Drie Oorlogsjaren a/b Hrms “Soemba” December 1941-Augustus 1944. (2)
Een terugblik door E.R.Filon

Maart 1943- Februari 1944 :
De Middellandse Zee,

Alexandrie, een Engelse Marinebasis, passagieren in oorlogstijd . Ik herinner me het beeld van een drukke stad, veel mensen op pleinen en straten. We zaten in een Café met uitzicht op een lange straat en aan het eind een groot gebouw. Daar stonden een lange rij mannen voor de deuren van dat gebouw.Bij navraag bleek dat het soldaten waren van het Britse 8e leger en het gebouw was een bordeel. !!

Een week slechts bleven we op de rede, daarna was het anker op en als escorte voor een groot , wel 100 schepen,langzaam convoij,waarmee we voor Alexandrie rv. maakten , voeren we met een kruisvaart van 10 mijlen ,richting Malta. Onze uiteindelijke bestemming was Gibraltar en onze nieuwe opdracht, het samen met andere schepen escorteren van langzame konvooien, was begonnen.

Escortedienst Alexandrie-Gibraltar.

We lopen oorlogswacht 6 uur op 6 uur af, s’Middags 3 uur voor het wisselen van de hondewacht. De communicatie met de andere schepen werd hoofdzakelijk met een, tijdens de donkere uren afgeschermde Aldis-seinlamp, onderhouden. Het heldere licht was dan een piepklein lichtje geworden en je moest voortdurend bedacht zijn op oproepen van schepen. Wee,je gebeente wanneer de officier van de wacht of een uitkijk een oproep eerder zag dan de seiner, dan kreeg je behoorlijk op je donder.
Om die reden stond je in weer en wind, zes uur lang altijd aan die zijde waar het konvooi zich bevond. De officier van de wacht en de roerganger deden hun dienst op een open brug,blootgesteld aan de wisselende weersomstandigheden. Het mooie weer kon plotseling omslaan in een fikse storm met hevige onweersbuien en bliksemflitsen. Het gebeurde wel eens dat de bliksem insloeg in een van de luchtafweer ballonnen,die de koopvaardijschepen met zich “meedroegen”. Een sinister en tegelijkertijd indrukwekkend gezicht,die brandende luchtballonnen afgetekend tegen een inktzwarte lucht uiteindelijk in zee te zien vallen.

Door aanvallen van Duitse onderzeeboten verloren we enkele koopvaardijschepen. Eens gebeurde dat op klaarlichte dag, net voor aanvang van de achtermiddag.Ik stond zoals gewoonlijk aan Stuurboord, waar het konvooi voer. Een koopvaardijschip enkele mijlen van ons vandaan werd door een torpedo getroffen, maar zonk niet,wel verloor ze snelheid en raakte achter op het convooi. Een korvet van onze escorte bleef bij het getroffen schip en escorteerde haar naar het nabijgelegen Malta, waar ze behouden is aangekomen.Andere koopvaardijschepen waren minder gelukkig .Ze zonken onmiddellijk of vlogen in brand en moesten verlaten worden.

De reis van Alexandrie naar Gibraltar duurde 14 dagen. Aangekomen werd ons 4 dagen rust gegund, waarna we weer naar zee gingen om een ander konvooi nar Alexandrie te escorteren. Bij onderzeebootalarm werd maximumvaart 15 mijlen ,gelopen en dan trilde het hele schip in al haar voegen. Om geen al te gemakkelijk doelwit te zijn voor op de loer liggnede vijandelijke onderzeeboten werd volgens een bepaald schema gezigzagd, zelfs onder minder gunstige weersomstandigheden. Zo gebeurde het dat bij stormachtig weer ons schip door een koersverandering dwars op de golven kwam te liggen en een flinke schuiver maakte. Onze scheepshond die bij het 7.5cm kanon beschutting had gezocht, sloeg overboord en verdween in de metershoge golven. Gezien deze omstandigheden was op zoek gaan niet verantwoord maar we misten haar zeer.

Na enkele retourtjes Alexandrie-Gibraltar waarbij van alles gebeurde,zoals het losschieten van een musketon bij het hijsen van de onderzeebootalarmvlag waardoor ik genoodgedwongen bij windkracht 6 de mast in moest en de ra op om de vlag binnen te halen, gingen we weer naar zee zonder weet te hebben van onze volgende bestemming.
De commandant had een een grote verzegelde enveloppe meegekregen die pas op zee geopend mocht worden. Even voor middagschaften maakte de commandant onze volgende opdracht bekend “ Opstomen naar Haifa voor een welverdiende 10 daagse rustperiode “ Deze mededeling werd door ons allen met groot gejuich ontvangen,want na al de spanningen van het konvooivaren ,waren we wel aan rust en ontspanning toe.

