Henri Houben als Engelandvaarder ...om zijn land te dienen - deel 3

Bron: Brons - orgaan van de vereniging BL en BK

Op 29 mei 1943 vertrokken zij, zonder gids, door de Pyreneeën na vele hachelijke avonturen en het voortdurend gevaar ontdekt te worden door de Franse en Duitse patrouilles moesten zij ook nog rekening houden met de Spaanse Guardia Civil.
In het hooggebergte was de kans op lawines toegenomen door dat de temperatuur was opgelopen. Zo nu en dan kwamen zij een schaapshut tegen waar zij gebruik van maakten om te rusten. De hele tocht was het klimmen geblazen over gesteente en rotsen zonder enig pad.
Soms steil dan weer afdalend zodat ze hun handen en voeten moesten gebruiken totdat het bloed onder de vingernagels uitdroop.

De weg naar de meren was lang en niet zonder gevaren. Plotseling hoorden zij een schreeuw!
Zij troffen een man aan die niet meer wist wat hij sprak en zoals zij zagen had hij alles wat in zijn omgeving groeide geplukt om aan voedsel te komen, dat was op 2 juni 1943. Na ondervraging bleek het om een Poolse vlieger te gaan die was ontsnapt uit het Duitse krijgsgevangenkamp voor officieren "Colditz".
Zijn naam was Georg Stakowitsy. ( Georg is helaas tijdens een van zijn oorlogsvluchten boven Duitsland neer geschoten en gesneuveld . )
Henry zegt hierover: - Nadat hij had vernomen wie wij waren haalde hij angstvallig een kwartje met het beeld van Koningin Wilhelmina uit zijn zak om aan te tonen wie en wat hij was en mompelde,' dit is Queen Wilhelmina'.
Het kwartje had hij gekregen van een Nederlandse officier waarmee hij samen in Colditz gevangen had gezeten.
Henry en Ber besloten hem mee te nemen en probeerde hulp voor hem te vinden en wat er dan van zou komen, dat was voor latere zorg.
Voordat zij het wisten liepen ze in de bossen op Spaans grond gebied. Op hun weg kwamen zij een schaapsherder tegen die hen beloofde hulp te halen. Toen hij terugkwam was het nou bepaald niet de hulp die zij in gedachten hadden. Voor dat zij het wisten was het al te laat.

Het was de Spaanse Guardia Civil.
Vluchten had geen zin meer. Wel wisten zij zeker dat door de Poolse vlieger te redden, dit hun vrijheid zou kosten.
De Pool werd afgevoerd per paard en terwijl hij op het paard zat riep hij uit volle borst `Viva Napoleon' en `Viva Queen Wilhelmina'.
Via een muilezelpad werd de tocht vervolgd naar een bergdorpje in, de omgeving van de berg Pena Colarada, boogte 2881 meter. Hier werd de nacht doorgebracht en de Pool in een lazaret voor de broodnodige verzorging.

Op 3 juni werden zij beiden overgebracht naar de politiechef van de Guardia Civil in het plaatsje Sallent, vlak bij Escarrilla. De politiechef, die hen behoorlijk ondervroeg wilde dat zij op de landkaart de route aanwezen die zij hadden genomen over de Pyreneeen. Het probleem was echter dat de politiechef niet kon, maar misschien ook niet wilde begrijpen dat zij de tocht zonder gidsen hadden gemaakt en, dreigde zelf hen over te leveren aan de Gestapo.
Uiteindelijk belandden zij, onder begeleiding van twee politiemannen en zwaar geboeid in de gevangenis. De reis werd volbracht met de trein met als doel de hoofdstad Jaca waar zij op 2 juli 1943 arriveerden.

Het sterke van Henry is wel dat hij de omgeving nauwkeurig bestudeerde en nu nog steeds juiste details van de plaats Jaca weet te omschrijven. Hij zegt ondermeer: Jaca is de hoofdstad van de provincie Huesca, een oude vestingstad met versterkte walmuren boven de Rio Aragon. "Maar de weg naar de vrijheid daar was geen rots of sneeuw te zwaar, moed en fysieke wilskracht hebben ons erdoor heen geholpen. Als wij weer eens een bergweide tegenkwamen dan was het rusten geblazen, nooit langer dan een half uur.
Dan was het. genieten geblazen van de omgevingen de vergezichten die uitzicht gaven op het dal. De meren lagen dan ook in het Parc Nationale des Pyrenees langs de Spaanse grens de provincie Huesca.

