Generaal in oorlogstijd ( Boekbespreking )

Bron: Legerkoerier - Tekst: Teo van Middelkoop

H.G. Winkelman, verslagen maar ongebroken

Toen Henri Gerard Winkelman in 1934 na een carriere van ruim veertig jaar als luitenant-generaal de dienst verliet, liet hij een goede naam achter. Hij stond bekend als een kundig organisator, een man met een sterk plichtsbesef en iemand die een goede werksfeer kon creëren. Hij trok het uniform uit, omdat een jongere kandidaat, ene generaal I.H. Reynders, tot chef-staf werd benoemd, een positie waar ook hij naar had gesolliciteerd. Dat leek het einde van zijn loopbaan. 

Op 16-jarige leeftijd stapte Winkelman de KMA binnen. Zijn blik was aanvankelijk op Nederlands-Indie gericht met de bedoeling om daar als officier te dienen. Spoedig echter veranderde dit voornemen en de cadet-korporaal werd `verplaatst naar het Wapen der Infanterie hier te lande'. Na een voorspoedige studie, later voortgezet aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag, doorliep hij zonder bijzonderheden de officiersrangen. Winkelman was geplaatst bij diverse infanterieregimenten en later ook bij de generale staf. Bij zijn collega's stond hij bekend om zijn organisatorische kwaliteiten en als een man van weinig woorden die niet op voorgrond trad. Democratisch denken en respect voor andere meningen hadden duidelijk betekenis en lagen diep verankerd bij hem. Dit blijkt onder meer uit zijn houding ten aanzien van Nazi-Duitsland. Als krijgsman had Winkelman respect voor de Duits-Pruisische legermentaliteit. Maar hij kon niet de minste waardering opbrengen voor het nationaal-socialisme. 


De nieuwe opperbevelhebber inspecteerd de wacht voor het 
Algemeen Hoofdkwartier aan het Lange Voorhout

Toen het gezin Winkelman begin jaren dertig op vakantie was in Duitsland en voor een etalage stond te kijken, riep de plaatselijke bevolking op in die winkel geen inkopen te doen, omdat de zaak werd gedreven door joden. Dit incident was genoeg om te besluiten het verblijf daar of te breken en niet meer bij de Oosterburen te komen.

In 1931 bereikte Winkelman de generaalsrang en werd commandant van de 4de Divisie. Drie jaar later verliet hij als luitenant-generaal de militaire dienst met eervol ontslag. Einde verhaal, zo leek het. Maar deze bescheiden officier maakte een bijzondere `comeback'. Hij werd na enige jaren de opvolger van Reynders. Wat was er zoal gebeurd binnen de legertop?
Nadat in september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waren er om allerlei redenen wrijvingen ontstaan tussen minister van Defensie A.Q.H. Dijxhoorn en opperbevelhebber (sinds 28 augustus '39) Reynders. Het heftigst kruisten ze de degens over het te voeren krijgsbeleid. De controverse resulteerde in een vertrouwenscrisis tussen de generaal en het kabinet De Geer. Daarbij kwam dat Reynders in ongenade was gevallen bij koningin Wilhelmina. De generaal moest met ontslag. Daarmee was het probleem voor land en leger nog niet opgelost. De regering schiep een riskante vacature in crisistijd! Wie moest nu de `maarschalkstaf overnemen. Na koortsachtig delibereren, schoof ex minister van Defensie J.J.C. van Dijk Winkelman naar voren, terugdenkend aan diens bekwaamheid en inzet.

Winkelman nam in februari 1940 het opperbevelhebberschap op zich en koos luitenantgeneraal H.F.M. van Voorst tot Voorst tot chef-staf. De perspectieven voor de nieuwe opperbevelhebber waren bepaald niet rooskleurig, met zwaar weer op komst en een leger in deplorabele toestand. Desondanks vatte Winkelman zijn taak met veel plichtsgevoel op. Het bleek spoedig dat hij het vermogen had in moeilijke situaties goed met militairen en politici om te gaan. Hij genoot vanaf het begin groot vertrouwen bij zowel de ministers als de vorstin.

