Tekende Albert Klaasen voor de eerste Nederlandse verzetsdaad in WO-II?
door Henri Lansink - Bron Trivizier

Toen Duitse troepen op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen, was Albert Klaasen uit Zutphen 16 jaar. Hij was nieuwsgierig en pakte zijn fiets. Ver hoefde hij niet te fietsen. "Op het plantsoentje aan het einde van de Jan Steenstraat, waar ik woonde op nummer 31, hielden de Duitsers een briefing voor de officieren. Ik heb goed geluisterd en ben vervolgens naar de IJsel gefietst. Ik heb mij uitgekleed en ben naar de overkant gezwommen.


Albert Klaasen, 1945                Albert Klaasen, nu

Voor hun opmars in mei 1940 door Nederland hadden de Duitsers een aantal overschrijdingen van de IJssel gepland. De belangrijkste daarvan vonden plaats bij Westervoort (Arnhem) en bij Zutphen. Op beide plaatsen lukte het de Duitsers niet om de bruggen onbeschadigd in handen te krijgen. Een overvalploeg, gekleed in Nederlandse uniformen, werd in Didam voor een hindernis op de weg door een Nederlandse wachtpost staande gehouden. De commandant van de post vertrouwde de zaak niet, ontdekte de vermomming (iets afwijkende rangonderscheidingstekens, kartonnen helmen) en nam de ploeg gevangen.

 "De brug bij Zutphen was dus opgeblazen voordat de pantsertrein er over heen kon rijden. Alleen, het opblazen was wel gedeeltelijk mislukt. Het opgeblazen brugdeel bleef halverwege tussen de pijlers hangen. Hierdoor kon de grote noordelijke kazemat geen vuur meer afgeven ten zuiden van de brug.†
En dat was lastig want alleen bij die kazemat hadden ze antitankgeschut", vertelt Jacob van Zoest (82) terwijl hij vanuit zijn flat in Zutphen uitkijkt over de IJssel. "Daarom konden we niets uitrichten tegen de artilleriebeschietingen vanaf de Varkenswei. Maar dat antitankgeschut zorgde er wel voor dat de pantsertrein zich moest terugtrekken tot op het station. De Duitsers kwamen toen met een ander plan en dat was dus in rubberbootjes de rivier over." 

Jacob van Zoest was eind 1938 opgekomen als dienstplichtige. Hij was infanterist bij het IIe Regiment aanvullingstroepen, later bij het 35e Regiment Infanterie. In mei 1940 lag hij met zijn 'stuk' langs de IJssel in de grote kazemat ten zuiden van de brug. Een 'stuk' was een groep van tien infanteristen die verantwoordelijk was voor de bediening van een zware mitrailleur of een stuk geschut. In Zutphen waren er ter verdediging van de brug vijf kazematten gebouwd. 

Volgens militair historicus overste b.d. E. Brongers bestonden de Duitse eenheden uit het derde bataljon van SS-leibstandarte , Adolf HitIer' versterkt met zware artillerie, anti-tankgeschut en genie. Een pantsertrein met een overvaleenheid moest zorgen voor het snel vestigen van een bruggenhoofd door een aanval van achter de Nederlandse linie. Daarna zou een regiment infanterie, een regiment artillerie en andere onderdelen van de 227e Divisie kunnen oversteken. Daartegenover stond volgens Brongers een 'halve compagnie' Nederland- se infanteristen en een detachement politietroepen in betonnen kazematten en daarbij behorende verblijven. Volgens Albert Klaassen, bestond de totale bezetting ter verdediging van de brug uit ongeveer 80 man. 

Na de mislukte oversteek van de Duitse pantsertrein volgden artilleriebeschietingen en vanaf 2 uur 's middags begon de aanval in rubberboten. Uiteindelijk lukte het de Duitse troepen om in de loop van de middag alle Nederlandse verdediging uit te schakelen nadat ten zuiden van de brug de kazematten daar door schietgattreffers waren uitgeschakeld. 

Van Zoest: " Albert Klaassen kwam inderdaad bij ons om te vertellen wat hij gehoord had. Wat wij ermee konden? Niet veel, eigenlijk. We hebben hem een uniformjasje gegeven. Het was hem geloof ik veel te groot. Maar zo kon hij in ieder geval zeggen dat hij Nederlands militair was. Ik was dienstplichtig korporaal der infanterie en 'opvolgend stukscommandant'. We hadden een zware mitrailleur, een Schwarzlose, en een stuk '8 staal'. Weet je wat dat was? Een voorlader! Er is zegge en schrijve ťťn schot mee gelost. 

Vervolgens kwam de positie van dat ding onder Duits artillerievuur te liggen. Hadden we er dus niets meer aan. In ons voordeel was het overigens ook niet dat door de zware ijsgang in de winter van 1939-1940 en door het hoge water in het voorjaar alle prikkeldraad versperringen in de uiterwaarden waren weggevaagd. We waren begin mei nog lang niet klaar met het herstel daarvan. Maar de zware mitrailleur deed zijn werk goed. De Schwarzlose had een watergekoelde loop en je kon er 150 schoten per minuut mee lossen. 

Toen we krijgsgevangen waren gemaakt en we met een rubberboot naar de overkant waren geroeid sprak ik in het Sint Walburgziekenhuis een Duitse officier. Van hem hoorde ik dat de oversteek de Duitsers ongeveer 800 slachtoffers had gekost. De meeste waren gesneuveld door Nederlands mitrailleurvuur of doordat ze waren verdronken in de snelstromende IJssel nadat hun bootjes lek waren geschoten. Hij vertelde ook dat de SS-ers die de aanval moesten uitvoeren vanuit de Turfhaven, met het pistool op hun hoofd gedwongen werden om in de rubberbootjes te stappen als ze weigerden. 

