Laatste patrouille "0-19” 

door Siem Spruijt 

 Er hadden nogal wat veranderingen plaats gehad in onze "thuisbasis" in Fremantle, West- Australie. S8 en HMS "Maidstone", ons depotschip, waren verplaatst naar de nieuwe vooruitgeschoven basis Subic Bay in de Philipijnen. Daarvoor in de plaats kwam de 4e flotille met HMS "Adamant", wat althans door de onderzeeboot-bemanningen niet bepaalt als een verbetering werd gezien.

We hadden nu nog 8 Nederlandse boten hier. De K -14, K -15, Zwaardvis, Tijgerhaai, 0-21, 0-23, 0-24 en wij de 0-19. Het was hoog tijd om voor ons zelf een goede accomodatie te vinden en waren zo gelukkig om een oude vliegbotenbasis te kunnen overnemen in Crawley Bay, aan de Swan rivier. Onze gewezen oudste officier Piet de Jong was inmiddels commandant geworden op de 0-24 (en zou later onze Minister-President worden).

Onze volgende patrouille zou moeten beginnen vanuit Subic Bay. Op de lange weg er na toe hadden we grote voorraden onderdelen en dummy mijnen aan boord (voor training van Amerikaanse twee-persoons onderzeeboot bemanningen), welke we eerst zouden moeten afleveren aan HMS "Maidstone". Helaas zouden we haar nooit bereiken, de 0-19 stierf op een koraal-rif in de Zuid-Chinese zee, nadat we op 25 Juni 1945, Fremantle hadden verlaten.


0-19 voor afstellen torpedo’s in de Schotse wateren.

Op 8 juli,, om ongeveer 4 uur in de morgen, liep de 0-19 met een snelheid van 30 km per uur en 3 uur voor hoog water, op het zich nog onder water bevindende Ladd Reef een rif in de Zuid Chinese zee. Ik was net afgelost en stond op het punt mijn kooi in te duiken. Door de ongelooflijk harde klap en plotselinge stilstand, schoot ik 5 meter verder tegen het waterdichte schot zonder me overigens ernstig te bezeren. Ik hoorde en voelde dat beide dieselmotoren vol vermogen achteruit draaiden. Kort daarop wisten we wat er was gebeurd.

Nou was een ramp als dit, toendertijd moeilijk te voorkomen. De huidige navigatie systemen zoals GPS waren nog onbekend. De goeie ouwe sextant was dus het enige middel om de positie te bepalen. Maar aangezien een onderzeeboot in oorlogstijd gedurende het daglicht onder water moet blijven, kon er dus geen zonnetje worden geschoten. Nu is dat normaliter niet zo erg. s'Nachts kan immers evengoed de positie worden bepaald door de stand van de sterren. Maar in ons geval was het al dagen bewolkt en dus geen ster te zien, zodat dus op "gegist bestek" werd gevaren. Een afwijking van tientallen mijlen is hiervan het gevolg. Dit zou dan de vermoedelijke reden zijn geweest van alle ellende.

De positie van Ladd Reef is ongeveer halverwege Vietnam en Noord Borneo, in de Zuid-Chinese zee, slechts een uurtje vliegen van Japans bezet gebied.

Bij laag water bleek dat de boot ongeveer midscheeps zo vast zat als een muur. Door de open gaten van de water inlaten (kingstons) en mijnenbunkers zat de boot als een rots verankerd. Van alles hebben wij toen zelf geprobeerd om weer vlot te komen. Het achterschip zoveel als mogelijk geballast, motoren volle kracht achteruit. Echter helaas zonder enig resultaat. Er restte toen maar één ding en dat was onze toestand melden in de hoop dat er van die kant nog hulp kon worden geboden. Nu is het in oorlogstijd gebruikelijk om maar één keer zo'n seintje uit te zenden. Immers de Jap zou mede op de hoogte kunnen worden gebracht en dan rustig in de buurt blijven om ons en de eventuele hulp te liquideren. 

Het lange wachten in hoop en vrees, zonder verder zelf ook maar iets te kunnen doen was begonnen. Uren hebben we zitten turen naar de horizon bang als we waren dat Japanse vliegtuigen ons zouden ontdekken. Ik zal echter nooit vergeten dat toen wij in het donker aan dek zaten en ons meer of minder al verzoend hadden met onvermijdelijke, er plotseling uit het niets een rode seinlamp door het duister priemde. Onze Engelse seiner vertaalde de boodschap onmiddellijk.Een Amerikaanse onderzeeboot de "Cod" (schelvis) was boven water gekomen om ons te helpen. Zij hadden ons bericht onderschept en waren tot ons grote geluk in de buurt om direct de helpende hand te kunnen bieden.


Aquarel redding 0-19 en de COD met luchtmacht protection

Alles werd in gereedheid gebracht om alsnog een poging te wagen de 0-19 vlot te krijgen. Een kabel werd om onze commando-toren vastgemaakt vanaf de "Cod". De chef machinist had een manier bedacht die hopelijk bij zou kunnen dragen om het vlot trekken te vergemakkelen. De 0-19 had ballasttanks met grote afsluitbare kleppen (Kingstons) in de bodem. Een turboblower kon worden gebruikt om de druk in de tanks tot ver boven het toegestane op te voeren en dan plotseling de kingstons te openen. Hierdoor zou de ontsnappende lucht de boot een paar centimeters optillen, terwijl onze eigen motoren en de trekkracht van de "Cod" de zaak zouden klaren. Bij hoog water werd de poging ondernomen. Ten overvloede werden tezelfde tijd werden alle boegbuis-torpedo's afgevuurd. (aktie en reaktie) Helaas zonder ook maar het minste resultaat. Elke andere boot zou er op deze manier vanaf gekomen zijn. Maar omdat wij een onderzeeboot-mijnenlegger waren, waren de open mijnenbunkers op het koraal de beste verankering denkbaar en de boot gaf dan ook geen cm toe.