Haifa.Nu een Israelische moderne havenstad,toen onder Engels mandaat,van de oorlog was hier niet veel te merken.Elk vrij uurtje werd aan de wal doorgebracht en excursies werden georganiseerd naar Bethlehem en Nazareth. Ook bezochten we boerderijen van Nederlandse Joden, waar we zeer hartelijk en gastvrij werden ontvangen.In mijn herinnering was Haifa een nogal stille stad vergeleken met Alexandrie ,s’avonds verduisterd en bijna uitgestorven. De omgeving van de stad was toen een troosteloos en nauwelijks ontgonnen gebied , maar zoals de Media ons nu laat zien,bijna 47 jaar na dato een welvarend ,modern en levendig land. Mijn eerste en ook laatste kennismaking met Israel was een mooie ervaring die ik niet gauw zal vergeten.

Juli 1943 : Malta

We lagen in de haven van Malta op de boeien en de verhoogde bedrijvigheid aan de wal en op de schepen wees er op dat er iets bijzonders stond te gebeuren. Hoewel de ingang van de haven beveiligd was door middel van stalen netten bleef een aanval van menselijke torpedo’s steeds mogelijk.
Dit wapen valt het best te omschrijven als een torpedovormige miniduikboot waarop 2 personen kunnen zitten, gekleed in speciale pakken. Wanneer de versperring voor de haven wordt geopend varen ze achter de schepen aan naar binnen.Op een bepaald ogenblik duikt de bemanning onder en gaat naar het opgegeven doel. Onder water wordt een springlading aan schroef of scheepshuid bevestigd met een tijdsonsteking, waarna de kikvormannen al zwemmend aan wal proberen te komen om in de stad te verdwijnen. Op de ingestelde tijd komt de springlading tot ontploffing. Op die manier zijn verschillende schepen in de havens van Malta en Alexandrie tot zinken gebracht. De onzekerheid niet te weten aan welke schepen de tijdbommen hingen, was zenuwslopend. Als tegenmaatregel werden om het kwartier , dieptebommen rond ons schip gegooid,waardoor er van slapen natuurlijk ook niet veel terecht kwam. Gelukkig bleven we maar enkele dagen binnen. Op de voormiddag van de 9e Juli 1943 gingen we weer naar zee, richting Sicilie.

10 Juli 1943 : De invasie van Sicilie.

De weersomstandigheden waren aanvankelijk niet bepaald gunstig .Er stond een harde wind, maar naarmate Sicilie in zicht kwam nam deze af en werd de zee rustiger. In de vroege ochtend van de 10e Juli 1943 kwam de kust in zicht.
Duidelijk was te zien dat onze troepen reeds waren geland . Ongeveer 3 mijlen van de landingsplaatsen werd op en neer gehouden, wachtend op aanvraag om vuursteun via de radio van de Forwarding Observation Bombardment Officer (FOB). Het was onwezenlijk rustig en stil op en rondom ons schip toen plotseling uit het niets vijandelijke vliegtuigen op het bruggehoofd doken en de gelandde troepen met bommen en mitrailleurvuur bestookten. De vliegtuigen scheerden langs en over ons heen, wonderlijk genoeg zonder ons daadwerkelijk aan te vallen. De luchtaanval duurde maar kort en de vliegtuigen verdwenen weer even snel als ze gekomen waren. Enige uren daarna , nog op de voormiddag ,verscheen aan de horizon een bekend silhouet van een oorlogsschip. Na het wisselen van het herkeningssein maakte zij zich bekend als Dutch warship “Flores” , ons zusterschip dus. Van radioberichten en operatieorders was bekend dat zij in de buurt zou opereren ,maar deze dichtbij ontmoeting hadden wij toch niet verwacht. Het deed ons goed te weten dat twee Nederlandse oorlogsschepen bij deze invasie acte de presence gaven en in de voorste linies opereerden. Even was de oorlog vergeten.Per seinlamp werden over en weer seintjes gewisseld. Onze commandant heette Hrms “Flores” welkom “In mijn wateren “ Tenslotte waren waren wij als eerste voor de kust van Sicilie. Hrms “Flores” verbleef niet lang in “Onze wateren” en verdween weer achter de horizon op weg naar haar eigen sector.
Later op de middag kregen we via de radio , verbinding met de FOB , een officier waarnemer die vanuit een vooruitgeschoven post de bewegingen van de vijand per morse aan ons doorgaf. Onze vuursteun was dringend gewenst. Duitse tanks waren onderweg naar het bruggehoofd bij het strand. Door de grote afstandmeter waren de tanks in het heuvelachtig gebied duidelijk zichtbaar op amper 10 mijl van ons vandaan, point blank range. Vele salvo’s werden door onze drie 15 cm kanonnen op het vijandelijke doel met succes afgevuurd. De opmars van de Duitse tanks werd tot staan gebracht en een mogelijk bloedbad onder de gelande troepen voorkomen . De FOB meldde dat de tankeenheid uit elkaar was geslagen en zich terug trok . Onze eerste succesvolle actie en dat op de eerste dag van de invasie .