In Jaca volgde weer een verhoring maar nu met behulp van een tolk,`een vriendelijke man' zegt Henry over hem.
Zij werden opgesloten in de klokkentoren van een oude burcht, een vierkante toren voorzien van een Spaanse vlag die boven de zwaar ijzerbeslagcn hoofdingang hing. Daar troffen zij meerdere gevangenen aan die een stortvloed van vragen op hen. of vuurden, wat begrijpelijk was. Voorzien van een stromatras en een deken werd de nacht doorgebracht.
Weinig licht, slechts één lampje van 40watt, en gezelschap van allerlei ongedierte, kakkerlakken en luizen werden later vertrouwde metgezellen voor de nacht.
In deze gevangenis zaten de meeste medegevangenen al meer dan 6 maanden en dat was Henry niet van plan. Hij had nu eenmaal andere gedachten. ...Want de barre tocht had een totaal ander doel.

Het gezelschap varieerde van Engelandvaarders tot zwaar gestrafte Spanjaarden, communisten en nog een aantal ter dood veroordeelden.
In het begin vond je het vies zegt hij, maar na verloop van tijd raakte je hier aan gewend en speelden zij een spelletje wie de meeste luizen had gevangen. Henry en zijn maat beschouwden het meer als een soort hersengymnastiek om zó geestelijk in conditie te blijven.
Na een week kreeg hij de kans een brief buiten de gevangenis te smokkelen, via een cipier, bestemd voor het Nederlands Consulaat te Madrid. Of hier door een snellere overplaatsing volgde weten ze niet, maar wel dat er geld werd gestuurd om hun levensomstandigheden enigszins dragelijk te maken, was wel een feit. Ze konden nu voedsel van buiten de gevangenis kopen en in het bijzonder fruit.

Uiteindelijk hebben beiden precies een maand in de gevangenis van Jaca doorgebracht n.l. van 3 juni tot 2 juli 1943, maar vrij zijn was een andere zaak. Immers, zij werden met een groep andere geinterneerden aan elkaar geketend, als galeiboeven per goederen trein, naar de gevangenis in Burgos gebracht waar zij de nacht doorbrachten om de volgende dag de reis per trein voort te zetten naar de staatsgevangenis in Zaragoza.
Henry zegt hierover: - Het was een moderne gevangenis met een kapsalon, een RK kerk met zangkoor, sportveld en een ziekenafdeling met verplegers en doktoren -. Het gebruikelijk verhoor volgde doch eerst moesten zij zich uitkleden om ontsmet te worden terwijl de kleding in een ontsmettingsketel werd gereinigd.
Hier zou je kunnen spreken van een normaal gevangenisleven, temninste als dat ooit bestaan heeft, de dagindeling lag vast en je had je daar maar aan te houden, tot de nodige appéls die werden gehouden waar steevast het Falannxistische strijdlied "Viva Espana " moest worden gezongen gevolgd door de kreten "Por dios - la patria - elrey", dat gebeurde onder het opheffen van de gesterkte rechter arm ( op de zelfde wijze als de Hitler groet). Het leven leek ogenschijnlijk wat draaglijk te worden, doordat zij eenmaal per week vers fruit kregen en 100 peseta's om eten te kopen.

Maar ja hoe je het ook verzint al met al woog Henry nog maar 43 kilo op zijn leeftijd van 23 jaar.
Vanuit de gevangenis van Zaragoza zijn zij op 26 juli 1943 overgebracht, met een veewagon en geboeid, naar het concentratiekamp Miranda aan de Ebro waar zij op 27 juli arriveerden.
Natuurlijk volgde dezelfde procedure van ondervragen, fouilleren en het kaalscheren. Erop vooruit, qua accommodatie was absoluut niet waar. .Het kamp was ronduit slecht.

Het concentratiekamp de Miranda werd bewaakt door militairen die zonder pardon van hun wapens gebruik maakten en op iedereen schoten die maar een vlucht poging ondernam, daarnaast was het eten en drinken dermate slecht dat zelfs de hond van de kampcommandant niet meer veilig was en werd gevangen om vervolgens gebraden te worden.
Henry zegt hierover. - Wij hebben de hond gevangen en kans gezien om hem in de kampkeuken te braden. Als ik er nu aan terug denk dan geloof ik dat hij best smaakte. Maar ja wat wil je. Je was zelfs bereid om ratten en muizen te eten. Je zou bijna kunnen zeggen `je werd er toe gedwongen `. Ook hier faalde het Nederlands Consulaat. Op brieven die ze schrijven kwam gewoon geen antwoord terwijl dat bij de andere nationaliteiten zoals Belgen, Britten, Polen en Amerikanen wel het. geval was -.

