© Veteranen-online

JAPANS KRIJGSGEVANGENE - 4

Door: Adrie Kannegieter

De Burma spoorlijn, begin januari 1943.

De spoorlijn moest 414 km lang worden met een hoogteverschil van 300 rn en zou in december 1943 klaar moeten zijn. Deze datum werd tijdens de aanleg teruggebracht tot augustus 1943. De uiteindelijke aansluiting met de aanleg vanuit Burma was op 17 oktober 1943 en op 25 oktober 1943 kon de gehele spoorlijn in gebruik worden genomen. Hierbij is alleen gebruik gemaakt van handarbeid met handwerktuigen verricht door krijgsgevangenen en door onder valse voorwaarden geronselde bewoners uit de bezette gebieden. Mensen en alles wat leeft, was ondergeschikt aan het doel "de spoorlijn". Bovendien waren er mensen genoeg en hoe meer er dood gingen des te beter, want die behoef je geen eten meer te geven en ook een manier om op de meest sadistische wijze een ras uit te roeien.

Er was al een oud olifantenpad van Siam naar Burma, dat in grote lijnen de rivier de Kwai volgde. Ook de spoorlijn zou zo ongeveer dit pad volgen. De rivier slingerde door het land, maar de spoorlijn moest zoveel mogelijk rechtdoor. Daar v/aar de spoorlijn en de rivier bij elkaar kwamen, moest een groot kamp komen en daar kwam later een wisselplaats voor de treinen. De afstand tussen deze plaatsen was ongeveer 20 km. Hieronder volgen de namen van een aantal kampen met daarachter tussen haakjes de km afstand vanaf het beginpunt  

Non Pladuk
Bangkok  
Nakhom Pathon 
Non Pladuk 
Ban Pong  
Tamuan  
De Brug  
Chunkai  
Wang Po (viaduct)
Tarsao 
Kinsayok  
Rin Tin  
Kuye  
Hindato
Brankasi 
Takanun 
Bangan
Houthakkerskamp
3 pagoden pas (grbns)      
0
55
5
0
5
39
55
57
114
131
172
181
190
198
208
218
229
240
303

Een groep Engelsen waren eind juni 1942 met de voorbereiding van de aanleg van deze spoorlijn begonnen. Langs het gehele traject kwamen we dan ook op kleine open stukken midden in de jungle enkele bouwvallige lage hutten tegen. In deze minikampen, waarin een restant bebaarde, vermagerde en in lompen geklede Engelsen waren gehuisvest, moesten werkkampen komen. De spoorlijn begon bij Non Pladuk (0) en liep tot Ban Pong (5) langs de lijn Bankok Singapore.  

Ban Pong (5) was de plaats, waar we uit de goederentrein waren gestapt. Hier was de grote basis. We kregen hier een zeer goede maaltijd en we konden daarna zelfs ons messtinnetje navullen. Het was wel spiedo spiedo waarbij uiteraard weer links en rechts met gulle hand slagen met de geweerkolf werden uitgedeeld. Ook ik liep terug om in m'n kleine pannetje (deksel van messtin) extra eten te gaan halen en daar nam ik graag het risico voor om een pak slaag te krijgen.

Voor het stationnetje stond een lange rij volgeladen open vrachtauto's. Wij moesten met onze bagage daar nog eens bovenop gaan zitten. Tijdens het rijden ging het in het begin wel goed, omdat de weg geasfalteerd \,as. Daarna was de weg wel verhard, maar met kuilen.

Toen kwamen we in het oerwoud op het verbrede olifantenpad. De weg zat vol met diepe kuilen en hobbels van wortels en stompen afgezaagde boomstammen, daarover een dikke laag rood stof, zodat we in de kortste tijd gepoeierd waren. We hadden de grootste moeite om niet van de auto , af te vallen. Gelukkig reden we erg langzaam. Soms kreeg er iemand een  zwieperd van een overhangende rotan. Erger was het wanneer we een tak raakten met een soort pluisbloesem. Ik meen, dat ze het "Rawit" noemden. Dat spul ging overal doorheen en kwam op je bezwete lichaam terecht, wat een erge jeuk en irritatie veroorzaakte. 

Bij mij op de auto zat Bas v.d. Horst, de dikke matroos-1, die tokobaas was in de MKO in Soerabaja en een sergeant van de mariniers. Ze zaten alsmaar te kankeren. Ze waren het helemaal met elkaar eens dat ze hier nooit meer levend uit zouden komen" . Het is triest te moeten schrijven, dat het juist deze twee waren, die zo niet de eerste, maar dan toch we1tot de eersten behoorden van de vele duizenden doden. Ze zijn voor veel verschrikkelijke ellende gespaard gebleven, maar daarmee is dan ook alles gezegd. 

Wel is het zo dat het juist deze 2 mannen zijn die daarna steeds weer bij mij in het beeld kwamen in moeilijke situaties, om te overleven moet je "positief denken" en geloven in a1le hande1ingen en middelen die worden aangewend om je over de streep te helpen. Ze zijn hiervoor bij de schepping gecreŽerd. Ik vertel deze gebeurtenis nu nog steeds aan mensen die het niet meer zien zitten. Onderweg stopten we zo nu en dan bij een stroompje dat van de berg afkwam. We mochten in het water nadat er water getapt was. Het was heerlijk in dit koude water, waardoor ook het stof werd afgespoeld.  Even in de zon liggen om m'n kleren te laten drogen. Het was rond de 40 graden. 

Nog moe van de treinreis was ik in slaap gevallen en dromend op reis met padvinders, die op dezelfde wij ze als wij naar kamp gingen, voor de eerste keer in een echt oerwoud! Wat was de natuur mooi en "spiedo spiedo" weg padvinders, met spoed op vrachtauto' s, er is haast bij, want de spoorlijn moet in december klaar zijn. Lekker uitgerust klom ik op de vrachtauto "padvinder of geen padvinder" , De natuur is prachtig.

Tarsa (131) was het kamp waar we tegen de avond aankwamen. We moesten  hier in de open lucht slapen. Ik lag wel op m'n "tikar" (ligmatje), maar het vocht trok er wel doorheen, waardoor ik de volgende morgen erge stijve spieren had. Maar het was weer "spiedo spiedo" en dan ga je wel. Het begon al licht te worden en ik kon hieruit opmaken, dat we een ongebruikelijke lange nachtrust hadden gehad, wat we na de 4 nachten in de trein hard nodig hadden. Een armzalig groepje Engelsen in dit kamp had al rijst gekookt, waarbij dan nog wat gekookt zeewier en het vocht daarvan kwam. Dit was voor de hele dag.

Dat we nu met daglicht vertrokken, zal wel gelegen hebben aan het feit, dat de weg erbar- melijk slecht was. Het was duidelijk te zien dat het pad maar kort tevoren was vrijgemaakt en net breed genoeg voor een vrachtauto. Ook waren er stronken van afgezaagde bomen in het wielspoor. We reden dan ook erg langzaam en maakten veel stops, omdat er stoom uit verschillende motorkappen kwam. Dit was m'n kans om wat wilde groenten te zoeken. Toen we bij een stop iets verder waren gegaan, kwamen we met een paar man bij de auto's die op ons stonden te wachten. De Jappen schreeuwden van alles tegen ons, waarvan alleen de vele malen spiedo spiedo begrijpbaar waren. Nadat we flink waren afgetuigd moesten we spiedo spiedo op de auto's. Hoe dan ook, we hadden wat groenten en daar had ik wel een afranseling voor over. In de middag kwamen we op onze eindbestemming.

lees verder >>