Rijksscholengemeenschap Enkhuizen.

De Birma-spoorlijn: een interview  in  2006

Mitchel Macke en Marten Hut hadden de Tweede Wereldoorlog als onderwerp gekozen en beperkten zich daarbinnen tot de beruchte Birma-spoorlijn, die de Japanners door krijgsgevangenen lieten aanleggen van Birma naar Siam (Thailand).

Via de website van Veteranen-Online (VOL) kregen Mitchel Macke en Marten Hut het adres door van Adriaan Kannegieter, een 85-jarige oud-marineman die de aanleg van de spoorlijn van begin tot eind heeft meegemaakt én overleefd.

De heer Kannegieter woont tegenwoordig in een verzorgingstehuis in Hoogvliet bij Rotterdam en hij was bereid zich te laten interviewen.
Mitchel en Marten gingen op weg en spraken bijna twee uur met de vitale veteraan.

Als het onderzoek van Mitchel Macke en Marten Hut afgerond is, zullen we hier zeker een deel van het interview plaatsen. Ondertussen is een kleine video van het vraaggesprek te bekijken.

Klik op de volgende link:   Video interview A. Kannegieter

                                                http://www.war-experience.org         



Over de aanleg van de Birma-spoorlijn is een beroemde speelfilm gemaakt:
The Bridge on  the river Kwai
Mijnheer Kannegieter was één van de bouwers.
 


”We werden afgeranseld om niets; die Jappen waren vreselijk sadistisch"
    Nieuwe Hoogvlietse Courant,  juli 2005
Op 29 Juni 2005 (de verjaardag van wijlen Prins Bernard) werd voor de eerste keer de Nederlandse Veteranendag gehouden.
Een eerbetoon aan alle Nederlandse veteranen waarbij erkenning en waardering voor de mensen centraal staat, dat moet deze Veteranendag uitstralen.

De bijna 85-jarige Adrie Kannegieter uit Hoogvliet is een Veteraan uit de Tweede Wereldoorlog en hij vindt het erg belangrijk dat er ook in Rotterdam aandacht besteed wordt aan deze dag.
Kannegieter is geboren en opgegroeid in Hillegersberg : "Ik heb daar een ontzettende fijne jeugd gehad. Maar ondeugend was ik wel.
Op mijn viertiende werd ik van school getrapt. Na een poosje als slagersjongen te hebben gewerkt en toen na verloop van tijd de oorlogsdreiging toenam, heb ik me aangemeld bij de marine".

Nadat hij een matrozenopleiding in Vlissingen had gevolgd,werd Kannegieter in februari 1940 als lichtmatroos geplaatst op de Kruiser Hr.Ms.’’Sumatra”. Op dit schip heeft Kannegieter de nodige avonturen beleefd.
"In mei 1940, de kruiser Sumatra lag toen in de Schelde bij Vlissingen, kwam er een Duits bombardement. Ik was juist de Nederlandse vlag op de romp aan het schilderen toen de bommen naast me in het water vielen.
Een dag later zijn we uitgeweken naar Engeland.En hierna hebben we de overtocht met de prinsessen Juliana,Beatrix en Irene naar Canada gemaakt.
Juliana was een heel warm mens. Zij maakte geregeld een praatje met ons.
Ik kan als een van de weinigen zeggen dat ik de prinsessen in hun pyjama heb gezien en zij mij".

Via Curaçao en Kaapstad kwam de "Sumatra’’ in oktober 1940 aan in Nederlands Oost Indië. Kannegieter volgde daar een opleiding tot seiner en werd tijdens de oorlog tegen de Jappen geplaatst op een mijnenveger.
"Toen de Jappen kwamen hebben we onze boot zelf laten zinken. We wilden niet dat de mijnenveger in handen zou vallen van de vijand".