Strategie

Winkelman was zich vanaf het begin bewust vande acute Duitse dreiging. Tijdens de eerste maanden van zijn aantreden werd een nieuw krijgsplan gemaakt, conform de opdracht van de regering. De opperbevelhebber stelde zijn doelen laag. Hij kon met de beperkte middelen, alleen het `hart des lands', de Vesting Holland, beschermen. Hier moest het leger in een verdedigend gevecht tijd rekken om uiteindelijk in bondgenootschappelijk verband het verloren terrein te heroveren.
In Noord-Brabant werd de Peel- Raamstelling, die door Reynders was opgebouwd en versterkt, uitgedund. Twee grote legereenheden, de Lichte Divisie en bet IIIde Legerkorps, moesten direct na een Duitse inval deze provincie verlaten en posities innemen binnen de Vesting Holland. De maatregelen in Noord-Brabant betekenden dat er principiele keuzes waren gemaakt. De verdediging van deze provincie hoopte Winkelman te kunnen uitbesteden aan de bondgenoten. Tussen hen en de Vesting Holland zouden de Moerdijkbruggen een sleutelverbinding vormen. Ten noorden van de grote rivieren koos de opperbevelhebber voor het verdedigen van de Grebbestelling. Deze werd fors uitgebouwd, met de verwachting dat men hier enige weken zou standhouden. Nergens lag het accent op offensief optreden. Winkelman opteerde voor een `gesloten front'-strategie, waarbij het 
leger werd geconcentreerd en statisch-defensief opgesteld in de linies rond de Vesting Holland.


Nederlands veldgeschut van het type "7 veld"in stelling.
Het behoorde tot één van de betere typen geschut uit
de gelederen: in mei 1940 konden er circa 300 van dergelijke
stukken in het veld worden gebracht; de maximale dracht was 10 kilometer.

Hoewel de politiek volhardde in de `beproefde' neutraliteit, waagde Winkelman het desondanks zijn attaches op te dragen met de toekomstige bondgenoten contacten te leggen. Vooral Frankrijk werd benaderd, aanvankelijk buiten het kabinet om, uit vrees voor de pacifistisch denkende premier. In een later stadium waren de ministers Van Kleffens, Buitenlandse Zaken, en Dijxhoorn, Defensie, hiervan met hun instemming op de hoogte.
Winkelman meende dat de hoofdstoot over de grond zou komen. Mede daardoor was de Vesting Holland bij het uitbreken van de oorlog in de vroege ochtend van de 10de mei met maximaal paraat. Met een luchtlanding, zoals een maand eerder in Noorwegen, had de opperbevelhebber vrijwel geen rekening gehouden. Evenmin had hij de rol van parachutisten ingecalculeerd. Nog schadelijker was het feit dat hij die nacht niet op het Algemeen Hoofdkwartier aan het Lange Voorhout verbleef. Hij sliep thuis in Wassenaar en de onderbemande staf maakte enkele belangrijke fouten inzake de alarmering. Een ander gevolg van zijn afwezigheid was dat Winkelman zich onder gevaarlijke omstandigheden naar Den Haag moest laten rijden. 
Tijdens de rit vlogen toestellen van de Luftwaffe als horzels boven hem en het wemelde van parachutisten rond de Residentie. Bovendien was de burger die hem reed, een Duitse sympathisant. 


Pantserwagen Landwerk M-36: deze pantserwagens werden met succes ingezet rond Den Haag

We stuiten hier op een aantal beoordelingsfouten van Winkelman, waarbij een dosis naiviteit een rol heeft gespeeld. Stel dat hij die ochtend in handen van de `Fallschirmjager' was gevallen! Maar goed, hij kwam zonder kleerscheuren op het Lange Voorhout aan en deed daar een dringend beroep op de bondgenoten; met name van Frankrijk werd veel verwacht. De hoogste prioriteit was de verdediging van de Vesting Holland in het kader van de `gesloten front' strategie, maar die werd doorkruist door een massa Duitse troepen binnen deze `vesting'. De jacht op de parachutisten en de strijd bij Rotterdam slokten alle reserves op, met als gevolg dat de troepen in de stellingen het zonder versterkingen moesten stellen, zodat een doorbraak direct fataal was.