Zuid en Oostkust Sicilie .

Vele bombardementen ter ondersteuning van de oprukkende troepen zouden hierna nog volgen . Langs de kust trokken we met hen mee om s’avonds voor anker te gaan in de baai van Augusta en s’morgens bij daglicht weer het anker te lichten om op te stomen naar het front. Geen van de in onze sector aanwezige,modern uitgeruste Britse destroijers ,vergezelden ons. Wij opereerden geheel zelfstandig.

De radioverbinding met de FOB kwam niet altijd to stand. Het gebeurde ook dat wij naar zee gingen ,langs de kust voeren en s’avonds terug keerden naar onze ankerplaats,zonder een schot gelost te hebben.

Op .5 Augustus 1943 voeren we een eind uit de kust van Sicilie.Het was een warme en heiige dag,zo mistig dat er soms geen land te zien was. Zoals gewoonlijk was de commandant al vroeg op de brug .Uit zijn gesprek met de officier van de wacht maakte ik op dat we geen radioverbinding hadden met de FOB.Het liep tegen elf uur dat de zeuntjes de commandant en ons op onze posten het middageten brachten. Hij ging dan heel informeel op het halfronde bankje zitten,waarna wij gezamenlijk,na stilte voor het gebed ,ons het warme prakje,op die dag rode bietjes met speklapjes ,goed lieten smaken. Dat halfronde bankje stond zowel aan stuur-als aan bakboord onder de 10 inch seinlamp en was daar speciaal voor mij aangebracht omdat ik door mijn lengte net niet tot de telescoopkijker van de seinlamp reikte.

Onze commandant herinner ik me als een zeer gelovig en ontvankelijk persoon met gevoel voor intermenselijke verhoudingen.In de toen wel zeer klassebewuste Koninklijke Marine was het niet alledaags dat de commandant openlijke belangstelling voor je toonde en een praatje met je maakte .

Het was na de middagmaaltijd dat besloten werd wat dichter onder de kust te varen voor het onder vuur nemen van eventuele landdoelen. De kustlijn kwam hoe langer hoe dichter bij maar door de grote afstandmeter was geen vijand te bespeuren. Plotseling werden we opgeschrikt door het angstaanjagend en doordringend gefluit van overkomende en inslaande granaten die kort bij het schip in zee vielen. Onmiddellijk werd “nevelen” bevolen en terstond door Sgt.Tpmkr. M.R. de Groene op zijn alarmpost op het achtschip uitgevoerd.

Met uiterste snelheid (15 mijl) gingen we op tegenkoers en al zigzaggend achter ons rookgordijn probeerden we buiten het bereik van het vijandelijk vuur te komen. Even voor de granaten vielen had de commandant de roerganger die nog op de brug stond naar de zwaar gepantserde ,achter de brug gebouwde comando-toren gestuurd. Daar stond hij meer beschermd.
Ook de commandant en de officier van de wacht Ltz 2 L.E.van Laer stonden op het punt de brug te verlaten om zich naar de comando-toren te begeven.
Ze waren echter een fractie van een seconde te laat.

Bij de zoveelste inslag trof een 80mm granaat de schuinopstaande rand van de brugopbouw ,recht tegenover de plek waar nog geen minuut geleden de roerganger had gestaan. De commandant .staande boven op het trapje naar het seindek werd door rondvliegende scherven zwaar gewond en de officier van de wacht in mindere mate aan zijn arm.
Op het moment van de inslag stond ik met Matr.1 Max Rademaker aan Stuurboord,schuin achter de comando-toren. Gealarmeerd door het gedreun van de inslag begaf ik mij naar bakboord,waar ik de commandant onder aan het trapje op het seindek zag liggen.

Marn.1 Jobse ,kanonnier van de 20mm Oerlikon op de bakboords brug vleugel ,knielde bij de zwaargewonde commandant neer. Deze hoorde ik zeggen : Laat de Eerste Officier boven komen en het comando overnemen”
Even later stond deze met de dokter en de ziekenpa bij hem. Per brancard werd de commandant naar de ziekenboeg overgebracht.

