Moedig optreden

Chris Mark. Bewerkte overname uitAlle Hens van oktober 1949.

Het onderstaande verhaal werd ontdekt in droge, ambtelijke stukken, die in werkelijkheid toch niet zo droog blijken en die waar het de rapporten over uitgevoerde acties betreft soms aangrijpend zijn, juist door hun soberheid. Zonder ophef en zonder opsmuk worden daar in enkele woorden daden geschilderd, die waard zijn om aan de vergetelheid onttrokken te worden.
Meerdere verhalen uit de ver achter ons liggende oorlogsjaren worden gevonden, waarin mensen van de Koninklijke marine toonden rijk te zijn aan persoonlijke daden van moed, beleid en trouw.


Archieffoto Hr.Ms. Tromp aan de Parkhaven Rotterdam - 1951

Een van zulke daden is het heldhaftige optreden geweest van de toenmalige majoor-machinist Steenaards aan boord van Hr.Ms. Tromp tijdens de actie tegen Sabang op 25 juli 1944, aangeduid als de "Operation Grimson", waarvoor hij werd begiftigd met de Bronzen Leeuw.
Het doel van deze operatie was de Japanse basis met zee- en luchtstrijdkrachten aan te vallen. Men had, om speciaal de havenwerken behoorlijk onder vuur te kunnen nemen vier schepen aangewezen om de baai binnen te varen. Het waren de torpedobootjagers HMS Quilliam (onze latere Hr.Ms. Banckert), de Quickmatch, Quiality en onze lichte kruiser Hr.Ms. Tromp onder commando van KTZ. F. Stam.

De Tromp voerde het zwaarste en meeste geschut en kreeg daarom de vrije hand om de belangrijkste zichtbare doelen onder vuur te nemen. Om zich geheel op deze opgave te kunnen concentreren voer Captain R.G. Onslow aan boord van de Quilliam voorop om de volgschepen grotendeels van de navigatie te ontheffen.

Het is in de vroege ochtend van 25 juli 1944 en er drijven grijze wolken terwijl het water, krachtig opgezweept door een stevige zuidwesten wind, schuimend tegen de schepen van de East Indies Fleet slaat, die op 22 juli Trincomalee hadden verlaten. Straf in de wind klappert de vlag van de Commander in Chief, die zich aan boord van de Queen Elisabeth bevindt. Voor de vloot varen in een halve cirkel 10 Britse en Australische torpedobootjagers van de R- en Q-klasse, die een antionderzeebootscherm vormen tot beveiliging van de machtige slagschepen, kruisers en de vliegdekschepen Illustrious en Victorious. 

De onderzeebootverkenners zitten aandachtig achter hun asdicapparaten. De radarmensen turen op telkens terugkerende groenige trillende figuren op het radarscherm. Maar alles blijft rustig, geen waarschuwende ping en geen groen stipje in het leven geroepen door naderende onderzeeboten of vliegtuigen. De Jap op Sabang is zich nog steeds niet bewust van de komende gebeurtenissen.
Eigenlijk is er maar een enkeling die precies weet wat er gaat gebeuren. De bemanning van de Tromp weet wel, dat er iets op komst is.
Wanneer ineens in volle zee een tanker langszij komt om de olietanks bij te vullen, wanneer dan bovendien nog Engelse zeeofficieren aan boord komen en kort daarna alle boekwerken in zakken verpakt van boord gaan, dan zijn dat ruim voldoende aanwijzingen voor een ophanden zijnde actie. Men maakt zich daar niet zenuwachtig over, wanneer het zover is, och dan merkt men dat wel en tijdens de actie heeft men toch niet de gelegenheid om er over te denken.

Het is 05.15uur, vaag gloort het vroege ochtendlicht over de zich voort ploegende vloot. De uitkijk van de Tromp tuurt de horizon af, een moment blikt hij naar beneden, wanneer hij daar het alarmsignaal hoort. Even later ziet hij de mensen over het dek snellen, onderwijl hun helmen vastgespend, in een run op weg naar hun posten. Even vangt zijn blik de stevige figuur van de mgioor-machinist Steenaards die, ingedeeld bij de scheepsbeveiligingsdienst, naar zijn post achteruit snelt. Dan is het weer rustig. Vlaggenseinen worden gewisseld en uit het machtige konvooi scheiden, met de Tromp de drie Engelse torpedobootjagers zich af. In strakke linie varen zij weg. 

Tegen half zes wordt er land in zicht gemeld, het is Rondo, dat 20 minuten later aan bakboord wordt gepasseerd; Sumatra komt in zicht. De vliegdekschepen hebben de neus in de wind gestoken, wild schuimend slaat het water tegen de scherpe boeg, de wentelende schroeven trekken een bruisende baan. De snelheid wordt opgevoerd tot het hoogste vermogen om de Corsairs in staat te stellen op te stijgen. Ze hebben de opdracht om de vliegvelden van Sabang en Loo Nga bij Kota Radja vanuit de lucht aan te grijpen.

