Veteranen-online

Kerst in het Jappenkamp

door Adriaan Kannegieter

Jappenkamp langs de aanleg van de Burma-spoorljn 198 KM vanaf Bankok diep in de jungle.
Hindato december 1943

Na 3 dagen ( 2 nachten) kwamen we hier doodmoe aan op een grote fourage/wisselplaats met een groot rangeerterrein.Zowel het kamp van de krijgsgevangenen, als het aan de andere kant van de spoorlijn gelegen jappenkamp waren behoorlijk groot. Het jappenkamp lag op een 4 m. hoger met gras begroeid plateau langs een van de berg afkomend snel stromend beekje. Op een door een hek omgeven kaal gegraasd grasveldje liepen een paar magere koeien. 

Nadat de open wagons waren afgeladen, begonnen andere magere uitgemergelde krijgsgevangenen hun povere eigendommen op te laden. Het was duidelijk dat wij vervangers waren. Doordat er toen nog regelmatige aanvoer mogelijk was kregen de krijgsgevangenen wel regelmatig eten, maar het was wel minimaal. De conditie van de groep die werd afgevoerd was dan ook zeer slecht , het merendeel was ziek en ze moesten vele doden achterlaten. Het zag er allemaal niet zo rooskleurig uit. Ik had het voordeel dat ik met een goedgevulde tas uit een basiskamp kwam, waar het relatief iets beter was en er in een kampwinkel iets kon worden bijgekocht. Daarbij rookte ik niet en kon zo mijn geld wel beter besteden. Ook was mijn conditie naar omstandigheden niet slecht. Er werd gevraagd of er in onze groep iemand was die kon slachten. Ik had weer voor de zoveelste keer geluk en werd ingedeeld in de japanse keuken. 

Toen ik de keuken binnenkwam stond daar Koos v.d. Spek ( na de oorlog met pensioen als adj.hofmeester en kreeg vorige week nog een kerstkaart van z'n vrouw) Dit was de eerste keer dat ik langs de spoorlijn een collega tegenkwam van mijn blikkie( opleiding) en ook ex bemanningslid van de Hr.Ms. "Sumatra". Hij werkte al langer in de keuken. 


Regelmatig moest Koos of ik met de koeien een dag door de bossen dwalen waar ze iets te grazen konden zoeken. Er ging altijd een gewapende soldaat mee om de koeien en mij te beschermen tegen rond zwervenden Siameese bandieten. Het waren heerlijke dagen en ik had ruimschoots de gelegenheid om wilde groenten te zoeken. Het was niet de bedoeling dat we iets extra's kregen . 
Maar wat je niet kreeg kon je altijd nog proberen te pikken.Wat we wel mochten meenemen was de bruine aangebakken laag rijst uit de watjans een varkens-of koeienkop een maag of varkenspoten. Behalve de korst rijst gaven we alles aan onze keuken. Dit lijkt wel erg collegiaal, maar je kon toch niet lekker gaan zitten kluiven terwijl tientallen hongerige ogen naar je zaten aan te staren! Regelmatig pikte ik kleine stukjes vlees die ik dan in mijn tjawat(lende doekje)tussen m'n bovenbenen verborg. In m'n kongsi zei ik dan"Ik heb weer klote zooi"

Organen mochten we niet meenemen. Wanneer we hadden geslacht waarschuwden we onze zieke vrienden dat ze onder bij de beek moesten gaan staan wachten. We gooiden de organen in de beek en die werden dan beneden aan er weer uitgehaald. Uitbakken geeft lekker vet een een knappende bruine darm smaakt heerlijk en daar koffie bij gemaakt van de bruine korst rijst erbij . Suiker hadden we in die altijd. Ik wist dat de jappen ook veel stalen en daar heb ik goed misbruik van gemaakt. Bovendien verdween er in de keuken ook wel eens iets in mijn keel. In feite was ik een ras boef maar dat beschadigde mijn ziel niet. integendeel. We hebben in dit kamp ook kerstfeest kunnen vieren. 

Hindato, december 1941 ( Thailand )

We hebben hier ook kerstfeest gevierd. We hadden hiervoor enige weken ervoor een zangkoortje gevormd en we oefenden 's avonds laat. We zongen ook het Ave Maria" en dat lied maakte als protestant christen, die dat Maria verering noemden, veel indruk op me gemaakt. Vooral "Ora pro nobis precatoribus"( ik weet niet of ik het wel goed schrijf maar dat is niet belangrijk) of wel "bidt voor ons zondaren" Ik heb hierdoor Maria beter leren kennen en daarna dikwijls om hulp gevraagd. 


Het werd een prachtige avond. Er was een kerstboom met van die dunne naaldjes die ze ook in NOI gebruikten. Van dunne bamboe waren kaarsjes gezaagd. Van blik waren er plaatjes gemaakt met een gaatje erin voor de lonten van katoen touw o.i.d. waarmee de zakken rijst waren dichtgemaakt. Ik had in de keuken wat olie gekregen maar het kan ook zijn zijn dat ik de olie van de jappen had gejat. In ieder geval het brandde.


Een grote koloniaal met een rood gezicht en rossig haar en nogal ruw en grof in de taal had de leiding. Wanneer je dan zo iemand hoort bidden en danken, dan gebeurt er iets met en gaat er veel door je heen. Niet ver van ons op een heuveltje zaten 2 ongewapende jappen en ook de gewapende jap die rondjes moest lopen bleef lang bij ons staan. Ik dacht ......zouden zij soms ook????? In mezelf bad ik "Heer vergeef ze" Dit is dan ook wel het mooiste kerstfeest geweest dat ik ooit heb gevierd. In de open lucht onder een hemel vol sterren die fonkelden van vreugde. Ja dat was nog eens kerstfeestvieren in een tijd waarin we toch onmenselijk werden mishandeld en uitgehongerd. Een schril contrast met nu. Toch sta ik weer met beide benen op de grond en heb toch liever met m'n vrouw zo samen een wat minder emotioneel kerstgebeuren met goed gevulde tafel. 


Maar wat nooit verandert is wel dat we het feest mogen vieren van de geboorte van Christus , Glorie in exelsis Deo.