Tijdens de oorlog heeft de Hoogvlieter verschrikkelijke dingen meegemaakt.
"Er waren regelmatig bombardementen. Het gebulder van de kanonnen hoor ik nog steeds in mijn hoofd.
Ik ben zelfs ter dood veroordeeld door de Jappen, omdat ik een gewapende Jap had willen slaan. Mijn neef en mijn oom zijn toen onthoofd,maar ik ben daar onderuit gekomen.
Ik heb veel geluk gehad".

Hoe een Hoogvlietse veteraan het ’Jappenkamp’ overleefde

Uiteindelijk ontkomt Kannegieter er niet aan om zich te melden bij de vijand.
"Bij alle oproepen ging ik telkens achter in de rij staan in de hoop dat het loket dicht zou gaan als ik aan de beurt was.
Die truck heb ik verschillende keren met succes uitgehaald. Op een gegeven moment kreeg ik een allerlaatste oproep om mij te melden anders zou ik worden doodgeschoten
Ik meldde me, maar toen was stomtoevallig en gelukkig voor mij het kamp vol.
Ik kreeg een zwarte band om mijn arm zodat iedereen kon zien dat ik mij gemeld had,maar onderwijl kon ik gewoon als vrij man door Soerabaja lopen.
In die periode heb ik een soort van geheime briefwisseling kunnen onderhouden tussen de mensen in het kamp en hun familie in Nederland.
Gevaarlijk was dat, maar ja ik ben een beetje een lefgozer, dat moest ook wel om mij in leven te houden"

Na een paar maanden belandt Kannegieter alsnog als krijgsgevangene in een Japans kamp.
"We werden afgeranseld om niets. Er was haast geen eten. De Jappen waren vreselijk sadistisch, hoe langer we waren des te leuker vonden zij het om je af te tuigen.
Een verschrikking was het".

Begin 1943 wordt Kannegieter aangewezen om mee te helpen met de aanleg van de Burma spoorlijn in Siam (het tegenwoordige Thailand).
"We werden in goederenwagens gepropt. Er was geen ruimte om te zitten. En de tocht duurde wel vijf dagen. Ik begrijp nog steeds niet hoe de Jappen ons dat aan hebben kunnen doen".

Drie keer is Kannegieter als krijgsgevangene naar de Burma spoorlijn gegaan.
"De eerste keer was om de spoorlijn aan te leggen. In januari zijn we begonnen en in oktober waren we klaar. Allemaal handwerk, dat is wel wat anders dan de Betuwelijn.
De twee andere keren ben ik geweest om de spoorlijn te repareren.
De spoorlijn was namelijk een doelwit van de geallieerden omdat hij werd gebruik voor Japans militair transport"

"Het was keihard werken, elke dag van zonsopgang tot zonsondergang. We kregen bijna geen eten en werden om het minste afgetuigd.
Ik heb altijd mijn hoofd boven water weten te houden, elke ochtend en elke avond dook ik de rivier in en dan viel alles van mij af.
Verder dat prachtige oerwoud, die gillende apen en geweldig mooie orchideeën, dat zijn dingen waaraan ik me kon vasthouden in deze hel’’.

Na de bevrijding vaart Adrie Kannegieter met de Hr.Ms.’’Tromp’’ via Australië weer terug naar Nederland.
"Ik heb gehuild toen ik voor de allerlaatste keer het kamp uitging en een diepe buiging voor de vlag gemaakt, zo blij was ik".

Na thuiskomst verlaat hij al snel de marine en gaat aan de slag in de Rotterdamse haven. Door rugklachten,die hij heeft opgelopen aan het werk aan de spoorlijn, bevalt dat werk hem niet goed.
Kannegieter belandt tenslotte bij de Algemene Bank Nederland waar hij tot zijn pensioen heeft gewerkt.

"Ik heb veel geluk gehad in mijn leven" , zegt hij.
Maar ook moed en doorzettingsvermogen getoond.
Dat zijn zaken waardoor ik overeind kon blijven"