Een verzetsdaad van allure - Een sabotage avontuur onder water.

Bron: Brons Uitgave van de Vereniging Dragers Bronzen Leeuw en Bronzen Kruis

Het is september 1944. Spoorwegstaking. De Duitsers die eindelijk beseffen, dat hun Reich ten einde loopt, zijn overal in de weer om alles wat overeind staat, te vernielen. Zinloos natuurlijk, maar tot het laatst toe willen zij demonstreren, hoe fataal het systeem is dat zij velen jaren hebben verdedigd. De doffe klappen van de springladingen zijn overal in het land te horen.
Havens, werkplaatsen, bruggen, kranen, alles valt onder de satanische woede van het Duitse monster. In de machtige middenpijler van de grootste draaibare spoorbrug van het vaste land van Europa, de Hembrug over het Noordzeekanaal, ligt 1500 kilogram springstof Zodra de geallieerden doorbreken, willen de Duisters de brug een stukje opendraaien en de lading springstof tot ontploffing brengen. Niet alleen zal de brug hierdoor worden vernield, maar tevens zal het Noordzeekanaal zodanig worden versperd, dat geen schip meer kan passeren.


De Hembrug

Het verzet komt in opstand. Er wordt een plan ontwikkeld deze misdaad te voorkomen. De vernietiging kan worden verijdeld door onder water te trachten de springstoflading te verwijderen. Begin september wordt een poging daartoe ondernomen door Jv. Heijningen en K. Klinkenberg. Twee-en-een-half-uur vochten zij in en met het koude water.
Bij de middenpijler aangekomen bleken de electrische kabels die over de bodem van het Noordzeekanaal lagen, te zijn verschoven, zodat ze precies voor het pijlergat hingen. Daar was niet op gerekend en onverrichter zake moesten zij terugkeren.
Een tweede poging, die meer succes zou opleveren werd enige weken later ondernomen. Twee zwemmers, beiden lid van de Zaandamse Zwemvereniging "Neptunus", waren Rernmert Aten (48) en Jaap Boll (23).

In het " Dagblad voor de Zaanstreek De Typhoon " van 29 september 1947 verscheen het verhaal over deze ongelooflijk gevaarlijke actie. Wij laten dit - mede ook door het verdwijnen van de Hembrug 1983 - onverkort volgen.

"Na dagenlange besprekingen, spionage en oefenen in het Zwembad begeven zich in de nacht van 26e op 27e september 1944 vier mannen op weg naar de plaats van de afspraak: de pontwachterswoning in de nabijheid van de Hembrug. Het waren Remmert Aten, Jaap Boll en nog twee verzetslieden, waar Remmert om had gevraagd, Cees Standhardt en Siem van Nugteren. Cees en Siem waren beide voorzien van sten-guns om Remmert en Jaap te beschermen in geval van problemen. ...
Een plan de campagne wordt opgesteld in de woning. De twee mannen die op de kant achter bleven, verscholen zich onder een steigertje aan het Noordzeekanaal met het zicht op de Hembrug, zij zullen veiligheidshalve pas op het laatste moment van hun sten-guns gebruik mogen maken. Het wordt middernacht... Buiten is het donker en koud, de zwemmers, Jaap en Remmert, maken zich gereed om te water te gaan, gekleed in zwembroek en donkere trui met lange mouwen.

Om half één is het tijd om te vertrekken. De zwemmers gaan voorzichtig te water, de twee begeleiders op de kant achterlatend. Na ca vijf minuten komt er al leven op de brug, die zwaar wordt bewaakt. Een grote schijnwerper wordt op het water gericht en zoekt de oppervlakte af. "Let op... ontdekt". fluisteren de mannen op de kant elkaar toe. Schor van emotie. Maar dan gaat de lamp uit en wordt alles rustig op de reusachtige brug. Ondertussen zwemmen de twee mannen, langzaam en geluidloos vanaf de steunpijler in de lengte richting van het kanaal naar de hoofdpijler, het laatste stuk zoveel mogelijk onder water zwemmend, bereiken zij de hoofdpijler, zonder gezien te worden. Nu komt het gevaarlijkste en het meest riskante deel van het werk. De wekenlange oefeningen moeten thans in praktijk worden gebracht.

De longen vol lucht...onder water en zo diep mogelijk tastend zoeken naar een opening tussen de stugge electriciteitskabels. De kabels zijn wat naar buiten gestulpt en moeten uit elkaar worden geduwd. Pas dan kan tussen de kabels door het binnenste van de stalen koker worden bereikt en kunnen de zwemmers weer snel naar de oppervlakte stijgen.
In de donkere koker zijn de zwemmers betrekkelijk veilig, want ze zitten als het ware opgesloten. Het waterdichte zaklantaarntje bewees goede diensten. Onvoorbereid zijn ze niet, want op tekeningen is precies aangegeven waar de klimijzers zich bevinden die omhoog naar het mangat voeren. Als apen klauteren de mannen omhoog tot waar de buis zich naar binnen buigt. In die buiging liggen vierhonderd dozen, gevuld met rollen Donarit, een van de gevaarlijkste springstoffen. En hier gaan zij aan het werk. Eén van hen licht de dozen uit de opening en geeft ze behoedzaam aan zijn makker, die ze voorzichtig in het water laat glijden.
Herhaaldelijk klinkt een doffe plons, gevolg door een gespannen stilte. Zal het stappen van de onzichtbare schildwacht, enkele meters boven hen plotseling ophouden ten teken dat de man aandachtig staat te luisteren ? Maar regelmatig klinkt de stap en opnieuw glijdt een doos in het water. Vierhonderd dozen van elk bijna 4 kilogram, en dus vierhonderd kansen dat de schildwacht iets bemerkt en alarm slaat.
Maar iedere doos, die omlaag glijdt, is als een juichkreet "Het lukt! Het lukt!

