Venijnige luizen in Hitlers pels

Lichte kuststrijdkrachten tijdens Tweede Wereldoorlog.

Tekst: Wiebren Tabak Bron: Defensiekrant  

Sinds het einde van de Koude Oorlog lijkt het accent in de maritieme strategie te verschuiven van blauw naar bruin. De kust is herontdekt. Een kleine zestig jaar nadat de Tweede Wereldoorlog, afliep, waarin naast oceanen, met name de Europese kustwateren een heftig strijdtoneel vormden. Voor de Light Coastal Forces van de Britten en de Schnellboote van de Duitsers. Plus twee Nederlandse flottieljes: een met motortorpedoboten en een met motorkanonneerboten.


MTB 204 maakte deel uit van de flottielje motortorpedoboten onder leiding van LTZ 2 Hans Larive.Foto: IMH

Al in de Eerste Wereldoorlog werden snelle torpedoboten gebruikt. Vooral de Italianen scoorden daar spectaculaire successen mee en in de Tweede Wereldoorlog lieten ze zich evenmin onbetuigd. Hun code Flottielje (Decima MAS) bouwde een geduchte reputatie op. De Duitsers begonnen in 1923 heimelijk met de planning van een nieuw torpedobootwapen. In augustus 1925 hielden ze een eerste oefening met vier stiekem aangeschafte boten. Dat zelfde jaar vingen ze aan met de bouw van eigen modellen.
Al experimenterend maakte de Kriegsmarine steeds meer vorderingen, qua techniek en tactiek. Bij het einde van de Tweede Wereldoorlog hadden er 7,500 man op de Schnellboote gediend. Van hen sneuvelden er 767, raakten er 620 gewond en belandden er 322 in krijgsgevangenschap.

De Kriegsmarine heeft diverse type boten in bedrijf gehad. Variërend in lengte, bewapening en bemanning. Mat de si nog een kleine 27 meter, latere versies zaten dicht tegen de 36 meter aan. Allemaal beschikten ze over twee torpedobuizen, maar waar de allereerste boot slechts was uitgerust met één 20 mm mitrailleur, hadden bijvoorbeeld de S-701 tot en met S-825 twee twintig millimeters, één 30 mm mitrailleur en twee 7,9 mm machinegeweren aan boord. Er werden twee reservetorpedo's meegevoerd, maar daarvoor in de plaats was het ook mogelijk zes tot acht zeemijnen mee te nemen. De Duitsers waren overigens niet eenkennig, want naast producten van eigen makelij, zetten ze tevens Joegoslavische Orjel- en Italiaanse MAS-boten in, allebei voorzien van dieptebomwerpers.

VUURKRACHT
Tegenover de Duitse kuststrijdkrachten (door de Britten allemaal over een kam geschoren als E-boats, waarbij„ staat voor Enemy) stelde de Royal Navy haar motor gun boats en motor torpedo boats. De MTB's waren ontworpen om vijandelijke konvooien aan te vallen, terwijl de MGB's hen daarbij moesten beschermen en tevens slag leveren met de Eboats. Die vormden zo'n bedreiging dat de Britten het Kanaal in E-boat alley omdoopten. Hun marine begon de oorlog met twee flottieljes MTB's die onvoldoende motorvermogen bezaten en geen partij vormden voor de Schnellboote en MAS boten. De Admiraliteit vroeg aan Noel Macklin van Fairmile om een vaartuig te ontwerpen dat zich kon meten met de concurrentie. Dat rolde in maart 1941 van de tekentafel en zes maanden later ging het in productie. De Fairmile c klasse was een solide boot met een laag silhouet en een naar verhouding grote vuurkracht: voorop een z-ponder (40 mm) pom pom, twee paar dubbelloops .303 inch machinegeweren midscheeps (later vervangen door twee dito 20 mm Oerlikons), daarachter nog een tweeling Oerlikon en ten slotte helemaal achteraan een tweede pom pom. Als klap op de vuurpijl hadden ze ook nog dieptebommen bij zich. Waar het aan ontbrak, was snelheid: 26 knopen tegenover de 35 (later bijna 50) van de Schnellboote. De D-klasse MTB/MCS, die medio 1942 in dienst kwam, was groter en vlugger dan zijn voorganger, maar nog altijd langzamer dan de E-boats. Dat compenseerde hij met een formidabele vuurkracht, die naast twee dubbelloops .303 en twee dito .5o machinegeweren, een tweeling Oerlikon, een duo raketwerpers en uiteraard torpedobuizen omvatte. De nieuwste toevoeging bestond echter uit een Gponder (57 mm) kanon voor en achter, dat was afgeleid van een succesvol antitankwapen van het leger en uitgerust met een automatisch laadmechanisme Tussen november `41 en april `45 werden er 228 Fairmile boten gebouwd. Die leverden ruim driehonderd zeegevechten en boorden talloze tegenstanders de grond in of brachten deze zware schade toe. Aan eigen kant gingen 37 boten verloren en sneuvelden 273 officieren en manschappen.


