halen i.v.m. de duiktoelage. De duiktoelage voor jan punt bedroeg in Holland 10 cent per uur. Gedurende de oorlog maakten men veel duikuren dus werd jan de pikbroek veel te duur en kreeg hij een vaste toelage, ook in Londen was men erg zuunig. In het begin van de oorlog kregen wij als matroosje 3 vier pond in de maand, daarvan moest hij zijn kleding schoeisel en ondergoed van betalen. Veel geld bleef er niet over, armoe troef dus. Alles was wat vreemd en onwerkelijk. We waren in oorlog. 

De discipline was streng er was weinig menselijk contact met de Officieren en O. Officieren. De stemming aanboord was van een oneigenlijke ondergeschiktheid. Onze baksmeester vertelde ons dat dit kwam door de gebeurtenis aan boord van de "Zeven Provincien " en dat dit nooit meer mocht voorkomen, derhalve de strenge discipline. Onze baksmeester was ten tijde van deze gebeurtenis aanboord van de " Zeven " en was daarvoor gestraft. Deze man was geknakt, zei nooit veel ,lachte nooit en toonde zich zeer timide. Zijn marine loopbaan zoals hij zei was ten einde. 

De was voor de Off,,en O.Off. werd aan de wal of op het moederschip gedaan, de overige bemanningsleden deden dit zelf aanboord. Zeep, emmers en heet water was een probleem. De kombuis bestonnd uit 2 elec. plaatjes en een waterketel van += 20 ltr.. Als men wilde plunjewassen moest men zich eerst verzekeren van een emmer en als dit lukte was de zeep een probleem. Voor die tijd had je al de stemming van de kok gepeild voor het verkrijgen van heet water. Was hij in een goede stemming dan was je spekkoper. Met 18 man in de boegbuiskamer gaf dat nogal eens problemen. Om je wasgoed te drogen in de machinekamer moest je eerst pemissie vragen aan de chef MK en als dit allemaal lukte. had je een keer in de 14 dgn. of nog langer schoon ondergoed. Lag men naast het moederschip dan was het plunjewassen geen probleem want die hadden grote wasplaatsen en droogkamers, een heerlijke luxe. 

Nu we het toch over het moederschip hebben, op de " Cyclops" maakte ik het volgende mee. Wederom als zeuntje moest ik koffie gaan zetten in de kombuis van de "Cyclops" Onderweg deed Commander "S" (submarine) juist de zindelijksheid inspectie in de verblijven Iedereen stond in de houding. De messman bij hun mess. De Captain inspecteerde het kommaliewant en keek of alles wel schoon was. Plotseling een schel gefluit en hoorde we iemand roepen" Attention let go your cocks put on your socks, the sun is shining your bloody eyes out" een ieder met stomheid geslagen. De Master at Arms (o.off.van pol.) was het eerst bij zijn zinnen. Wich b….. said that:, niemand dus, tot iemand zei" I think it is one off the parrots sir" wat bleek nu een papegaai die onderdeks op een stang zat was de dader. De eigenaar van dat beest kreeg de opdracht dit beest te liquideren of aan het leger des heils te geven voor een heropvoeding. Het arme beest heeft hij bij zijn tante gebracht. Het beest scheen ontzettend te vloeken en na herhaalde waarschuwing dat als hij niet verbeterde een emmer water over zij kop kon krijgen. Dit gebeurde dan ook waarop de lorre krijste " All hands on deck and you better take your oilskin because it is raining like hell" of dit waar is weet ik niet, ongetwijfeld zijn er nu ook nog papegaaien die goed kunnen napraten.