Teneinde raad hebben zij een brief geschreven aan het internationale Rode Kruis. Dit resulteerde uiteindelijk dat zij op 15 augustus 1943,onverwachts, uit het concentratiekamp werden gehaald door de Nederlandse Gezant in Madrid een meneer Davids (vrijwilliger voor de Nederlands Gezantschap) die hen in een hotel heeft laten eten tot zij niet meer konden en vervolgens heeft meegenomen naar Madrid.
( Deze heer Davids heeft zich pemoonlijk ingezet voor de Engelandvaarders die in Spanje arriveerden.)
In Madrid werden zij op 16 augustus direct meegenomen naar het Nederlands Consulaat gevestigd aan de 'Claudio Coello 25' en voorgesteld aan de heer Hertzberger om zich daarna te melden bij de vreemdelingenpolitie.

ledere woensdag moesten zij zich vervoegen op het hoofdkwartier van de Seguridad zolang zij Spanje als verblijfplaats hadden.
Wel werden zij gekleed, ondergebracht in een hotel en kregen zij zakgeld van het Nederlands Consulaat. Daarna volgden de verhoren door de Nederlandse Inlichtingendienst over hun politieke betrouwbaarheid. Vooral de vluchtroute vanuit bezet Nederland had hun aandacht.
Op 18 augustus 1943 troffen zij in hotel Mora to Madrid, Willy Cuppens en Fons Claessens. Hun route naar Spanje was verlopen via Parijs naar Zwitserland. Ook zij werden teruggestuurd door de Zwitsers om vervolgens in contact te komen met het Franse verzet, die hun op weg hebben geholpen door de Pyreneeën naar Spanje.

Na enkele dagen waren Henry en Ber moe van het afwachten in Madrid om naar Engeland te komen. Onderwijl werd in hun Hotel een vluchtplan opgezet om met 31 personen te vluchten naar Portugal. Hun code naam `De Flitsploeg'. De Flitsploeg bestond uit Nederlanders die alkomstig waren uit Miranda el Elso, Miranda de Ebro of andere kampen en gevangenissen. Allen waren ondergebracht in ondermeer Hotel Internacional en Mora en hadden maar een doel en dat was Engeland te bereiken hoe dan ook.
Soms leek het wel of het Nederlands Consulaat er geen belang aan hechtte om hen te helpen naar Portugal uit te wijken.
Hoe dan ook men veronderstelde dat iemand die de Pyreneeën had bedwongen de laatste ruk makkelijk kon volbrengen.

Op 13 september 1943 s'morgens om 07.30 uur vertrek de groep richting Portugal met een vrachtwagen olv. de heer Stolk tot 5 kilometer voor de grens bij Badajoz. Van hieruit zou een Portugese gids de leiding overnemen om hen ergens onder te brengen. Maar wat er kwam, geen Portugese gids en dus werd de nacht bij een Spaanse boerderij doorgebracht.
Door verraad, wat hun altijd een raadsel is gebleven, misschien wel voor hun vertrek vanuit Madrid, werden zij in alle vroegte op 14 september 1943 door 100 man met gevechtswagens van de Guardia Civil beschoten met geweer en machinepistolen en gevangen genomen, want vluchten was er niet meer bij.

Allen werden in de gevechtswagens meegenomen naar het politiebureau te Badajoz en vervolgens in de gevangenis gestopt en ondervraagd.
Na c.a. 3 weken in de gevangenis te hebben doorgebracht werden zij twee aan twee geboeid, per personentrein overgebracht naar de gevangenis Seguridad, huis van bewaring, aan de Puerta del Sol ( nabij Madrid ) en daarna in de gevangenis `Porlier' te Madrid om vervolgens weer te worden afgevoerd naar het concentratiekamp Miranda de Ebro. Niemand van het personeel had in de gaten dat er personen bij zaten die reeds eerder in het concentratiekamp hadden gezeten. Bovendien bestond er een bepaling dat personen met een bepaalde leeftijd niet in dit kamp mochten worden opgesloten. De heer Davids zorgde uiteindelijk dat zij op 27 november 1943 uit het kamp werden ontslagen. Voorzien van de nodige visa kon dan ook, begin januari 1944 uiteindelijk de reis van Madrid naar Lissabon aanvangen.