Aan Nederlandse kant zijn ook militairen gesneuveld. Bij een uitval vanaf De Hoven, waar kapitein Mulder zijn commandopost had, sneuvelden zeven Nederlanders. In mijn sectie sneuvelde een soldaat. Maar dat gebeurde nadat de Duitsers via een oversteek tussen Brommen en Zutphen onze kazemat aan de ongedekte kant waren binnengedrongen en wij ons al hadden overgegeven. We stonden met zijn allen opgesteld om ontwapend te worden en plotseling valt er een schot. Wie zeker weet dat de Duitser bewust schoot, mag het zeggen. 

De Duitsers vroegen ons of ze nu al in Engeland waren. Want ze hadden gehoord dat ze naar Engeland gingen en dat ze daar zouden zijn als ze een groot water overgestoken waren. Ik was niet betrokken bij de beschietingen tijdens de gevechtshandelingen. Wij zaten achter de kazemat in de schuilplaats. Ik had totaal geen benul van tijd of van wat er daarbuiten gebeurde. Verbindingen waren er ook niet. Elke sectie, die bestond weer uit drie 'stukken', had een ordonnans, maar er viel buiten niet veel te doen. In het begin hebben we geloof ik nog geschoten van achter borstweringen, maar toen de Duitse artillerie begon was ook dat niet meer mogelijk. Er raakten tijdens de gevechtsacties twee mensen bij ons stuk gewond. Omdat ik hen naar het ziekenhuis bracht na het staken van de gevechten, sprak ik die Duitse officier. Ik kan nog veel meer vertellen, maar dan moet ik liegen." 

†Albert Klaassen woont tegenwoordig in het westen van AustraliŽ. De oorlog bracht hem later nog veel zware beproevingen. Hij werd in 1943 gearresteerd door de SD, ter dood veroordeeld en die straf werd omgezet in 'Konzentrationslager bis auf weiteres'. Hij zat in de gevangenis in Arnhem en eindigde via Vught uiteindelijk in Dachau, om precies te zijn in Landsberg Kaufering. "Een van de ergste buitencommando's", aldus Klaassen. Na de oorlog was hij OVW-er in IndiŽ en hij werd na de soevereiniteitsoverdracht burgerambtenaar op Nederlands Nieuw-Guinea. Vandaar emigreerde hij, na een kort verblijf in Nederland, in 1964 naar AustraliŽ.

†Albert Klaassen nu over zijn 10e mei 1940: "Tijdens de briefing werd het hele gevechtspro- gramma uitgestippeld aan lagere officieren. Daarna ben ik op mijn fiets gestapt en net ten zuiden van Zutphen (nu zijn er allemaal nieuwe wijken) naar de IJssel gegaan. Ik heb gezwaaid naar de overkant en ben toen met mijn kleren op mijn hoofd naar de overkant gezwommen. Ik werd door Duitsers opgemerkt en dat was minder plezierig. Het is niet leuk om vuur aan te trekken. Het is me gelukt om ongedeerd in de kazemat van Van Zoest terecht te komen. 

De stelling van Van Zoest was een betonnen fundament met een stalen koepel. Het had een goed schootsveld op de bult van Ketjen. Er is daar een pad op laag niveau aan de IJssel. Het pad gaf gedeeltelijk dekking. Zo konden de aanvallers na twintig meter lopen hun boten lanceren. Als je nu op dat pad loopt dan kun je op de stenen nog de beschadiging zien van ingeslagen kogels. Ik ben later die maand gaan kijken bij de kazemat. Er was niet een vierkante decimeter van het voetstuk dat niet beschadigd was door vijandelijk vuur. De eerste paar vijanden die de westelijke oever bereikten en enige gevangene maakten lieten deze met de handen omhoog voor zich uit lopen. Ze gebruikten deze gevangenen als een levend schild.

Ik kan me herinneren dat wij verzameld werden op de westelijke oprit van de brug. Kapitein Mulder heeft ons nog toegesproken. 'Mannen voor ons is de oorlog afgelopen', zoiets heeft hij gezegd. Toen we later terug waren in de stad moesten we eerst een paar rondjes door de stad lopen zodat de burgerbevolking geÔntimideerd kon worden. Toen werden we afgevoerd naar Huis te Velde. Daar heb ik het uniform maar weer uit getrokken en vervolgens ben ik weg gewandeld. Mijn vader was intussen op de fiets achter de troep aan gegaan, ik ben achterop gesprongen en zo was ik dan heel laat weer thuis.†

Dat was mijn 10e mei 1940. Ik heb daarna wel dertig uur geslapen. Zegt Van Zoest dat het uniformjasje mij te groot was? Voorzover ik weet paste het goed. Er werd mij gezegd dat ik het moest dragen omdat de Duitsers mij anders zouden kunnen aanzien voor een 'franc tireur'. Zijn er mensen die zeggen dat het verder vertellen van het Duitse aanvalsplan een verzetsdaad is? Nou ...dat geloof ik niet zo. Ik heb niet stil gezeten tijdens de oorlog. Ik heb mijn portie wel gehad. 

Ik ben nu weer naar Nederland gekomen om een reŁnie in Dachau mee te maken. En ik hoop er op 10 mei in Zutphen weer bij te zijn. Het was voor mij een geweldige ervaring om vorig jaar de herdenking van de gesneuvelden in Zutphen te mogen meemaken. En vooral dat Van Zoest er was. Hij is de enige van het complete stuk die nog leeft. Weet je wat trouwens nog wel leuk is om te melden? Toen ik uitgeslapen was, ben ik op zoek gegaan naar mijn fiets. En jawel hoor, die stond er nog!" . 

  door Henri Lansink Bron: Trivizier mei 2001