En terwijl de mannen in de pijler hard werken om niet in tijdnood te komen, staan de twee andere nog steeds aan de kant op hun post. Het wordt twee uur, drie uur, vier uur, half vijf. Nog niemand terug..... Zij kijken elkaar goed aan. De dageraad breekt aan. En dan gaan de mannen beseffen: "Die zien we nooit weer terug, bevangen door de kou, verdronken?" Mochten de zwemmers niet terugkomen, dan zal de den de wapens meenemen en de ander de kleren, want er mag niets worden achtergelaten. De mensen, die met inzet van hun leven gastvrijheid hebben verleend, mogen niet in gevaar worden gebracht.

Intussen is de horizontale tunnel van 6 meter lengte ( middellijn van de pijler is 12 meter), 60 cm breed en 60 cm hoog eindelijk helemaal leeg. De mannen zijn moe en hijgen. Met open monden, want zelfs hun adenhaling zou hen kunnen verraden, en niet alleen hun leven maar van de vele anderen, in gevaar brengen.
Ze aanvaarden de terugtocht. Opnieuw de longen vol lucht, het tasten naar de opening tussen de kabels in de diepte, het snelle stijgen en daama de moeilijke opdracht om ongemerkt de wal weer te bereiken. Vier lange uren hebben de mannen gewerkt. Steeds weer de haast ondraaglijke spanning en de teleurstelling, wanneer de eerste dozen springstof blijven drijven en de angst dat de uitgang hierdoor geblokkeerd zou worden. Maar daamaast de voldoening, wanneer de dozen springstof, van water doortrokken ...
( Jaap Boll zegt daar zelf over: "Ik drukte met de voet dozen onder water zodat ze naar de bodem van het kanaal verdwenen )". De nauwelijks te onderdrukken lust, luidkeels te juichen, wanneer het laatste pakje is verdwenen.

En ondertussen zaten de twee jongens behoorlijk in hun rats omdat Remmert en Jaap zolang wegbleven. Immers pas na 4 uur verschenen die twee weer uit het water van het Noordzeekanaal.
Wanneer de mannen aan de wal komen en door hun vrienden worden opgewacht is aan de martelende onzekerheid een einde gekomen en is er onuitsprekelijke blijdschap. En boven op de brug loopt de schildwacht, heen en terug, zich bewust van zijn taak en onbewust van de moedige daad, die slechts enkele meters onder hem werd verricht.
Jaap Boll verteld nog: "Na afloop werden wij liefderijk opgenomen in het huisje van de pontwachtersfamilie Prinsen.
Mevrouw Prinsen had voor een warm bad gezorgd. In een heerlijk teiltje kwamen we weer wat bij ".
Want ook dat was nodig. Een van de mannen uit de eerste poging is later opgenomen in het ziekenhuis wegens doorstane ellende en kou. Remmert Aten en Jaap Boll mankeerden gelukkig niets na hun huzarenstukje.

Noot: Ongelukkerwijze ontdekten de Duitsers later, door drijvend verpakkingsmateriaal, dat er iets was. ...

Toen bleek dat er opnieuw een springstof was aangebracht, is Remmert er alléén naar toe geweest, een daad waarvoor hij na de oorlog persoonlijk door Koningin Juliana werd onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Tijdens die tweede tocht naar de HEMBRUG constateerde Remmert, dat de gehele middenpijler rondom voorzien was van een metersdikke prikkeldraadversperring, kennelijk omdat de Duisters dachten, dat verzetslieden met een roeibootje waren gekomen en via het stalen deksel bovenaan de kabelkoker naar binnen waren geklommen.

(Die veronderstelling vernam Jaap na de oorlog, als hij hoofdrechercheur in dienst van de P.O.D., en later P.R.A. was tijdens een bezoek aan het Huis van Bewaring te Amsterdam, om uit hoofde van zijn functie, de beruchte SD-er Viebahn te verhoren. Op zijn vraag of er dan geen bewaking op de HEMBRUG was, bleef Viebahn het antwoord schuldig).
Na de oorlog werd bekend, dat 4 Duitsers werden gefusilleerd wegens plichtsverzaking. Overigens werd de HEMBURG en omgeving bewaakt door 28 Duitsers.

Remmert Aten is geboren in 1896 en overleden in augustus 1984 to Zaandam. Prinsen, Cees Stanhardt en Siem van Nugteren zijn overleden op hoge leeftijd.
Jaap Boll werd in maart 1952 onderscheiden met het Kruis van Verdienste door Koningin Juliana, omdat hij in belang van het Koninkrijk heeft gediend als lid van een illegale organisatie in Noord-Holland. Het Kruis van Verdienste werd hem op 11 juni 1952 uitgereikt door de Consul J.H.G. Hanson, te Laos.