Om de Jap later niet wijzer te maken, bleef maar één over en dat was de boot en alle apparatuur daarin te vernietigen. De toen nog zeer geheim zijnde voorlopers van o.a. radar en asdic werden binnen de korste keren grondig en onherkenbaar vernield en werden springladingen aangebracht. Op 10 juli gingen wij met kleine rubber bootjes zonder ook maar iets mee te kunnen nemen naar onze redders van de "Cod". Het moge duidelijk zijn, dat zonder hen ik dit nooit had kunnen schrijven. Onze commamdant was de laatste die de boot verliet. De bemanning van de "Cod werd dus in één klap verdubbeld, wat altijd voor onmogelijk werd gehouden vanwege de toch al zeer krappe behuizing.


Huidige ligplaats COD in Cleveland USA

Maar alvorens koers te zetten naar Subic Bay, moest eerst nog onze boot waarop wij zoveel lief en leed hadden meegemaakt, totaal vernietigd worden. Allereerst werden de springladingen binnenboord tot ontsteking gebracht. En toen begon, de absolute destructie. Een tweetal torpedo's werden door de "Cod" afgevuurd en vaagden nagenoeg het hele achterschip weg. Toen er ook nog 16 keer een 12cm granaat op haar werden afgeschoten, bleef er nog maar weinig over. 

Hr.Ms. "0-19", toen één van de modernste onderzeeboten, was niet meer en zou voortaan alleen nog voortleven in geschiedenisboeken, tot meerdere glorie van onze Koninklijke Marine.

Vice Admiraal James Fife, Commandant Task Force 71, die de opdracht gaf tot de vernietiging, verklaarde later dat het aan de grond lopen binnen de vliegafstand van de vijand, vernietiging noodzakelijk maakte en dat het redden van de bemanning voor toekomstige operaties belangrijker was. En dat bij verdere pogingen tot vlot trekken ook de bemanning van de "Cod" ernstig gevaar had gelopen.

Het leven aan boord van de "Cod" was totaal anders dan wij gewend waren. Wij als "passagiers" doodden de tijd met het bestuderen van de boot, wachten overnemen, diepte-roergangers aflossen en wat hun werk verder maar wat kon verlichten.

13 juli kwamen wij aan in Subic Bay, waar wij later per schip naar Manus eiland (net boven Nieuw Guinea) voeren en waar ik het geluk had om met een Amerikaans postvliegtuig (Dakota) via de gehele oost- en zuidkust van Australia, terug te vliegen naar onze thuisbasis Fremantle. Hadden wij al heel wat meegemaakt op vorige patrouilles, ook deze keer was ik blij het er weer zonder kleerscheuren te hebben afgebrachr, nota bene terwijl de oorlog in Nederland al lang was afgelopen.

Tenslotte ben ik best trots op een uitspraak van de Amerikaanse Admiraal C.A.Lockwood, commandant Onderzeedienst in de Pacific: 
"Of the Netherlands submarines, we saw a great deal in Australia and the Philipines. Their crews were dy and determined and their submarines, while smaller than ours and not so well equipped for habitability and comfort, were thoroughly effective. They handled their boats with great skill and need take off their hats to no one with respect to daring in making their attacks. My observations of their capabilities and their performance in the South- West Pacific merely confirmed my former high regard for their hardihood and fighting qualities. Where there's a tough job to be done, I am ready at any time to team up with a Dutchman"

Dit betekend zoveel als:
"Wij hebben veel gezien van de Nederlandse onderzeeboten in Australie en de Philipijnen. Hun bemanningen waren gehard en vastbesloten en alhoewel hun onderzeeboten kleiner waren dan de onze, met veel minder leefruimte en comfort, waren zij toch zeer doeltreffend.
Zij hanteerden hun boot met veel kennis en hoefden voor niemand hun hoed af te nemen wat betreft hun moed als zij in de aanval gingen. Mijn waarnemingen van hun vermogen en hun uitvoering in de Zuid-West Pacific, bevestigde slechts mijn eerder hoog respect voor hun hardheid en gevechts kwaliteiten. Als er een moeilijke zaak geklaard moet worden, ben ik bereid, op elk ogenblik in teamverband samen te werken met een Hollander."

In West Australie werd enkele maanden geleden de documentaire “Fremantle Secret Fleets” op de TV uitgezonden, geheel gewijd aan de verdienste van de geallieerde onderzeedienst, opererende vanuit Fremantle. De aan boord van de "Cod" opgenomen film van o.a.de vernietiging van de 0-19 werd in zijn geheel getoond. Via een relatie heb ik de band opgestuurd gekregen. Nog een saillant detail is dat niet alleen wij ons leven hebben te danken aan de "Cod", maar ook de gewezen president van Amerika, Bush Sr., die die als gevechtspiloot neergeschoten werd en met zijn parachute in zee terecht kwam en later door hen werd opgepikt.


COD bemanning tijdens het door ons aangeboden “dank” feest in Perth.