Ondertussen waren we zonder verdere schade op te lopen buiten vijandelijk vuur gekomen en in staat om de schade aan het brug complex op te nemen. Het roer was totaal versplinterd ,van de kaartenbak was niet veel meer over en een gedeelte van de schuinopstaande rand ,waar de granaat was ingeslagen,was verdwenen. Voor de brug stond de stuksbemanning van kanon 2 op post . Was de granaat een halve meter verder terecht gekomen,dan zou waarschijnlijk niemand van hen het overleefd hebben. Niettemin werden sommigen toch nog door de rondvliegende scherven getroffen en liepen verwondingen op. De ravage was enorm en zo op het eerste gezich zou de reparatie weken duren en zou terugkeren naar Malta noodzakelijk zijn. Het liep evenwel heel anders.

Met maximum vaart gingen we terug naar de haven van Augusta en voorzover ik weet leefde onze commandant toen nog. In de haven werd door de aangetreden bemanning van de aldaar aanwezige schepen front gemaakt. Onvergetelijke ogenblikken toen ons gehavende schip met de oorlogswimpel in top ,onder begeleiding van snerpende bootsmanfluitjes en hoornsignalen langs al die schepen gleed. Vaak had ik iets dergelijks meegemaakt,maar dan waren wij het die aangetreden stonden om eerbewijs te brengen aan een zwaar beschadigd schip,waarvan soms het halve achtschip na een lucht-of onderzeebootaanval verdwenen was. Dan vroeg ik me wel eens af “ Wanneer zijn wij aan de beurt “. Dat moment was nu dus gekomen.

Met spoed werd onze zwaar gewonde commandant naar het ziekenhuis van Syracuse overgebracht,maar het mocht niet baten. Niet lang daarna werden we door de seinpost opgeroepen en het bericht ontving ik zelf “Regret to inform ijou,ijour commander died on the waij to hospital”
De verslagenheid aanboord was groot. Het sneuvelen van Overste Sterkenburg heeft bij mij een blijvende en diepe indruk achtergelaten,omdat ik door mijn dienst als seiner ,hem van nabij heb meegemaakt en een goed contact met hem heb gehad. Onze commandant is in de omgeving van Sijracuse begraven.

In een alle hens voor de boeg maakte Ltz.1 van Miert ,nu commandant ,bekend dat onze aanwezigheid en vuursteun nog steeds vereist was. Naar Malta zouden wij voorlopig niet gaan en de reparatie aan de brug zou door de “koude boel” worden uitgevoerd,zodat wij zo spoedig mogelijk weer operationeel zouden zijn. Want zei van Miert : Wij hebben met de Duitsers nog een rekening te vereffenen”
Later is bekend geworden dat wij vanaf de wal waren beschoten door Duitse tanks die beschikten over het zo gevreesde 80mm kanon.Deze doelen konden zich snel verplaatsen en waren zonder FOB aanwijzingen bijzonder moeilijk te treffen.
De “koude boel” met assistentie van de timmerlieden zag met uiterste inspanning kans om de brug zodanig op te lappen ,dat er van daaruit weer gevaren kon worden,voorwaar een formidabele prestatie.

En zo gebeurde dat wij een week na de treffer al weer uitvoeren,maar nu in gezelschap van een Engelse destroyer. Het was ons niet duidelijk waarom het schip met ons meeging ,wellicht om ons te bewegen niet te dicht onder de kust te komen. Dat bleek bij Catania,terwijl onze escorte mijlenver achter ons zat. En ja hoor,daar kwam het seintje van de jager dat we van de kust weg moesten. Onze commandant nam het berichtje voor kennisgeving aan . We bleven waar we waren,sterker nog,we gingen dichter naar de kust toe. Ondertussen was de radioverbinding met de FOB tot stand gekomen en vuursteun was dringend gewenst.
Deze keer was het doel een vijandelijke batterij ,geplaatst op treinstellen.Op aanwijzing van de FOB openden wij hierop het vuur met alle drie 15cm kanonen. Blijkbaar waren wij voor de vijand op die afstand 10-15 mijlen goed zichtbaar,want nu vielen zijn granaten rondom ons schip. Door steeds koers te wijzigen en te corrigeren op onze inslagen,zoals deze werden doorgegen door de FOB,lukte het ons treffers te boeken en het vijandelijk vuur te ontwijken. De inslagen hielden op en de FOB meldde “Stop firing ,target destroyed,well done” Intense voldoening bij onze waarnemend commandant en de bemanning. Door dit wapenfeit hadden we onze commandant niet terug maar “De rekening was vereffend”

Naar het vervolg deel:3 >>>