De Quilliam draait bakboord uit; KTZ. Stam kijkt op z'n horloge, 't is 6 uur in de morgen. Wanneer hij weer opkijkt ziet hij ver vooruit in de lucht kleine zwarte wolkjes. De Jap, wreed in zijnn ochtendsluimering gestoord is in angst en wanhoop naar de luchtafweerstellingen gerend en spuwt nu vandaar in razend tempo in het wilde weg de hoog in de lucht exploderende granaten. De luchtaanval schijnt succes te hebben, van de grond stijgen rookwolken omhoog. Met een vaart van 22 mijl stevent men er op af.
De majoor-machinist Steenaards heeft het luik op het achterdek omhoog geduwd en diep de frisse ochtendlucht inademend neemt ook hij even poolshoogte van de stand van zaken. Van beneden klinkt een schreeuw: "Majoor, de radio". Snel laat hij zich zakken en kijkt gespannen naar de luidspreker die kraakt en sputtert, even een geruis en dan klinkt in de kleine ruimte de rustige stem van KTZ. Stam. Kort, heel kort, maar alles zeggend:
"Hier is de commandant. We gaan er zo dadelijk op los. Ik hoef niet te vragen dat een ieder zijn best doet bij deze eerste operatie van de Tromp na 2 1/2 jaar. Schiet raak en good luck".
De mannen kijken elkaar even aan, er zet zich een verbeten trek om hun mond. Ze knikken elkaar even toe met een vage glimlach. Zij zijn bereid hun plicht te doen, zo nodig hun leven te geven.

Het is 06.43 uur wanneer statig, krachtig slaand in de wind de gevechtsvlag omhoog gaat. Er rinkelt een telegraaf, het gierend geluid van de turbines wordt hoger van toon, de snelheid wordt opgevoerd. Vanaf de commandobrug bespiedt men nauwkeurig de groen beboste hellingen die de baai van Sabang omzomen. Het is 06.55uur wanneer aanslagen worden waargenomen, veroorzaakt door de kanons van de kruisers die met bun verdragend geschut ver achterwaarts zijn gebleven. Op volle kracht stoomt men nu de,baai binnen. De zenuwen zijn tot het uiterste gespannen. Boven het gegrom van de overscherende vliegtuigen uit klinkt het gerommel van de door inslagen veroorzaakte explosies.

Aan boord van de Tromp wordt in een koortsachtig tempo gewerkt. Vanuit de munitiebergplaatsen wordt de munitie naar boven gebracht. Even nadat de Quilliam om 2 1/2 minuut voor 7 het vuur heeft geopend, begint ook de Tromp te vuren. Het is een oorverdovend lawaai. De dreunende brul van de telkens losbarstende salvo's, het zenuwachtig geratel van de mitrailleurs er tussen door. Een vettige walm die het ademhalen bemoeilijkt hangt over het schip. Majoormachinist Steenaards waagt weer een blik door het luik, duidelijk ziet hij een brandende loods waar, aangewakkerd door de wind, oranjerode vlammen uitslaan. Even deinst hij terug bij een daverende slag. "Raak", gilt een marinier, "'t is een munitieschip". Dikke rookwolken en opspattend schuim belemmeren het zicht op Sabang. Brokstukken hoog opgeslingerd tekenen zwart af tegen de rode gloed. De lucht is vervuld van een angstwekkend gedonder en gefluit.

Ook de Tromp krijgt zijn deel, de voorafstandmeter is buiten werking geraakt. In wilde kronkels hangt het koperdraad van de stukgeschoten antenne omlaag.
Er klinkt een dreunende slag, gevolgd door gerinkel. Een 12 cm granaat is door de stalen zijwand van de stuurboords wasgang gedrongen. Het bordje "Alleen voor korporaals" slaat in scherven tegen de grond. Met een snerpend geluid is de granaat door het waterdichte langsschot verder gedrongen. Bij de majoor-machinist Steenaards komt een melding binnen. Hij gaat naar de stuurboords wasgang waar de eerste officier de situatie opneemt. "We hebben er van de Jap een extra patrijspoort bij gekregen", zegt de eerste officier. Beiden gaan ze op zoek naar het gemelde lek. Bij de schoorsteendubbeling gekomen trekt de majoor de deur open; een hete verstikkende damp ontneemt hem de adem, hij wendt het hoofd om diep adem te halen en wil dan het trapje afgaan in de ruimte waar de rookkanalen doorgaan. Hij slaat wild zijn hand uit voor steun, het trapje is weggeslagen en hij valt voorover in de gloeihitte. De antiflash beschermt zijn gezicht, de stalen helm slaat tegen het rookkanaal.

Hij trekt zijn handen terug van de hete wand en grijpt zijn zaklantaarn, waarna hij de straal langs de wanden laat glijden. Een scherf heeft de sproeileiding lekgeslagen. "Juist, afzagen en een prop erin".
Hij hijst zich uit de gloeiende ruimte. Met een schok blijft hij staan. Het flitst plotseling door zijn gedachten. Ik voelde daarnet dat ik op iets ronds viel. Dat is daar nooit geweest. Verdomme, dat moet die granaat zijn.
"Gauw, gauw", roept hij tegen een dichtbijstaande matroos. "Een paar jutte zakken, kletsnat". Na een ogenblik komt de man terug. Steenaards legt een zak over zijn rug en met de andere in zijn handen gaat hij terug in de verstikkende hitte boven de ketels, waar hij het vuur hoort loeien en waar dikke rook puilend ontwijkt uit de scherfgaten in het rookkanaal. Hij tast naar beneden zich, daar voelt hij de granaat, gloeiend beet, sissend wanneer hij er de natte zak omslaat en opheft om deze buiten de deur te leggen. Hij kent slechts een gedachte: "Weg met dat ding".

De Tromp helt over naar bakboord. De schepen gaan terug. Steenaards neemt de granaat in beide armen en rent door de wasgang naar de reling en werpt bet projectiel over boord. De eerste officier staat naast hem en grijpt zijn hand. "Wat je daar gedaan hebt Steenaards was geweldig, dat was pracht werk".
Het lawaai is verminderd, het nevelapparaat is aangezet en in dikke slierten hangt de nevel achter het schip. De vier schepen stomen de baai uit. De opdracht is uitgevoerd.