In totaal kostte de niet goed voorbereide ontsnappingspoging naar Portugal de mannen 3 maanden extra in ballingsschap, misére en vernedering in de smerige gevangenissen van Spanje. God dank hadden de meesten een uitstekend gevoel van saamhorigheid en discipline waardoor de mindere onder hen er doorheen werden geholpen.
Op 14 januari 1944 zijn zij in Lissabon aangekomen en verder gereisd, per spoor, naar de Atlantische kust, naar het plaatsje Estoril en ondergebracht in het hotel Plaja-Dazmassa.

Henry kreeg een kamer met zeezicht. Hier vonden zij de broodnodige rust door strandwandelingen te maken en wat rotsen te beklimmen. Een bezoek aan de stad Lissabon werd niet overgeslagen, voor hem was dat een ervaring apart, vooral de beneden- en de bovenstad. Kortom Lissabon was een geweldige stad met de rivier de Taag en de prachtige vissersdorpjes.
Echter alles was van korte duur. Op 15 januari 1944 moesten zij zich melden bij de Nederlandse Militaire Attach op het Consulaat.
Hier heeft hij zijn voornemen om zo spoedig mogelijk dienst te willen nemen bij het Korps Mariniers bekend gemaakt.
Van de Militaire Attache hoorde hij dat zijn paspoort zo spoedig mogelijk in orde zou worden gemaakt en vervolgens per boot naar Jamaica zou warden overgebracht, om vandaar uit naar Amerika te gaan. De eindbestemming was kamp Lejeune in North Carolina om opgeleid te worden voor de strijd in Azie. Maar ja het lot besliste anders. Geen Amerika maar Engeland werd het doel. om te worden ingezet voor de bevrijding van het Europees vasteland.

Met de dag groeide de hoop dat hij zijn ouders, broers en zus weer spoedig zou weerzien.
Dertien dagen na zijn vertrek naar Engeland deed de S.D. onder leiding van Richard Nitsch om 6 uur een inval bij zijn ouders op de Heerderweg te Maastricht om Henry te arresteren.
Ondanks dat mijn vader de S.D. vertelde dat Henry zich op 10 mei 1943 had gemeld als krijgsgevangene in het concentratiekamp te Amersfoort werd door de S.D. niet geloofd. Zij doorzochten het hele huis, zelfs op het dak zijn zij geklommen om hem te vinden.
Zijn ouders en zuster werden ondervraagd. Wat zonder resultaat bleef.
Zijn vader werd meegenomen naar het station., voor verhoor door de Gestapo in het bijzijn van de stationchef (inmiddels een Duitser).
Schijnbaar was dat nog niet genoeg want er volgde een verhoor op het hoofdkwartier van de S.D. , door de commandant Herr Strobel.
De Duitsers paste hier hun oude methode toe, slaan, stompen en bang maken door gewoon mede te delen dat indien hij niet bekende hij zou worden doodgeschoten. Hierna volgde zijn broer.

Uiteindelijk werd zijn vader vrijgelaten met de mededeling dat hij zich iedere dag moest melden bij de Sicherheitsdienst op het hoofdkwartier. Wat dat betekende is reeds lang bekend. Ondanks martelingen kon zijn vader slechts verklaren dat Henry op 10 mei 1943 als krijgsgevangene, naar Amersfoort was afgevoerd. Die verhoren gingen door tot 13 september 1944. Op 14 september 1944 werd zijn beul Herr Nisch gevangen genomen. Om in november te worden berecht door het Bijzondere Gerechtshof te Den Bosch. Achteraf is hij op 14 september gevlucht naar Zuid Amerika -.

23 januari 1944 is Henry vertrokken, per KLM vliegtuig, naar Engeland en werd bij aankomst ondergebracht bij de Britisch Securety Service om ondervraagd te worden om uiteindelijk op 7 februari 1944 te worden vrijgelaten.
Dat het ondervragen van iedereen die zich uitgaf als Engelandvaarder noodzakelijk was behoeft geen betoog.
De Koninklijke Nederlandse Brigade `Prinses Irene `werd op 11 januari 1941 opgericht te Congleton, Cheshire in. Engeland, van oude strijdmakkers die na de Duitse inval op 10 mei 1940 en na de capitulatie via Frankrijk waren overgestoken naar Engeland.
Uiteindelijk bestond de Brigade in mei 1944 uit 59 officieren, 230 onderofficieren en 1008 korporaals en manschappen.
De Koninklijke Nederlandse Prinses irene Brigade heeft deelgenomen aan "The largest amphibieus operation ever' zoals Commander D.L. Eisenhouwer dat noemde.
De Brigade werd op 5 augustus 1944 ingescheept to Gravesend met bestemming Frankrijk.

Bron: Brons - Orgaan van de vereniging BL en BK