Front doorbroken

De snelle opmars van de Duitse armee en vooral de aanval met luchtlandingstroepen en parachutisten op een dergelijk grote schaal, waren een complete verrassing voor Winkelman. Wel zag hij kans Den Haag of te grendelen en hiermee liep de gewaagde Duitse gok - arrestatie van vorstin, kabinet en opperbevelhebber - uit op een fiasco. Het lukte hem echter niet om in samenwerking met de Fransen de Moerdijkbruggen tezuiveren van vijandelijke troepen. Als gevolg hiervan werd het zuidelijk front van de Vesting Holland na drie dagen strijd door de Duitse tanks overschreden. Een eerste doorbraak van het 'gesloten front'. In het oosten stortte het Grebbefront, onder meer door het ontbreken van voldoende reserves, snel in. Een tweede doorbraak. De capitulatie van Rotterdam na een terreurbombardement, en het dreigement dat Utrecht eenzelfde lot zou treffen, waren ten slotte beslissend voor het beeindigen van de strijd. Ons land was in de strijd tegen het Derde Rijk bij voorbaat veroordeeld tot de verliezersrol. De in alle opzichten superieure Duitse armee vormt daarvoor de eerste verklaring. Daarnaast speelt een tweede gegeven een belangrijke rol. Een commandant van de 22ste Luftlande Infanteriedivision formuleerde dit treffend toen hij schreef 'Der Kampf gegen die Niederlandische Wehrmacht ist ein Kampf gegen einen moralischen and Wafentechnisch unterlegen Gegner.'

Niet gecapituleerd

Winkelman voerde zijn krijgsplan over het algemeen op deskundige en beheerste wijze uit. Waar anderen moreel bezweken, bleef hij staande. Zo wist hij op de derde oorlogsdag de ministerraad op een cruciaal moment met zijn advies 'doorvechten te overtuigen. In de contacten met koninginWilhelmina toonde Winkelman zich een besluitvaardig adviseur, die begreep waar het om ging: De vorstin, en het huis van Oranje, uit de handen van de vijand houden. Mede door zijn optreden is de continuiteit van de Oranjedynastie veiliggesteld. De regering vertrok en de opperbevelhebher bleef achter om alleen, met alle volmacht, de strijd voort te zetten. Een uniek moment in de staatkundige geschiedenis van Nederland.
Al moest Winkelman spoedig de 'wapens strijken', in geestelijk opzicht is hem het begrip capitulatie vreemd gebleven. Doorlopend heeft hij gestreden, onder meer rechtstreeks tegen Goering, door hem voor de voeten te werpen dat de oorlog niet voorbij was, omdat de regering zich in Engeland bevond. Daarnaast beijverde de generaal zich om de sterk economisch denkende managers van de industrie ertoe te brengen geen wapens voor de vijand te produceren. Toen de onder hem geplaatste secretarissen-generaal akkoord gingen met de Duitse maatregel om de invloed van gemeenteraden en de Staten te beperken, protesteerde Winkelman. Spoedig bleek dat de generaal als bestuurder vrijwel alleen stond tegenover zijn eigen volk dat over het algemeen handelde vanuit de accommodatiegedachte. Winkelmans principiele instelling van loyaliteit was de oorzaak van zijn arrestatie, waarna hij voor de duur van de oorlog krijgsgevangen werd gehouden. Zijn onbuigzame mentaliteit heeft in die donkere jaren menigeen ten voorbeeld gestrekt.

Deze boekbespreking vormt een korte samenvatting van "Een soldaat doet zijn plicht"- generaal H.G. Winkelman, zijn leven en betekenis als militair ( 1876-1952), door Teo Middelkoop. Het boek is een uitgave van de Europese Bibliotheek en kost 24 euro.