Een Britse MGB trekt een wit spoor door het water.

KAT-EN-MUIS-SPELLETJE
De Coastal Forces van de Royal Navy waren veelzijdig van aard. Ze legden niet alleen Duitse konvooien het vuur aan de schenen, ze voerden ook allerlei heimelijke operaties uit. Menige boot bracht voorraden en wapens naar verzetsgroepen, zette agenten aan land (onder meer bij Scheveningen) of haalde die weer op. Zo verborgen de MTS's van de 30ste Flottielje zich geregeld in grotten langs de wanden van Noorse fjorden of kropen langzaam door duistere vaargeulen op weg naar een ontmoeting met contactpersonen uit het verzet, intussen vijandelijke patrouilles ontwijkend. MTB'S haalden ook de ontvoerde Duitse bevelhebber op Kreta, generaal Werner Kreipe, van het eiland en transporteerden hem naar Egypte. Daarnaast speelden ze een dodelijk katenmuis-spelletje met de zeestrijdkrachten van de As en de Luftwaffee in de Egeïsche Zee en tussen de Joegoslavische eilanden.

De Nederlandse boten lieten zich op de Noordzee evenmin onbetuigd. De MTB's vielen Duitse konvooien bij voorkeur van de landzijde aan, terwijl de MGB's de strijd aanbonden met het escorte. Echt veel bescherming tegen vijandelijke projectielen hadden de bemanningsleden niet. Zo zei Hans Bos, destijds ingedeeld op een MGB, ooit: "Je stond als kanonnier achter pakweg vijf millimeter pantserstaal en waande je veilig.
Maar je kon net zo goed een emmer op je kop zetten."


Een Fairmile D- klasse vormde de ultieme ontwikkeling van de MTB/MGB

AFSTRAFFING
Eenmaal terug in Dover was het gevaar niet geweken. De stad lag binnen bereik van de zware kustartillerie in Frankrijk en kreeg herhaaldelijk een afstraffing, Het ergste bombardement vond plaats na de invasie in 1944 toen de oprukkende geallieerden het vijandelijk geschut onder de voet dreigden te lopen en de Duitsers voor het zover was alle munitie opmaakten. Bos: " Ik kwam 's nachts in Dover aan en vond het station aan puin geschoten. Overal lagen treinkaartjes en op de markt woedden veel branden. Ook onze stamkroeg, de Prince Regent, bestond niet meer. Maar de piano was gered en erachter zat een van onze Jannen midden op straat te spelen: `En datteme toffe jongens zijn'. Iedereen had gratis drinken.
Wat een nacht!"
Toen de duisternis van Europa week, konden de mannen van de Light Coastal Forces terugzien op een geslaagde missie. Niet dat ze de geschiedenis wezenlijk hadden beïnvloed. Daarvoor was hun oorlog, hoe hevig ook, toch te kleinschalig geweest. Wel maakten ze, naast al hun neventaken, de Duitse scheepvaart langs de kust van de bezette gebieden tot een hachelijke zaak. En vervulden zo de rol van luizen in de pels van Hitler. Maar dan hele venijnige.